Opinie

Chef voetbal bleef thuis

Frits Abrahams

Als ik iemand de triomf van Ajax in Madrid gunde, was het wel trainer Erik ten Hag. Hij bleef na afloop, als altijd, keurig in zijn commentaar, maar hij moet innerlijk hebben gegloeid van genoegdoening. Met de prestatie van zijn team had hij zijn vijanden voorlopig de mond gesnoerd.

Hij verwees alleen terloops naar „een aantal experts die er niet in geloofden”. Dat was voldoende, de Ajax-watchers wisten meteen wie hij bedoelde: Valentijn Driessen, de ‘chef voetbal’ van De Telegraaf en Johan Derksen en René van der Gijp van het tv-programma Veronica Inside. Dat zijn vanaf zijn aanstelling bij Ajax de grote tegenstanders van Ten Hag geweest. Samen hebben zij onmiskenbaar veel invloed in het voetbalwereldje.

Ook omdat Driessen regelmatig aanschuift bij dit tv-programma, was Ten Hag voortdurend het doelwit van spot en minachting. Van der Gijp begon al gillend krom te liggen over de talkshowtafel als hij alleen maar naar beelden van Ten Hag kéék. Ten Hag was maar „een boertje van buut’n” die niet uit zijn woorden kon komen, hij maakte zichzelf belangrijk terwijl hij eigenlijk niets voorstelde, hij was hooguit geschikt als trainer van een middelmatig eredivisieploegje. Tot zover de vooroordelen.

Driessen beweerde al snel, zonder enig bewijs of bronvermelding, dat er door spelers en bestuursleden van Ajax veel geklaagd werd over Ten Hag en dat daarom zijn positie wankel was. Het eerste succes van Ten Hag – het bereiken van de Champions League – werd weggewoven. De analyse door met name Derksen kwam steeds hierop neer: als Ajax goed speelde lag het aan ‘het materiaal’ en als Ajax faalde lag het aan Ten Hag.

Zo heb je als voetbalexpert altijd gelijk.

Derksen en Van der Gijp hebben verstand van voetbal en hun kijk erop is soms verfrissend nuchter en sceptisch. Dat is de goede kant van hun programma. Maar de slechte kant is dat het afzeiken van anderen een verdienmodel is geworden; ze doen het ook als er nog geen enkele reden voor is. Ze raken daardoor verstard in hun negativisme en beseffen te laat wanneer er progressie gaande is. Hun kritiek verzandt dan in voorspelbaar cynisme.

Zo bleven ze te lang negatief over het Nederlands elftal dat op het WK van 2014 in Brazilië zo verraste; dat kwam ook doordat ze een hekel hadden aan coach Louis van Gaal, hun favoriete pispaal vóór Ten Hag.

Ajax in Madrid? Dat kon volgens deze drie eensgezinde kenners natuurlijk nooit wat worden. Valentijn Driessen ging zelfs zo ver in zijn afwijzing dat hij, de chef voetbal van De Telegraaf, openlijk op tv aankondigde dat hij niet naar Madrid ging. Hij „geloofde er niet in”, hij kon zijn tijd wel beter gebruiken. Hoe graag zou ik de dag na de triomf van Ajax het slechtnieuwsgesprek tussen de hoofdredacteur en zijn chef voetbal hebben gevolgd.

Hoofdredacteur: „Sinds wanneer is het een criterium bij de keuzes in de voetbalverslaggeving of jij ergens in gelooft?” Driessen: „Sinds ik Ten Hag een waardeloze coach vind.” Hoofdredacteur: „En als hij nou succesvol blijkt?” Driessen: „Dan ligt het aan de spelers, niet aan hem.” Hoofdredacteur: „Het lijkt me voor onze sportredactie, en in het algemeen voor de toekomst van De Telegraaf, beter dat jij een jaartje alleen maar Fortuna Sittard volgt, of je er nou in gelooft of niet.”