Twijfel over kans van slagen tegenaanval Huawei

Aanklacht De Chinese telecomgigant Huawei wil weer vrije toegang tot de Amerikaanse markt. Maar de VS wijzen op spionagerisico’s.

Huawei-topman Guo Ping (midden). Het bedrijf zegt niet te spioneren.
Huawei-topman Guo Ping (midden). Het bedrijf zegt niet te spioneren. Foto Kin Cheung / AP

Huawei zit zó in het verdomhoekje dat de aanklacht die het woensdag indiende tegen de Amerikaanse staat een voor de hand liggende stap is. Het is de belangrijkste actie die de Chinese telecomgigant tot nu toe heeft ondernomen in zijn tegenoffensief tegen de Amerikaanse kritiek dat technologie van Huawei een veiligheidsrisico vormt.

De Amerikaanse overheid waarschuwt al jaren dat Huawei, wereldwijd de grootste netwerkleverancier en na Samsung de grootste verkoper van mobiele telefoons, niet vertrouwd kan worden. Dit omdat Chinese bedrijven door de Chinese staat aangestuurd zouden kunnen worden om bedrijfsgeheimen te stelen, te spioneren of te saboteren, bijvoorbeeld door het internet plat te leggen.

Vorig jaar augustus tekende president Trump een wet waardoor het voor de Amerikaanse overheid verboden is om diensten van Huawei af te nemen. Ook mogen toeleveranciers niet met het concern samenwerken. Die wet vecht Huawei nu aan.

‘Ongrondwettig’

De belangen voor het concern zijn groot. Niet alleen zijn er nog allerlei kleine opdrachtgevers in de Verenigde Staten die het niet wil kwijtraken, het bedrijf hoopt ook voorop te lopen in de wereldwijde invoering van het supersnelle 5G-internet.

Veel Europese regeringen, waaronder die van Nederland, twijfelen nu of zij gehoor moeten geven aan Amerikaanse druk om Huawei te boycotten, of dat zij onder voorwaarden toch de scherp geprijsde Huawei-technologie moeten toestaan.

Lees ook: Hoe kan Huawei ons vertrouwen winnen?

Volgens de aanklacht is het betreffende wetsartikel „ongrondwettig”: het zou louter bedoeld zijn om Huawei uit de markt te drukken. Een van de aanjagers van de wet, de Republikeinse senator Tom Cotton, zou gezegd hebben dat „de doodstraf de gepaste straf is” voor Huawei. Ook zou Huawei geen kans hebben gekregen om zich te verweren en is er geen einddatum aan het verbod verbonden.

Het concern heeft gelijk dat in de 170 landen waar het opereert nog nooit bewijs is geleverd dat Huawei in zijn technologie zogeheten achterdeurtjes inbouwt waarmee China toegang zou krijgen tot de netwerken. Althans, niet in het openbaar. In theorie kunnen inlichtingendiensten die deurtjes allang gevonden hebben.

Daar staat tegenover dat er inmiddels wel specifieke beschuldigingen zijn dat Huawei bedrijfsgeheimen steelt. In januari begon een Amerikaanse aanklager een zaak tegen Huawei omdat medewerkers in de VS in 2012 robottechnologie zouden hebben gestolen van T-Mobile. Huawei zou medewerkers zelfs bonussen in het vooruitzicht stellen voor dit soort diefstal. Deze beschuldigingen moeten nog bewezen worden.

Verplicht delen

Juristen betwijfelen of de aanklacht van Huawei tegen de VS kansrijk is. Zij trekken parallellen met de Russische antivirussoftwareleverancier Kaspersky Lab, die vorig jaar tevergeefs probeerde een Amerikaans verbod ongedaan te maken. Ook in hoger beroep oordeelden Amerikaanse rechters toen dat het Congres Kaspersky in de ban mocht doen, omdat het in relatie staat met een overheid waarvan bekend is dat zij Amerikaanse netwerken aanvalt.

Huawei zegt steeds dat het niet zal gehoorzamen als de Chinese staat het bedrijf vraagt om mee te werken aan spionage of andere malversaties. Een vraag is of het dit kan waarmaken, gezien de Chinese inlichtingenwet uit 2017 die Chinese ondernemingen verplicht stelt om informatie te delen met inlichtingendiensten.

Als de Texaanse rechtbank de aanklacht tegen de VS in behandeling neemt, kan deze de staat vragen om in detail te onderbouwen waarom Huawei een veiligheidsrisico is. Dat zou voor iedereen die zich een oordeel over Huawei wil vormen nuttige informatie zijn.