Recensie

Recensie Vormgeving

Het verhaal van een oude trendsetter

Documentaire In de docu De rebellie van Vivienne Westwood is de ontwerper openhartig. „Ik weet niet of ik iets van deze shit op de catwalk wil laten zien.”

Vivienne Westwood vorige maand op de modeweek in Londen, bij de presentatie van haar nieuwe collectie.
Vivienne Westwood vorige maand op de modeweek in Londen, bij de presentatie van haar nieuwe collectie. Foto Grant Pollard / AP

‘Laat me maar praten, dan zijn we er des te eerder van af.” En: „Ik zal er wel inkomen, maar het is zo sáái om alles te vertellen.” Meteen aan het begin van Westwood: Punk, Icon, Activist – in Nederland: De rebellie van Vivienne Westwood – is duidelijk dat het onderwerp niet echt staat te popelen. Niettemin geeft de drie jaar geleden opgenomen Britse documentaire een goed beeld van leven en carrière van de bijna 78-jarige Vivienne Westwood . De dagelijkse leiding over haar modemerk heeft ze overgedragen aan haar echtgenoot, de 25 jaar jongere Oostenrijker Andreas Kronthaler, maar ze is nog altijd druk in de weer als milieuactivist.

Haar shows zijn vrolijke spektakels vol gender-bending en politiek – vooral over klimaatverandering – maar heel relevant en trendsettend is het merk niet meer. Geeft niks: ze heeft al een flinke stempel op de mode gedrukt. In de jaren zeventig aan de wieg van de punk. Nog voordat haar vriend Malcolm McLaren de Sex Pistols oprichtte, runde ze samen met hem een winkel waarin ze kleding verkocht die de blauwdruk was voor de nog altijd geliefde punkstijl. Begin jaren tachtig zette ze een enorme trend met de piratenlook, een jaar later liet ze al eerste beha’s als bovenkleding zien.

Niet-knellende korsetjes

Haar artistieke hoogtepunt kwam nadat McLaren uit haar leven verdween, met een geestige stijl die deels klassiek Brits was, deels historisch Frans en deels punk: mini-crinolines, mary-janes (schoenen met bandje over de wreef) met enorme plateauzolen, niet-knellende korsetjes en schijnbaar oerdegelijke vestjes, een bodystocking voor vrouwen met op kruishoogte een tekening van een erecte penis. De rebellie van Vivienne Westwood zit vol goed gekozen historische fragmenten, zoals een optreden in een talkshow – zo te zien ergens in de jaren tachtig, er worden storend weinig jaartallen gegeven – waarbij ze haar collectie liet zien en het publiek bij elke outfit weer in hard lachen uitbarstte. Nog één keer lachen, zegt ze, en ze vraagt de modellen niet meer op te komen. Is ze boos, vraagt interviewer Terry Wogan. Nee, zegt Westwood, die dan inmiddels internationaal een gevierde ontwerper is. „Maar meestal krijg ik een heel andere reactie.” Haar toenmalige assistent vertelt in de documentaire dat er alleen bejaarden in het publiek zaten.

Pijnlijk is ook hoe lang het duurde voor ze British Designer of the Year werd – pas in 1990 (en nog een keer in 1991 en 2006). De presentator van het evenement had zichtbaar moeite met de keuze.

Hinderlijk inconsequent

In de film is Westwood soms opvallend openhartig. „Ik weet niet of ik iets van deze shit op de catwalk wil laten zien”, zegt ze vlak voor een show. „Het is mijn fout, het is gewoon niet goed. Laten we het bedrijf maar sluiten.”

Tegelijkertijd is ze hinderlijk inconsequent. Buy less, is tegenwoordig haar leuze. Toch zet haar merk nog steeds tientallen miljoenen om en worden er nieuwe winkels geopend, in 2017 ook in Amsterdam. Duurzaam is haar bedrijf evenmin: de website vermeldt alleen dat het „een van de belangrijkste doelen” is om materialen en diensten te betrekken van duurzame of herbruikbare bronnen.

Vanwege haar opvattingen, zegt ze in de documentaire, zou ze haar merk eigenlijk moeten opdoeken (maar ja – al die mensen dan die ze in dienst heeft). Toch noemde ze de journalist van voguerunway.com die het bestond te schrijven dat iemand die oproept minder te kopen eigenlijk geen kleding meer zou moeten produceren afgelopen zaterdag, in zijn gezicht, een idioot, klimaatontkenner en een werktuig van het financiële systeem. Je zou het rebels kunnen noemen.