De dag dat aandelen bijna gratis waren

Koopjesjacht Aandelen zijn anders dan andere producten. Als ze echt spotgoedkoop zijn geworden, wil niemand ze meer hebben. Op opa na. Die kocht op 9 maart 2009, toen het bloed door de straten stroomde.

De Stier op het Beursplein in 2014. Op 9 maart 2009 kwam de AEX-index op 194,99 punten terecht.
De Stier op het Beursplein in 2014. Op 9 maart 2009 kwam de AEX-index op 194,99 punten terecht. Foto Evert Elzinga/ ANP

Het was de zwartste dag in een reeks van toch al donkere dagen en weken op de financiële markten. Juist door die intense somberheid was het de ultieme koopjesdag op de beurs.

Zaterdag is het tien jaar geleden dat de graadmeter van de Amsterdamse beurs, de AEX-index, naar een zeldzaam dieptepunt zakte. Op 9 maart 2009 kwam de index op 194,99 punten terecht. Inmiddels staat de graadmeter rond 537 punten.

Het was zo’n moment dat beleggers zich de gouden tip herinnerden die wordt toegeschreven aan de financier Rothschild: aandelen moet je kopen als het bloed door de straat stroomt. Al kwam dat inzicht voor menigeen wat later.

Op die 9de maart waren beurs en beleggers nog steeds in de ban van de kredietcrisis die bijna een half jaar eerder, op 15 september 2008, was uitgebroken met het onverwachte faillissement van de Amerikaanse zakenbank Lehman. Daarna trok de crisis een spoor van chaos en schade door de grote westerse landen. Overheden en centrale banken probeerden de financiële paniek te bezweren. Ministers van Financiën staken honderden miljarden euro’s in reddingsacties voor banken. Centrale banken steunden financiële instellingen met renteverlagingen en bijna onbegrensde liquiditeitssteun. Vervolgens stortte de economie in. De angst voor massawerkloosheid greep om zich heen. Beurskoersen kelderden, herstelden zich een beetje en namen een nieuwe duik omlaag.

Leuk voor later

„Op zo’n moment, als het proces van koersdalingen zo lang duurt, weet je dat je eigenlijk aandelen zou moeten kopen”, zegt analist en strateeg Corné van Zeijl van vermogensbeheerder Actiam. „Maar elke dag dat je het deed, had je de dag daarop weer spijt, want de koersen waren al weer lager.”

De Amsterdamse beurs kreeg extra optaters omdat Nederland zoveel geldgiganten had (ING, Aegon, Fortis-ABN Amro, SNS Reaal) die een stevig stempel drukten op de beursgraadmeters. In goede, en nu in slechte tijden.

Op die 9de maart had Van Zeijl een handelaar aan de lijn, die vertelde dat hij aandelen had gekocht. Want wat zou hij anders zijn kleinkinderen moeten vertellen? Wat had opa gedaan toen de AEX-index op z’n dieptepunt stond? Niks?

Van Zeijl dacht ‘ja, zit wat in’, en kocht voor zichzelf en zijn kinderen simpele financiële producten die de stand van de AEX volgen. Leuk voor later. Hij schreef er twee jaar geleden, bij de achtste verjaardag van het historische koopmoment, een column over in Het Financieele Dagblad. „Die belegging hebben ze nog steeds. Ze studeren nu, dus een deel van het geld is gebruikt. Maar het is ook een van de geheimen van financieel succes: een goeie belegging niet te snel verkopen.”

Ons 1929

Waarom duurde het na het Lehman-bankroet nog meer dan vijf maanden voor de aandelenmarkt dat dieptepunt bereikte? „Het was voor beleggers heel moeilijk te bevatten wat de gevolgen hiervan zouden zijn”, zegt Lukas Daalder, beleggingsstrateeg bij vermogensbeheerder BlackRock. Wie had hier ervaring mee? Dit was ons 1929, erkent hij, onze Great Crash.

Op het moment van het failliet van Lehman besefte lang niet iedereen wat de repercussies zouden zijn, denkt Van Zeijl. „Ik had toen contact met mensen in de Londense City, bij banken, die me vertelden dat zij balen rijst hadden gekocht.” Dat zagen ze als een soort zekerheid voor als het financiële systeem zou imploderen en banken als dominostenen zouden omvallen.

Als de koersen stijgen, ontstaat een tijdje een hebben-hebben-kopen-kopensfeer

Bedrijven op hun beurt moesten maar proberen zelf overeind te blijven. Het duurde even voordat de schokken van het financiële systeem en de economie verwerkt waren. Van Zeijl: „Ondernemers hadden bij wijze van spreken niet eens tijd om meteen mensen te ontslaan. Ze waren bezig hun bedrijf te redden.”

Vergelijk het met de naschokken van een aardbeving, zegt Daalder. Alles gebeurt met vertragingen. Het nieuws én de psychologie van beleggers doen de rest. Zoals Warren Buffett, een van de meest succesvolle Amerikaanse vermogensbeheerders, pleegt te zeggen: aandelen zijn anders dan andere producten. Voor vrijwel alles geldt: als het goedkoper wordt, willen meer consumenten het hebben. En andersom: als prijzen stijgen, haken consumenten af. Maar met aandelen handelen mensen precies andersom. Als de koersen kelderen, wil niemand die aandelen meer aanraken. Maar als de koersen stijgen, ontstaat een tijdje een hebben-hebben-kopen-kopensfeer. Dan is iedereen juist bang om de boot te missen.

Alles verkopen

In die maanden na Lehman kwam alleen maar slecht nieuws. Alleen maar extra onzekerheid. En als dan ook de laatste optimist een pessimist wordt, volgt – zoals dat dan heet – het moment van capitulatie. Daalder: „Dan zeggen mensen: dit wordt niks meer. Alles verkopen.”

Dat was de dag dat je op een historische koopjesjacht kon gaan. Aandelen Shell? Ze kostten toen 16,50 euro per stuk (nu is de koers meer dan 27 euro). Philips ging weg voor 11,33 euro (nu rond 36 euro). Voor chipmachinefabrikant ASML betaalden beleggers toen nog geen 12 euro, terwijl het aandeel nu 158 euro kost.

En wat te denken van een van de Nederlandse symbolen van de kredietcrisis: ING. De koers sloot op 9 maart op 1,96 euro. Ruim vijf maanden eerder had minister van Financiën Wouter Bos (PvdA) het financiële concern een kapitaalinjectie gegeven van 10 miljard euro. Daarbij baseerde hij zich op een aandelenkoers van 10 euro. Anders gezegd: in de tussentijd was 80 procent van de waarde verdampt. Inmiddels is de koers van ING rond 11 euro.

Toen het dieptepunt op 9 maart werd bereikt, had de beurs natuurlijk al een gestage gang omlaag gemaakt, onderstreept Van Zeijl. De AEX-index begon 2008 boven de 500 punten, kelderde naar 195 en stond eind 2009 alweer op 337.

Daalder, droogjes: „De beurs overdrijft altijd. Omhoog en omlaag.”

Lees ook de analyse: De volgende crisis? Is de Lehmancrisis wel voorbij?