Opinie

    • Mirjam de Winter

Doodgaan

‘Het is wat”, zegt mijn 89-jarige schoonmoeder deze week op haar sterfbed, telkens als ze verschoond of verlegd moet worden: „Het is wat”. Heel veel filosofischer kan er niet meer gesproken worden over haar naderend einde, misschien omdat er ook niet zoveel meer te zeggen valt, maar vooral omdat ze er de kracht niet meer voor heeft. Een zwakjes „ja” of „nee” als antwoord op een vraag, daar moeten we het als familie dan maar mee doen. Wel blijft ze vasthouden aan allerlei beleefheidsrituelen in de omgang met ‘vreemden’. Vriendelijk glimlachen tegen buren of verzorgers, ze steeds weer bedanken voor „de goede zorgen” en zelfs een „doe je voorzichtig op de weg?” bij het afscheid nemen van een thuiszorgmedewerker.

De sfeer is een beetje alsof je aan een kraambed zit, sereen en vertederend. Ze is op ‘natuurlijke wijze’ aan het sterven, thuis en zonder sedatie (op een morfinepleister na). De gelijkenis met een natuurlijke thuisbevalling en een kraambed is er overigens op tal van momenten. In praktische zin: wel of geen verdoving, hoe lang gaat het nog duren, moeten we het proces wel of niet versnellen met medicatie? Maar ook de fluisterende toon van bezoekers die de baby of in dit geval de stervende niet willen wekken, de intimiteit, de ontroering over het nieuwe of het eindige leven, de ongemakkelijke momenten bij het verschonen of wassen van de stervende of kraamvrouw. Geboorte en dood blijken dichter bij elkaar te liggen dan ik dacht, en dus niet alleen in filosofische zin.

Eenzelfde soort ergernissen is er ook trouwens. Bezoekers die teveel parfum dragen (zowel barende vrouwen als stervende mensen zijn er overgevoelig voor), luidruchtig zijn of onaangekondigd langskomen en aan het bed slap gaan zitten ouwehoeren over een kappersbezoek of de aanschaf van een nieuwe auto. Mijn schoonmoeder deed overigens hetzelfde toen ze vijfentwintig jaar geleden aan mijn kraambed zat, met haar koetjes en kalfjes en bijna hysterische poetsdrang. Hygiëne op het kraambed was van groot belang, predikte ze, en dus schrobde ze zelfs de koffiekan met bleekmiddel, waarna de kopjes koffie voor de kraamvisite nog wekenlang naar chloor smaakten. Het is haar vergeven, want ze werd de liefste oma van de wereld.

In een ‘laatste-wens-brief’ die deze week opdook (een kladje met soms onnavolgbare aanwijzingen voor de uitvaart en afwikkeling van de erfenis) stond beschreven dat ze 100 euro aan het kerkkoor wil schenken, en de rest van het geld aan haar vier kleinkinderen. Lief bedoeld natuurlijk, maar er is geen enkele reden voor het onterven van haar eigen kinderen en het is onwettig bovendien. Maar die discussie gaan we nu niet voeren, dat komt later wel.

Inmiddels duurt dat ‘natuurlijk sterven’ alweer tien dagen en gebruikt ze die tijd om zich te verzoenen met haar lot, al bungelt er af en toe een traan over haar wang. „Ik ben voorbereid”, zei ze tijdens een onrustig moment in de nacht. En iets later met een rozenkrans tussen haar vingers geklemd: „Heer, reik mij uw hand”. Maar het moment van overlijden valt, net als met een natuurlijke bevalling, nou eenmaal niet te voorspellen. En zo zien we haar – zonder van haar zijde te wijken – tergend langzaam wegglijden in het oneindige. Het is wat.

Mirjam de Winter ( @mirjamdewinter ) is freelance journalist en stadsgids in Rotterdam.

    • Mirjam de Winter