Foto: Tien Tran / Hans Lucas

‘Wie partydrugs koopt doet mee aan verkrachting en moord’

Don Winslow De succesvolle Amerikaanse thrillerschrijver is door zijn trilogie over de War on Drugs , waarvan net het derde deel is verschenen, een stem geworden in het debat over drugs. ‘Het criminaliseren van drugs zal nooit werken.’

Don Winslow begreep het niet: 19 doden in een Mexicaans dorp vlakbij de plek waar hij regelmatig een weekendje doorbracht met zijn familie. Onschuldige Mexicaanse mannen, vrouwen en kinderen, vermoord op nog geen uur rijden van zijn eigen woonplaats San Diego. Zoveel wreedheid had hij niet eerder van dichtbij meegemaakt.

Thrillerschrijver Don Winslow – hij had toen al negen boeken op zijn naam staan – kon het incident niet loslaten. Om het geweld te begrijpen, ging hij filosofische boeken lezen. „Dat hielp niet. Het morele verval in Mexico was te groot om antwoorden te vinden”, vertelt Winslow nu. „Daarom ging ik me verdiepen in de geschiedenis van Mexico en de Amerikaanse War on Drugs. Ik wist niks van die strijd, de drugshandel en de kartels.”

Eind februari is zijn derde boek verschenen over dit thema: The Border. De roman, die in mei in vertaling verschijnt onder de titel De grens, is het laatste deel van een trilogie waaraan Winslow in 1997 begon, ver voor de tv-serie Narcos het licht zag. Volgens een recensent van The New York Times heeft Winslow met zijn drieluik de Amerikaanse ziel geraakt, zoals Mario Puzo dat met The Godfather deed. Het is een mooi compliment voor een serie die Winslow niet wilde schrijven. „Ik ben gaan schrijven omdat ik boos werd. Boos over de War on Drugs, boos op de manier waarop we met drugsproblematiek omgaan en boos op de kartels.”

Dankzij het succes – zijn laatste twee boeken stonden weken in de bestsellerlijst van The New York Times – is Winslow ongewild een stem geworden in het debat over het drugsbeleid. „Onlangs werd ik gebeld door een politiechef uit een niet nader te noemen stad. Hij zei: ‘Jij bent precies zo’n liberale klootzak die ik niet kan uitstaan, maar ik wil toch met je praten omdat je interessante ideeën hebt.’”

Thrillerfestival

Ondanks een stevige jetlag loopt Winslow met een grote glimlach rond op het Crime Writing Festival in Harrogate, een plaatsje ten noorden van de Britse stad Leeds. Het is juli 2018 en de Amerikaanse bestseller-auteur is een van de sprekers op dit festival waar jaarlijks bekende thrillerschrijvers uit de categorie John Grisham en Lee Child hun opwachting maken. In de kleine festivaltuin staat Winslow ontspannen bezoekers te woord of poseert hij met een fan voor een selfie.

Foto Tien Tran / Hans Lucas

Hij heeft zojuist het derde en laatste deel van een trilogie over de Amerikaanse War on Drugs ingeleverd bij zijn uitgever. „Toen ik de eerste reactie kreeg heb ik een dansje gemaakt”, vertelt hij.

De 65-jarige Winslow is nu helemaal klaar met de reeks die in 2005 begon met de publicatie van The Power of the Dog en in 2015 een vervolg kreeg met The Cartel. Hij is ook klaar met de hoofdpersonen uit zijn trilogie, de Amerikaanse politieman Art Keller en de Mexicaanse drugsbaas Adan Barrera. „Ik heb de afgelopen twintig jaar meer tijd besteed aan Keller dan aan welke andere persoon in mijn leven – op mijn echtgenote en mijn zoon na.”

Praten met personages

De basis voor zijn boeken heeft Winslow gelegd met historisch onderzoek. „Daarnaast heb ik veel journalistiek werk gelezen en oorspronkelijke documenten: overheidsrapporten, rechtbankstukken, dat soort materiaal. Daarna ben ik gaan praten met mensen die in het drugsmilieu actief zijn geweest. Dat is essentieel. Ik heb heel veel gevangenissen bezocht en aan tafel gezeten met mensen die de verschrikkelijkste dingen hebben gedaan: moordenaars en verkrachters.”

Na al het voorwerk gaat Winslow bij het schrijven intuïtief te werk. Hij maakt geen opzet als hij aan een boek begint: geen structuur en geen plot. En hij schrijft ook geen karakterstudies. „Dat zit in mijn hoofd. Ik praat met mijn personages en ik ga pas schrijven als ik ze goed ken.”

De War on Drugs is een complex onderwerp dat over veel meer gaat dan drugsbeleid en de gevolgen daarvan in de VS. Het is ook een geschiedenis van de buitenlandse politiek in Amerika’s achtertuin en de corruptie binnen regimes waar de VS zaken meedoen. „De eerste versie van dat boek telde 2.000 pagina’s. Ik kreeg toen een eenvoudig briefje van mijn redacteur: knip het doormidden. Hoe, vroeg ik: diagonaal, horizontaal of verticaal? Ik moest huilen. Het was zo’n puinhoop.” Hij vertelt dat hij tijdens het schrijven van deze gewelddadige geschiedenis ook op zoek moest naar zijn eigen morele kompas. „Pas toen ik begreep dat de hoofdpersonen in dit boek proberen fatsoenlijk te leven in een onfatsoenlijke wereld, kon ik het afmaken.”

Lees ook: Teun Voeten fotografeert de War on Drugs in Mexico

The Border speelt zich in tegenstelling tot de eerste twee delen voor een groot deel af in de VS en raakt aan actuele onderwerpen. Zo is er het politieke conflict rond de Amerikaans-Mexicaanse grens en de behandeling van vluchtelingen uit Zuid-Amerika. Het centrale thema, de opiumcrisis in de VS en de rol die de Mexicaanse drugskartels daarin spelen, is zeker zo actueel.

Het aantal mensen dat sterft aan een overdosis van een opiaat als heroïne of een synthetische variant als fentanyl is sinds het begin van deze eeuw ruim vervijfvoudigd naar 47.000 mensen in 2017, vertelt Winslow. „Onvoorstelbaar.”

In een persoonlijk stuk voor het tijdschrift Esquire (2016) beschreef hij het lot van een zoon van een goede vriendin. ‘Hij is dood’, vertelt ze huilend aan de telefoon, gestorven aan een overdosis. Winslow kende hem goed en wist dat hij al jaren worstelde met een heroïneverslaving. Hij zou de 23-jarige jongen die dag spreken over zijn schoolcarrière. Na het gesprek met zijn moeder heeft hij onder de douche staan huilen, schrijft Winslow. ‘Het was persoonlijk – waarom heeft hij me niet gebeld godverdomme – en bovendien wist ik dat dit kon gebeuren.’

Moreel verval

De drugsoorlog is volgens Winslow een hopeloos verloren strijd. De overvloed aan drugs neemt toe, ze zijn goedkoper en steeds sterker geworden. „Feitelijk zijn we na vijftig jaar dus niks opgeschoten.” Criminelen passen zich altijd aan.

Toen de Amerikanen in Mexico opium- en wietplantages begonnen te verbranden, bedachten de Mexicanen een nieuw verdienmodel: de smokkel van cocaïne uit bronlanden als Colombia. De bedenker hiervan, de Mexicaan Felix Gallardo, komt in Winslows trilogie voor onder de naam Tio Barrera. Hij is de oom van een van de hoofdpersonen: Adan Barrera. Zijn karakter is losjes gebaseerd op Joaquín Guzmán, een van de opvolgers van Gallardo en beter bekend als ‘El Chapo’.

Nu die twee vastzitten zijn hun opvolgers teruggekeerd naar hun Mexicaanse roots: de productie van heroïne en fentanyl. Omdat de vraag naar cocaïne is gestabiliseerd en de markt voor wiet sterk is veranderd door de legalisering in de VS, zochten ze een nieuwe markt en daar bood de Amerikaanse verslaving aan pijnstillers de kartels een kans.

Het laat volgens Winslow zien dat een van de strategieën van de drugsoorlog is mislukt: de kingpin-strategie. „Het idee was dat je de drugshandel kon aanpakken door de kopstukken van de kartels uit te schakelen zoals met ‘El Chapo’ is geprobeerd”, aldus Winslow. „Maar het geweld daarna nam alleen maar toe, net als de drugsexport. Met de arrestatie van Joaquín ‘El Chapo’ Guzmán is de wolf vervangen door 37 coyotes.” In The Border zijn dat Los Hijos, de zonen. Zij strijden om de erfenis van de Barrera’s.

Het criminaliseren van drugs zal volgens Winslow nooit werken. „En daarom ben ik in principe voor de legalisering van drugs.” Maar zo lang drugs verboden zijn is hij tegen recreatief gebruik. „Als je die partydrug gaat kopen doe je mee aan de verkrachting en moord van jonge onschuldige mensen. Dat is immoreel.”

Het echte debat gaat volgens Winslow niet over legalisering. „Dankzij opiaten wordt het lijden van heel veel zieke mensen verlicht. Maar ik kan me geen legitiem gebruik van heroïne voorstellen.” Het is volgens Winslow een drug die mensen isoleert en dat raakt de kern van het probleem. „De pijn die vrijwel alle heroïne-verslaafden wegdrukken is niet fysiek maar psychologisch, economisch of sociaal.” De echte vraag is volgens Winslow waar die pijn vandaan komt. „Zolang we die vraag niet stellen zal het drugsprobleem in de VS blijven bestaan.”

    • Jan Meeus