Hier zijn afspraken duidelijk, en is er rust

Reportage Wanneer iemand niet meer kan werken, valt de dagelijkse structuur weg. In Almelo kunnen mensen naar een dagbesteding.

Cliënten en hun begeleiders hangen paastakken op in het Werk Leer Centrum in Almelo.
Cliënten en hun begeleiders hangen paastakken op in het Werk Leer Centrum in Almelo. Foto Eric Brinkhorst

We vergeten het weleens: een baan levert ons niet alleen geld, maar ook regelmaat en sociaal contact op. Als iemand werkeloos raakt, valt die dagelijkse structuur weg. In 2015 schatte het Centraal Bureau voor de Statistiek dat ruim een miljoen mensen gemeentelijke ondersteuning krijgen, om die regelmaat weer terug te vinden. Dat gebeurt bijvoorbeeld wanneer iemand vanwege ziekte of een beperking niet aan het werk kan, maar ook wanneer iemand ouder is, of dement.

Zo’n 260.000 mensen doen dat onder persoonlijke begeleiding, bijvoorbeeld via een dagbesteding. Zoals in Almelo, waar cliënten met een psychiatrische achtergrond op het Werk Leer Centrum van Stichting Dimence hun dagelijks ritme hervinden.

08.45 uur. Bij elke cliënt die binnenkomt, gaat het als volgt: eerst een snel knikje richting het glas van de personeelskamer, een ‘goedemorgen’ en dan hup, naar de werkplek. Tussen elke handeling door doet de automatische voordeur: hmmm .

Knikje, goedemorgen, hmmm. Langzaam druppelen de cliënten het Werk Leer Centrum binnen, een voormalig schoolgebouw in de Almelose wijk De Riet. Elke week doet de voordeur zo’n honderd keer hmmm voor mensen die in het dagelijkse leven zijn uitgevallen door hun psychiatrische achtergrond: van schizofrenie tot autisme en extreme stress.

09.00 uur. „Bij het woord dagbesteding denken mensen vaak dat we hier wat spelletjes spelen”, vertelt senior medewerker van de vakbegeleiding Susan Veneman. „Maar het is geen bezigheidstherapie, we proberen de cliënten juist iets te leren.”

Ze wijst naar een nis waar van spijkerstof genaaide knuffeldieren liggen. Iets verderop staat een opgeknapte fiets met een prijskaartje eraan: tachtig euro. De producten worden verkocht op markten en binnenkort ook in een webshop. In het nabijgelegen productielokaal staan grote tafels, in de hoek een pallet dozen omwikkeld met plastic folie. Veneman: „Inpakwerk. Het is repetitief en lijkt misschien wat saai, maar dat is juist belangrijk voor de mensen die hier komen: regelmaat, een duidelijke taak.”

Veneman loopt richting de eerste verdieping, langs de kaarsenmakerij de trap op naar de ict-ruimte. Vanuit het raam is een groenstrook met plantenkas te zien. „Die houden de cliënten zelf bij. Maar ook bij buurtbewoners, die slecht ter been zijn, harken ze de tuin aan.”

Veneman vindt het belangrijk te laten zien waar het hier om draait: de omgang met anderen, op regelmatige tijden werken, op tijd komen en je afmelden als je een keer niet kan. „Vooral hoogopgeleiden denken nu nog vaak: ‘Ik heb een huis en een gezin, ik ga echt niet naar zo’n dagbesteding.’ We willen graag van dat stigma af.”

Foto Eric Brinkhorst
Foto Eric Brinkhorst

09.30 uur. Een stagiaire beent langs, op haar vinger een post-it met een naam geplakt. Een van de cliënten is verhinderd, lekke band. „Mooi dat ze het meldt”, zegt Veneman. „Misschien kan ze haar fiets meenemen, dan kunnen ze die hier opknappen.”

10.30 uur. Het is pauze, de kantine stroomt vol. Bert (62) roert door zijn koffie. Al acht jaar lang is hij twee dagen per week in het Werk Leer Centrum te vinden. Ooit was hij werktuigbouwkundige, hij tekende machines. „Dat begon op papier, maar het moest steeds vaker met de computer. Het werd moeilijker, sneller, meer planmatig.” Zijn hoofd zat vol, zegt hij, hij hoorde stemmen en kreeg last van psychosen. „Het ging niet meer.”

Regulier werk kan Bert daarom niet meer. „ Hier zit ik op mijn plek, het geeft me rust en regelmaat.” Hij doet klusjes rond het Werk Leer Centrum, onderhoudt de planten in de kas. „Maar ik doe ook wat Leo zegt, ik vind het fijn om opdrachten te krijgen.”

11.00 uur. In het productielokaal is het stil, op het knerpen van elastiek na – posters worden opgerold. Begeleider Erik zit achter de computer. „Uit de manier waarop iemand werkt kun je veel afleiden”, vertelt hij. „Als iemand thuis vaak te horen krijgt dat-ie alles fout doet, zie je dat iemand snel werkt en fouten probeert weg te moffelen. Ik heb juist graag dat ze langzaam werken, en het goed doen - dat probeer ik ze hier aan te leren.”

11.30 uur. Iets verderop staat Edwin (48), hij telt schroeven en stopt ze in kleine zakjes. We lopen naar de ‘prikkelvrije ruimte’ op de gang („maximaal twee personen”). Edwin werkt hier al zo’n vier jaar. Hij heeft last van spastische darmen en zit in het autistische spectrum. In het verleden werkte hij wel, onder meer als winkelbediende en servicemonteur. Maar dat lukte niet. „Het voelde alsof er een strakke riem om mijn hoofd zat.”

Het Werk Leer Centrum is een fijne omgeving, vertelt hij. „Ik ben hier vijf dagen per week, heb hier leren omgaan met mijn problemen.” Soms komt het oude gevoel nog terug, vertelt hij. „Als ik op Wikipedia zit en al die blauwe linkjes zie, dan wil ik nog wel eens ergens in verzanden.”

Opnieuw aan het werk gaan heeft Edwin wel een paar keer geprobeerd. „Ik werkte bij een soort kringloop als vrijwilliger, maar dat mislukte. Als ergens geen duidelijke afspraken zijn, zoals hier, dan kan ik mensen niet meer peilen. Dan loop ik vast”

In Almelo zit hij wél op zijn plek. Het is duidelijk wat er van hem wordt verwacht. „Nu zit de riem heel los.”

12.30 uur. De kantine stroomt opnieuw vol, er is lunch. In de keuken wordt druk gesmeerd en gebakken door verschillende cliënten. Een van hen draagt een stapel kommen, op zijn armen zijn tatoeages te zien.

De man, die enkel anoniem wil vertellen, vertelt dat hij in detentie heeft gezeten en nu resocialiseert. In een nabijgelegen kliniek zit hij op een forensische psychiatrische afdeling. Hij vertelt over zijn verslavingen, hij snoof en rookte tot vorig jaar elke dag jointjes. „Vraag me niet hoe, maar ook in de bak kun je daaraan komen.”

Het werk in Almelo gaat hem prima af. „Als ik heel eerlijk ben, ben ik hier omdat het moet van de reclassering . Maar ik kom hier nu ook uit eigen beweging, ik wil graag mijn leven beteren.” Het liefst zou hij zijn eigen koeriersdienst opzetten of timmerman worden. „Ik heb de mooiste jaren van mijn leven al vergooid.”

14.25 uur. Iemand heeft zin om te roken. We kijken op de klok, het is bijna pauze. Pas dan mág het. Er wordt geroepen: „We zijn helemaal geconditioneerd hier!” Iedereen lacht.

15.30 uur. De cliënten gaan naar huis, de automatische deur doet hmmm . Sommige worden opgehaald, andere stappen in de auto of lopen naar de trein. Knikje, ‘tot morgen’, hmmm .