CBS: aantal woninginbraken neemt af

Steeds minder Nederlanders zijn slachtoffer van een woninginbraak. Dat komt volgens het CBS onder meer doordat er meer aan preventie wordt gedaan.

Een inbreker wrikt de voordeur van een woning open.
Een inbreker wrikt de voordeur van een woning open. Foto Jerry Lampen/ANP

In 2017 was 11,6 procent van de Nederlanders in de vijf jaar daarvoor slachtoffer geweest van een woninginbraak. Dat concludeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vrijdag na een analyse van de Veiligheidsmonitor van 2017. Het is 1 procentpunt lager dan in 2012.

Recent promotieonderzoek aan Universiteit Leiden toont: na therapie daalt crimineel gedrag bij jongeren spectaculair – met 87 procent.

Het CBS vraagt daarnaast jaarlijks aan mensen of er in het voorgaande jaar nog bij ze is ingebroken. In 2012 was bij 2,9 procent van de Nederlanders het antwoord ja. In 2017 nog 2 procent, het laagste percentage in jaren. Dat komt volgens een woordvoerder deels doordat er meer maatregelen worden getroffen. Zo had 76 procent in 2017 buitenverlichting, en 65 procent extra veiligheidssloten.

In wat voor soort woning of buurt mensen wonen, is van invloed op het “slachtofferschap” van woninginbraken. Inbrekers slaan naar verhouding het meest hun slag in duurdere woningen en buurten, en in verstedelijkte gebieden. Een op de vijf bewoners van een woning met een WOZ-waarde van meer dan 500 duizend euro, zei in 2017 slachtoffer te zijn geweest van een inbraak. In Noord-Holland woonden in dat jaar de meeste mensen bij wie in de vijf voorgaande jaren is ingebroken. In het noordoosten van Nederland de minsten.

Goed met de buren

De onderzoekers concluderen dat sociale cohesie in een buurt de kans op inbraken verkleint. In gebieden waar buurtbewoners sterk contact hebben met elkaar, gaf in 2017 11 procent van de mensen aan in de afgelopen vijf jaar slachtoffer te zijn geweest van een woninginbraak. In buurten waar weinig cohesie is, was dat percentage 26 procent.

Woninginbraken kwamen in 2017 relatief het minst voor in seniorenflats, of flatgebouwen van vijf of meer verdiepingen. Bewoners van een benedenwoning gaven juist meest aan te maken te hebben gehad met een inbraak: 17 procent.