Goed materiaal in het shorttrack is bijna exacte wetenschap

WK shorttrack Materiaal is niet álles in het shorttrack, maar wordt wel steeds belangrijker. De kromming van de ijzers wordt tot op de duizendste millimeter gemeten.

Links: ‘materiaalgoeroe’ Kip Carpenter. Rechts: Jasper Brunsmann, met ijzer ver naar links, tijdens de EK.
Links: ‘materiaalgoeroe’ Kip Carpenter. Rechts: Jasper Brunsmann, met ijzer ver naar links, tijdens de EK. Foto’s Siese Veenstra en Vincent Jannink/ANP

Het voelt soms alsof Kip Carpenter huisarts is. Dan zit hij in zijn hokje, of staat hij aan de rand van het ijs, en komen de shorttrackers een voor een naar hem toe. Kip, mijn schaats voelt niet lekker. Kip, ik voel te weinig druk in de bochten. Kip, wat is er aan de hand?

Het liefst heeft Carpenter dan types als Itzhak de Laat, die vrij nauwkeurig kunnen vertellen wat er mis is. Scheelt hem weer gissen. Maar er zijn ook types als Rianne de Vries of jonkie Marijn Wiersma. Die voelen wel dat er iets niet goed is, maar wat precies? Hier, Kip, pak aan die schaatsen, jij weet het vast.

De Amerikaan Carpenter (39) is sinds 2014 de rechterhand van bondscoach Jeroen Otter bij de nationale shorttrackselectie. Hij, als langebaanschaatser winnaar van brons op de 500 meter tijdens de Winterspelen van Salt Lake City in 2002, is de materiaalgoeroe. Tovenaar. Gekke professor. „Als je naar de oorlog gaat met een zwaard en jouw zwaard is groter dan dat van je tegenstander, dan heb je een voordeel”, zegt hij. „Ik zorg ervoor dat de schaatsers een groter zwaard hebben.”

Het materiaal is niet álles in het shorttrack, maar in de snelle ontwikkeling van de sport wordt het wel steeds belangrijker. „Je kunt nu niet winnen op ijzers die drie jaar geleden werden gemaakt”, zegt Carpenter. „De verwachtingen van de schaatsers en de mensen zijn nu out of control. Als de ijzers niet goed zijn, worden ze er gek van.”

Alle toplanden hebben hun eigen materiaalspecialist, ze zullen er op de WK in Sofia, die deze vrijdag beginnen, allemaal zijn. Zuid-Korea, Hongarije, Canada. China heeft er zelfs twee. Carpenter kijkt weleens naar de concurrentie. Er rijdt soms een Koreaanse schaatser mee met de ploeg en toen hij zijn materiaal zag, dacht hij: nou, die kan dan wel héél goed schaatsen.

Lees ook: Zo kan het shorttrack er in 2026 uitzien

Net Formule 1-auto’s

Als je met de Nederlandse shorttrackploeg over hun schaatsen praat, dan lijkt het bijna alsof ze het over Formule 1-auto’s hebben. Het zijn ook aparte dingen. Niet je typische noren. Hoger, maar belangrijker: het ijzer zit links van het midden. Zodat die scherpe bochten op dat kleine baantje goed kunnen worden gemaakt. Handje aan het ijs. Altijd maar linksom.

Het gaat over de apex (het midden van de bocht), over te veel en te weinig druk (grip), over weglopen (wat gebeurt bij minder grip), over de ijzers plat kunnen gooien (scherp de bocht aansnijden) en spanning op de ijzers.

Er is zoiets als goede ijzers voor iedere shorttracker, zeggen ze zelf. Maar een hoop hangt af van individuele voorkeuren, en afstanden. Neem Jasper Brunsmann, debutant deze WK op de relay. Zo staat zijn ijzer ver naar links, verder dan bij sommige ploeggenoten. Hij is specialist op de 500 meter, dus het is fijn als hij lekker kan hangen in die bochten. De kromming en ronding in de schaatsen wil hij zó, dat hij heel veel druk heeft. Niets lekker glijden. „Ik ga op een 500 meter niet eerst even lekker schaatsen, zoals op de 1.500 meter. Het is vierenhalve ronde volle bak. Dus ik wil in elke bocht vól druk.”

Ook bij Rianne de Vries staan de ijzers vrij ver links van het midden. Hangt af van je gevoel, zegt ze. „De een kan zijn schaats makkelijker plat gooien dan de ander. Ik kan op mijn manier sneller draaien en heb zo langer druk. Maar ik moet wel zeggen dat veel dingen niet uit mezelf komen, maar door erover te praten met Kip.”

Coach Kip Carpenter tijdens een training in Thialf. Foto Siese Veenstra/ANP

Het lijkt soms exacte wetenschap, en voor Carpenter is dat ook zo. Hij was in zijn tijd als langebaanschaatser al bezig met zijn materiaal en hij hielp ook anderen. Shorttrack had hij in zijn tienerjaren ook wel gedaan, maar dat was toch wel anders. „Daar ligt het materiaal veel gevoeliger, het is niet te vergelijken.”

Hij leerde on the job en werd steeds een beetje beter. Nu is hij ervan overtuigd dat niemand het zo doet zoals hij bij het Nederlandse team. Met zijn ‘klokje’ kan hij heel nauwkeurig de kromming van de ijzers meten. „Mensen zeggen dan: tweeduizendste van een millimeter verschil, dat kun je toch niet zien? Vijf jaar terug misschien niet, nu wel. In 80 procent van de gevallen dat de schaatsers zeggen: joh, ik mis wat kromming op het middenstuk van mijn ijzer, kan ik dat zien. Vroeger mat iedereen met duizendsten van een centimeter, wij zijn nu bezig met duizendsten van een millimeter.”

Tijdens trainingen en wedstrijden staat Carpenter klaar met zijn kleine zwarte tasje, met daarin alles van nieuwe veters tot iets om de ijzers strakker vast te draaien op de schoenen. „Ik heb alles. Als ik niet alles heb wat ze nodig hebben, dan ben ik mijn baan kwijt.”

Lees ook: Het succes van het shorttrack bleek maakbaar

Geweerdoos

En dan is er de ‘pits’, zoals bondscoach Otter het noemt in autosporttermen. Zoals coureurs wisselen van banden, kunnen de shorttrackers terecht bij Carpenter en zijn grote zwarte geweerdoos, waarin nu reserve-ijzers zitten. Ongeveer drie per persoon. Vrouwen aan de ene kant, mannen aan de andere kant van de doos. En sinds enige tijd heeft hij een mobiel apparaat om de ijzers mee te ronden en krommen, dat gaat altijd mee op reis.

Het slijpen doen de shorttrackers nog altijd zelf, maar voor de rest kijken ze naar Carpenter. Een grote verantwoordelijkheid en van te veel aandacht houdt hij eigenlijk niet. Tijdens de perspresentatie voor de EK in Dordrecht dichtte Otter hem, wijzend naar Carpenter achterin de zaal, een sleutelrol toe. Hoefde van hem niet zo.

Carpenter is ervan overtuigd dat je je door goed materiaal kunt onderscheiden, dat de juiste afstelling tienden in rondetijd op het ijs kunnen opleveren. „Maar ja, dat is moeilijk te bewijzen.” Slecht materiaal daarentegen, dat voel je meteen. En dat moet hij voorkomen. Als het goed gaat, ligt het aan de schaatsers, gaat het fout, is hij de boeman. „Ik moet ervoor zorgen dat de ijzers elke keer als de schaatsers op het ijs staan voelen als in de training.”

Hoe beter de ploeg het doet, ook tijdens deze WK, hoe drukker hij het krijgt en hoe gestrester hij zelf wordt. Zeker voor een relay: vier schaatsers tegelijk op ijs dat steeds slechter wordt, alles moet perfect zijn. „Ik moet dan niet te veel koffie drinken, want dan krijg ik een paniekaanval.”

Het enige wat de shorttrackers moeten doen, in de ideale omstandigheden, is hard schaatsen en niet de verkeerde beslissingen maken. „Ze vertrouwen op het belangrijkste gereedschap voor het shorttrack”, zegt Carpenter. „En ze vertrouwen mij voor 1.000 procent. Het is moeilijk om dat te verdienen.”

Lees ook het interview met Suzanne Schulting: ‘Ik wil laten zien: dit goud was geen toevalstreffer’