Opinie

Het liefst zou ik geen eigen dag hebben

Clarice Gargard

Op 8 maart is het Internationale Vrouwendag, de dag waarop de vrouw gevierd wordt. Maar het is ook een dag van protest, omdat we nog steeds niet helemaal gelijk behandeld worden. In veel landen is deze dag zelfs een officiële feestdag. Helaas voor de Nederlandse vrouw hangt de vlag op 8 maart er vaak enigszins slapjes bij.

Mijn verstandskies werd recentelijk verwijderd en ik raakte met mijn mannelijke kaakchirurg in gesprek over vrouwenrechten. De assistente van de kaakchirurg vertelde vervolgens dat alle vrouwen in Slovenië – waar zij vandaan komt – op 8 maart speciale aandacht krijgen. Dat miste ze in Nederland. „Wat is er dan op 8 maart?”, vroeg de chirurg.

Dit jaar ben ik VN-Vrouwenvertegenwoordiger. Dat houdt in dat ik vrouwen uit het Nederlands koninkrijk bij de Verenigde Naties vertegenwoordig. Het liefst zou ik geen eigen dag hebben omdat ik vrouw ben. Dat voelt een beetje als een keer per jaar tijdens de gymles worden uitgekozen, terwijl je de andere dagen genegeerd wordt.

Toch is een dag voor vrouwen nog steeds belangrijk. Omdat vrouwen in Saoedi-Arabië wel auto mogen rijden, maar alsnog weinig kunnen zonder toestemming van een man. En een vrouw in Amerika mag wel carrière maken, maar moet niet denken dat ze het tot het hoogste ambt kan schoppen. (Was Hillary Clinton een man geweest, dan was ze nu president.)

Vrouwendag is nog steeds belangrijk omdat geweld tegen vrouwen, zo is te lezen in het rapport Not a minute more, Ending violence against women van UNIFEM, een net zo ernstige doodsoorzaak is als kanker, en voor meer gezondheidsproblemen zorgt dan verkeersongelukken of malaria. Vooral transvrouwen van kleur moeten het ontgelden met , volgens de Inter-American Commission on Human Rights, een levensverwachting van 35 jaar. Zij worden vaker vermoord en mishandeld en krijgen minder toegang tot medische zorg en sociale voorzieningen.

Het is nog steeds belangrijk, omdat in veel landen vrouwen minder makkelijk aan werk komen dan mannen. In Nederland is het ook moeilijk om als vrouw zowel een fulltime carrière als gezin te hebben. Het systeem is er niet op ingericht om werkende moeders te faciliteren (beperkt ouderschapsverlof, dure crèche) en vaak zijn ook de huishoudelijke taken oneerlijk verdeeld. Feministen in Nederland hebben wel het recht verworven om te stemmen en te studeren, en het recht op abortus en werk – waardoor ik nu op deze plek kan schrijven. Maar dat betekent niet dat we klaar zijn. Je moet elke dag proberen iets verder te komen dan de vorige. Als je dat niet doet, sta je stil en ga je soms zelfs achteruit.

Vorige week waarschuwden dertig vrouwelijke wereldleiders in een open brief voor de ‘erosie van vrouwenrechten’. Het politieke klimaat wordt conservatiever en zij willen niet terug naar de prehistorie. „We kunnen niet comfortabel achterover leunen. We moeten verdedigen wat we hebben bereikt”, stelde de voormalige Argentijnse minister van Buitenlandse Zaken Susana Malcorra.

Ook mannen hebben baat bij de vooruitgang van vrouwen. Als man hoef je, wanneer vrouwen als gelijkwaardig gezien en behandeld worden, niet gebukt te gaan onder stereotypen, waardoor je altijd de ‘sterkste’ of kostwinner moet zijn.

Ik twijfelde vroeger om mezelf feminist te noemen. Maar als ik dichter en schrijver Maya Angelou – van wie ik veel leerde – mag citeren: „Natuurlijk ben ik feminist. Ik ben al een tijdje vrouw, het zou stom zijn om niet aan mijn eigen kant te staan.”

De kaakchirurg zei dat het voor hem elke dag vrouwendag was. Als u dat ook vindt, kunt u de daad bij het woord voegen, door bijvoorbeeld op 9 maart mee te lopen tijdens de Women’s March in Amsterdam. Misschien komt er een tijd dat we deze speciale dag niet meer nodig zullen hebben.

Clarice Gargard is programmamaker en freelance journalist.