Lichtheid is de beste demping

42,195 km Schrijver Abdelkader Benali maakt zich op voor de marathon van Rotterdam. Hoe bereidt hij zich voor?

Illustratie Merel Corduwener

De snelle broer van een hardloopvriend liep wel eens een wedstrijd op blote voeten. Hij won nog ook. Wij gewone stervelingen moeten het met schoenen doen, anders gaat het niet. Bij elke stap die ik in een marathon zet, moet mijn voet tweeënhalf keer mijn lichaamsgewicht opvangen. Dat is in mijn geval een dikke tweehonderd kilo.

In Rotterdam zet ik straks meer dan 25.000 stappen. Meer dan 25.000 keer tweehonderd kilo opvangen, dat is een aanslag op de voeten.

Goede schoenen vinden vereist veel passen, veel lopen en nog meer passen. De schoenen die de afgelopen winter van mijn hardloopdrift te lijden hebben gehad, mogen nu rusten. Dit is het moment om nieuwe te kopen. Wanneer ik met die nieuwe schoenen ga lopen, voel ik me herboren. Alsof alles opnieuw gaat beginnen.

De sportmerken komen elk seizoen met een nieuwe schoen in een nieuwe kleur en een nieuwe zool, die de loper in staat stelt om nog efficiënter de voet af te wikkelen. Tijdens het passen van de schoenen en het rennen over het stukje hardloopbaan in de winkel, moet ik vaak denken aan de snelle broer die op blote voeten liep. Blijkbaar is een schoen ook niet alles.

Simpel gezegd komt het erop neer dat wij welvaartsmensen te ambitieus en te zwaar zijn om op blote voeten te lopen. Anders dan bij Afrikaanse toplopers is ons contact met de grond maar beperkt. Goede schoenen zijn het verband waarmee we onze voeten beschermen tegen de marteling van de marathon. Daarom ga ik echt mijn best doen in de weken naar de marathon nog minder te eten. Lichtheid is de beste demping!

M’n tenen waren opgezwollen, ze bloedden. De schoenen waren te klein voor grote ambities

Mijn eerste hardloopschoenen herinner ik me nog goed. Ik was de puber die altijd het afsluitende rondje van de gymnastiekles won. Ik begon het hardlopen steeds leuker te vinden en toog naar de Bristol in het centrum van Rotterdam om voor mezelf hardloopschoenen te kopen. Ik probeerde een paar felgroene Lotto’s, ik dacht dat ze pasten. Met de goedkoopste schoenen uit het assortiment kwam ik thuis.

In het weekeinde schreef ik me op de wielerbaan van de Rotterdamse Wielren Combinatie in voor een prestatieloopje. Mijn gevoel zei me dat ik het zou winnen. Het eerste van de vier rondjes ging geweldig. In mijn fluorescerende trainingspak vloog ik over het asfalt. Tijdens het tweede rondje begonnen mijn voeten zwaar aan te voelen. Elke stap die ik zette werd een pijnmoment. Ik zeeg op de grond neer en trok de schoenen uit. M’n tenen waren opgezwollen, ze bloedden. De schoenen waren te klein voor de grote ambities die ik erop nahield.

Toen ik lid werd van atletiekvereniging PAC kocht ik in een sportzaak mijn eerste echte hardloopschoenen, Nike Air Pegasus. Sindsdien heb ik tientallen paren versleten.

Bijna al die schoenen doe ik weg. Maar het paar waarop ik mijn beste marathontijd liep heb ik bewaard. Het gaat me niet zozeer om de schoen, maar om wat eraan hangt. Mijn vrouw Saida had me een klein, blauw oogje van glas gegeven – het symbool tegen het kwade oog in landen aan de Middellandse Zee. Dat oogje had ik met een speldje aan mijn schoen geprikt. Zo veranderde ik voor mezelf de banale schoen in een magisch transportmiddel.

Die dag zweefde ik.