Om eten te kopen moet je eerst je dochter uithuwelijken in Jemen

Jemen De nood in Jemen is volgens de VN hoger dan ooit. Naast voedseltekorten vormen ook landmijnen een groeiend probleem.

Ontheemde Jemenitische kinderen uit de provincie Hodeidah in een vluchtelingenkamp in het noordelijke district Abs.
Ontheemde Jemenitische kinderen uit de provincie Hodeidah in een vluchtelingenkamp in het noordelijke district Abs. Foto Essa Ahmed/AFP

Nooit eerder vroegen de Verenigde Naties de internationale gemeenschap om zoveel humanitaire hulp voor één land als vorige week voor Jemen: 4,2 miljard dollar. Na bijna vier jaar oorlog tussen de Houthi’s en de coalitie onder leiding van Saoedi-Arabië die de verdreven regering van president Hadi weer in het zadel probeert te helpen, neemt de afhankelijkheid van het buitenland alleen maar toe. De nood stijgt op vrijwel alle fronten.

„In de districten waar ik werk, sterven nog steeds kinderen van de honger”, zegt Aisha Thawab, die een hulporganisatie voor vrouwen en kinderen in het noordwesten van Jemen leidt. „Veel families eten maar twee maaltijden per dag en die bestaan dan louter uit brood en thee. De gevechten zijn intussen verhevigd. Vooral het artillerievuur zorgt voor verwoestingen. Het enige ziekenhuis in het district Abs is al twee keer geraakt.”

Thawab woonde de jaarlijkse donorconferentie van de VN in Genève bij en bezocht daarna hulporganisatie Oxfam Novib in Den Haag samen met vrouwenactivist Laila Al-shabibi uit de zuidelijke stad Aden. In het zuiden, waar Hadi en zijn bondgenoten heersen, is de toestand iets minder schrijnend dan in het noorden.

Alarmerende cijfers

De cijfers van de VN voor Jemen als geheel zijn nog alarmerender dan een jaar geleden. Van de ruim 30 miljoen Jemenieten hebben er 24 miljoen voedselhulp nodig. Voor zo’n tien miljoen mensen dreigt acute hongersnood. Ruim 4 miljoen mensen zijn in eigen land gevlucht voor het oorlogsgeweld.

De situatie in het noordwesten van Jemen, dat door de Houthi’s wordt gecontroleerd, is zo wanhopig dat veel gezinnen hun dochters nog eerder proberen uit te huwelijken dan ze al deden. Was het niet ongebruikelijk meisjes vanaf elf jaar te laten trouwen, nu gebeurt dat soms al met meisjes van drie jaar. Niet dat er dan al seks aan te pas komt – de meisjes worden tot hun elfde of daaromtrent ingezet als huishoudelijke hulpjes. Met de bruidsschat kunnen de ouders van de dochter weer eten voor de andere leden van het gezin kopen.

In Thawabs district Hajjah zitten ook zo’n 30.000 ontheemden. Vaak durven ze hun dorpen niet meer in wegens de landmijnen die de Houthi-strijders daar hebben gelegd om hun vijand tegen te houden. Dat zijn de troepen van de door Saoedi-Arabië geleide coalitie.

Ook bij de naburige havenstad Hodeida, eveneens in handen van de Houthi’s, vormen landmijnen een ernstig probleem. „Vlak voor ze in december naar vredesoverleg in Zweden gingen, hebben de Houthi’s er nog weer flink wat mijnen bij gelegd”, vertelt Thawab, terwijl ze haar grijze hoofddoek herschikt. Hoewel het in strijd met internationale conventies is om landmijnen te leggen, is het wel een effectief wapen. De landmijnen van de Houthi’s, aldus militaire deskundigen in The New York Times vorige maand, verklaren deels waarom de op papier veel sterkere troepen van de Saoedische coalitie in de praktijk weinig terreinwinst hebben weten te boeken op de Houthi’s.

Lees ook: Akkoord over terugtrekken troepen Jemenitische havenstad Hodeida

Maar het zijn vooral burgers die hiervoor een hoge prijs betalen. Een gezin dat in december per auto terug wilde keren naar Hodeida raakte een mijn. „De moeder en het kind waren op slag dood door de explosie en de vader verloor zijn benen”, zegt Thawab. Ze noemt ook het geval van een groep vissers die werkloos thuis zitten. Ze kunnen hun boten niet meer bereiken omdat die achter een cordon van mijnen liggen.

Bij gebrek aan een eigen functionerende overheid zijn vooral de mensen in het noorden van Jemen afhankelijker dan ooit van de hulpverlening uit het buitenland. Zo’n 90 procent van hun voedsel komt volgens sommige ramingen langs deze weg binnen. Vooral VN-hulporganisaties als OCHA en WFP spelen hierbij een hoofdrol. Voorlopig kunnen die weer vooruit: donoren in Genève zegden in totaal 2,6 miljard dollar voor dit jaar toe. Maar die dominante rol van de VN heeft volgens Thawab en Al-shabibi ook zijn schaduwkanten. „De hulpverlening is dikwijls niet erg efficiënt omdat de VN-organisaties de lokale bevolking niet voldoende betrekken bij hun beslissingen. Ze leveren bijvoorbeeld wel voedsel maar geen gas om op te koken”, zegt Al-shabibi. „En als de VN een bepaald gebied als een militaire zone aanmerken, mogen hulpverleners dat gebied niet in. Mensen die daar zitten krijgen dan niets. De VN zijn bovendien dikwijls te bureaucratisch.”

Ook zou de VN verder vooruit moeten kijken. „Met alleen noodhulp komen we niet verder”, zegt Thawab. „We moeten ook al vast werken aan de wederopbouw van ons land.”