Recensie

Recensie Theater

‘Art’ hengelt met veel gebuitel en gespring naar de lach

In Art krijgen drie vrienden slaande ruzie, omdat één van hen een peperduur schilderij heeft gekocht. Met speelgoedgeweren maken Waldemar Torenstra, Frederik Brom en Thijs Römer jacht op elkaar.

Op de voorgrond Waldemar Torenstra (Serge), op de achtergrond Thijs Römer (Ivan) en Frederik Brom (Mark) in ‘Art’.
Op de voorgrond Waldemar Torenstra (Serge), op de achtergrond Thijs Römer (Ivan) en Frederik Brom (Mark) in ‘Art’. Foto Annemieke van der Togt

Serge is dolblij met zijn peperdure kunstwerk: een wit doek, waarop – als je heel goed kijkt – een paar witte lijnen te zien zijn. Vriend Mark vindt het maar rommel en uit dat hartstochtelijk. De derde vriend, Ivan, heeft eigenlijk wel iets anders aan zijn hoofd (zijn aanstaande huwelijk), maar wordt uiteindelijk ook hij in de discussie gezogen. Het loopt totaal uit de hand.

De succesproductie Art van de Franse Yasmina Reza (ook bekend van Le dieu du carnage, verfilmd door Roman Polanski) is veel vertaald, won toneelprijzen en stond jarenlang op West End en Broadway. In Nederland is de opvoering met Hans Kesting, Paul de Leeuw en Edwin de Vries uit 2001 een bekende; recenter speelden Victor Löw, Sjoerd Pleijsier en Huub Stapel de vrienden. More Theater Producties heeft nu drie acteurs gestrikt, die bij een groot publiek bekend zijn: Waldemar Torenstra (als Serge), Frederik Brom (Mark) en Thijs Römer (Ivan).

De spelers mogen zich uitleven op Reza’s tekst, die zorgvuldig toewerkt naar escalatie van de vriendschap. Daarin is Serge de kunstliefhebber, die Seneca leest. En hij leest zijn vrienden de les. Een verbolgen Mark zegt dat hij zijn beste vriend nauwelijks nog herkent in deze elitaire karikatuur. Ivan dwarrelt lang tussen alle onenigheid door. Hij wordt fijn gespeeld door Römer, als een hippie die met alle winden meewaait en vooral de lieve vrede wil bewaren.

Vriendenruzie

Regisseur Paula Bangels plaatst de vrienden in een abstracte, zwarte ruimte. Er zijn geen meubels; alleen een aantal oplichtende lijnen als de randen van een kubus, die gedurende de voorstelling uit het lood zakt. Ruimte genoeg voor een lekker robbertje vriendenruzie, zou je zeggen. Terwijl het schilderij onzichtbaar tussen publiek en acteurs hangt, leven de mannen zich op elkaar uit met speelgoedgeweren. Ook wordt er druk gezeuld met allerlei troep, van een knuffelalpaca tot pylonen en hoedjes.

Achter deze enscenering moet een ‘boys will be boys’-achtige gedachte zitten, maar het trekt vooral de spanning uit de tekst. In al het gebuitel en gespring wordt volop naar de lach gehengeld, bovenop een tekst die al voldoende humoristische momenten kent. Dat is te veel. Als de mannen elkaar verbaal beginnen af te breken, wil het niet grimmig meer worden. In de parade van grappige momenten is de inhoud volledig naar de achtergrond geduwd.