De game Devil May Cry 5 is pulp om verliefd op te worden (●●●●)

Hier ligt de nadruk niet op doden, maar op hoe over-the-top je de vijand inmaakt. Oefenen dus, totdat je het heerlijke moment bereikt waarop je instinctief als een kat met je prooi speelt.

Devil May Cry 5.
Devil May Cry 5. Beeld Capcom

Overal fetisjkleding met decolleté (m/v), keiharde gotische klassiek-metal-dancemuziek en bizarre trucjes op grommende motoren: vechtreeks Devil May Cry (DMC) is de puurste vorm van pulp die de game-industrie kent.

Het laatste deel in deze klassieke Japanse reeks is – op een westerse reboot in 2013 na – alweer elf jaar oud. Afgelopen zaak? Niet dus. Vorig jaar verscheen opeens een trailer voor Devil May Cry 5, volgeladen met slow-motion stunts en oneliners op de maat van een stampende themesong vol seksueel getinte teksten. Maker Capcom kon niet duidelijker zijn geweest: DMC is terug, en anders dan generatiegenoten heeft het helemaal geen zin zichzelf opnieuw uit te vinden.

Heerlijk. Ja, in mijn achterhoofd bromt een feministische stem dat de camera te veel staart naar vrouwenlichamen, dat achteloos wordt omgegaan met de handicap van de eenarmige Nero. Maar voor elke naakte dame een man in zwartleren corset, of een koene superheld die plotseling in een melodramatisch dansnummer uitbreekt – dit is pulp, onzin om verliefd op te worden. In al haar excentriciteit blijft DMC tijdloos, een uniek karikaturale, Japanse blik op westerse jaren-90-cool.

Voor elke naakte dame een man in zwartleren corset

Deel vijf opent met de komst van de kwaadaardige demon Urizen, die onze helden – de half-demon Dante, zijn neefje Nero uit deel 4 en de mysterieuze nieuwkomer V – in de eerste missie verslaat. Nero moet met zijn getatoeëerde, kettingrokende zakenpartner Nico (de bron van de meeste sexy-vrouwenshots) en V op road trip om de verdwenen Dante te vinden voordat Urizen de mensheid kan vernietigen.

Hier ligt de nadruk niet op dát je vijandelijke demonen verslaat, maar hoe stoer en over-the-top je die inmaakt, met zoveel mogelijk verschillende knoppencombinaties – daar krijg je punten voor. Je wisselt constant tussen drie helden met compleet verschillende vechtstijlen, wat het niet altijd gemakkelijk maakt om de besturing aan te leren. Bij de één betekent een druk op de knop het aanzetten van supermodus Devil Trigger, terwijl het bij de ander een wapen weggooit. Oefenen dus, totdat je dat heerlijke moment bereikt waarop je instinctief als een kat met je vijanden speelt.

De oorspronkelijke DMC-held Dante biedt daarbij weinig nieuws voor de fans. Zijn aanpassingsvermogen speelt vooral lekker vertrouwd: snel schakel je van een zwaard naar een stel klauwen of een pistool naar een bazooka. Nero is interessanter. Hij heeft verschillende armprotheses met superkrachten, die pas te verwisselen zijn als de vorige kapot is. Dat vereist strategisch denkvermogen: wat neem je mee, een prothese die de tijd kan stoppen, of één die in een zweep kan veranderen?

V, te zwak om te vechten, is uniek. Hij moet vijanden ontwijken en stuurt drie getrainde demonen aan, een vogel die kan schieten, een panter met scherpe randjes en een reus met enorme vuisten. Het plaatst je zover buiten de actie dat het even wennen is, maar V schudt vastgeroeste gewoonten wél lekker los.

Adrenalinestoot voor volwassenen met een tienerhart

De omgevingen hadden een moderniseringslag kunnen gebruiken: ze zijn nog vaak grauw en inwisselbaar. Sowieso leunt de game op een nostalgie die soms teveel vervalt in ‘kijk, ken je deze nog?’. Het verhaal probeert in de laatste uren een buiging te doen naar het verleden, maar de zwakke ontknoping weet niet altijd de juiste balans te vinden tussen sentimentaliteit en het verder heerlijk giebelend-sarcastische hart van deze game.

Kleine klachten, die de pret niet drukken. Devil May Cry 5 is wat het moet zijn: een eindeloos herspeelbare adrenalinestoot voor volwassenen met een tienerhart.