Weet je nog, zullen we later zeggen, 2019, toen we Madrid veroverden?

Real-Ajax Hoe de voetbaloverwinning op Real diepe sentimenten onder de Amsterdammers losmaakte.

Ajax-keeper André Onana juicht na de monsterzege op Real Madrid dinsdagavond.
Ajax-keeper André Onana juicht na de monsterzege op Real Madrid dinsdagavond. Foto Gabriel Bouys/AFP

We geven het woord aan Noussair Mazraoui: „Dit is iets heel groots. We hebben onszelf trots gemaakt. Amsterdam trots gemaakt. We hebben onze club trots gemaakt. Daar zijn geen woorden voor.”

Fout: er zijn wel degelijk woorden voor. De voetballer uit Alphen aan den Rijn, die zich vanaf zijn tiende jaar heeft laten kweken tot Ajacied, beseft dat hij Amsterdam heeft doen exploderen. Mede door hem is een oerbrul vanuit talloos veel cafés en huiskamers opgestegen die heel de nacht boven de Amstel bleef hangen. Hij geeft de stad (na 1973 en 1995) een derde jaartal geschonken. 2019.

Weet je nog, zullen we later zeggen, 2019, toen we Madrid veroverden? Dat we met 4-1 wonnen in Bernabeu met Mazraoui en Tadic en Ziyech, en wie nog meer, o ja De Ligt natuurlijk en Frenkie de Jong. En wow, die vrije trap van Schöne. Je-zus man, toen waren we groot. Zoiets maak je maar een paar keer in je leven mee.

De jongeren zullen denken, was ik maar oud. In mijn tijd verliezen we alleen maar van grote clubs als Real Madrid. Onze eredivisie stelt niks voor dus het wordt nooit meer wat.

Hoe bijzonder het was? Voetballers kunnen ingewikkelde zaken kort weergeven. Oorzaak is de snelheid waarmee ze beslissingen moeten nemen op het veld. Mazraoui formuleert op intuïtie: „Dit is geschiedenis.” Klaar.

Ongeloof, verbijstering

Intuïtief sprongen de kinderen van Amsterdam dinsdag met de borst vooruit tegen elkaar aan, de ogen wijd open als na een wilde avond in Escape. Het merk speed was Ongeloof. Verbijstering dat wij dit kunnen. Nog enigszins ingehouden sprongen ze in café De Avonden in Betondorp, vlak bij Johan Cruijffs geboortehuis; volkomen uitzinnig met honderden tegelijk sprongen ze in de Marktkantine in de Jan van Galenstraat. Van Oost naar West sprong Amsterdam in een bierdouche van razernij. Zoals een twintiger, te jong om ‘1995’ te hebben meegemaakt, het op AT5 zei: „We hebben fokking Madrid verslagen.”

Fokking Real is de rijkste en meest succesvolle club ter wereld. Aanvaller Gareth Bale verdient er jaarlijks evenveel als alle contractspelers van Ajax bij elkaar. Het geld maakt het voetballen kapot, weet iedereen, het is fokking oneerlijk en komende zomer zullen onze beste spelers vertrekken naar de miljoenen in Spanje, Duitsland en Engeland. Naar – zou zomaar kunnen – Madrid. Het totaal mesjokke springen, het de volgende dag ‘wat een avond!’ naar elkaar roepen, ‘wat een wedstrijd’, ‘wat een goals!’… De roes duurt niet veel langer dan een avondje Rembrandtplein, oké, maar lekker is het wel.

De vierduizend meegereisde supporters zullen hier tot hun dood over praten. Hoe ze het immense stadion Bernabeu stil kregen. Meer geluid maakten dan de drieënzeventigduizend Spanjaarden. De vijand op vreemde bodem verslaan, daar gaat niets boven. Dat De Zilvervloot werd aangeheven in Madrid is geen toeval. Dat gebeurde in 1973 al. Je weet wel, toen onze Gerrie Mühren de Spanjaarden vernederde – fijn woord, vernederen – door midden in de wedstrijd een balletje hoog te houden. In 1995 won onze Patrick Kluivert de Zilvervloot in Madrid als vertegenwoordiger van een jong en brutaal clubje onder leiding van Louis van Gaal.

Mentaal gezien zijn de veroveringen van 1973, 1995 en 2019 vergelijkbaar met die van 1628. Je weet wel, toen Piet Hein als zeerover in staatsopdracht de Zilvervloot van de Spanjaarden jatte in de baai van Matanzas. Mooie opkikker in de Tachtigjarige Oorlog was dat. Zou die rijke Spanjaarden leren. Was Amsterdam in korte tijd ineens geweldig machtig.

Onze koloniën zijn we al lang kwijt, maar soms, in de gesublimeerde oorlogvoering van het voetbal, gaan we als gekken te keer, stijgen we op in de verrukkelijke waan dat wij de goddelozen, de verwenden, de luie systeemdenkers aan het hof te slim af zijn geweest met onze techniek, slimme tactiek en ja, vooral dat, gogme. Omdat het zo Amsterdams klinkt.

Het illustreert wat wij ten diepste zijn, een kleine stad met grootheidswaan.

Enkele van de vele creaties op Twitter die wereldwijd rondgingen na de wedstrijd Real Madrid - Ajax.

De doelpunten waren zo mooi

Het bedwelmende van 5 maart 2019 is niet alleen dat we met 4-1 wonnen, maar ook dat onze vier doelpunten zo mooi waren; ragfijn en vernuftig als een doek van Rembrandt; getuigend van iets wat op een nauwelijks te verwoorden manier superieur was. We hebben ‘ze’ een lesje geleerd en dat stemde ons euforisch.

Met dank aan de jongens van admiraal Erik ten Hag. Ze zijn afkomstig uit Alphen en Arkel, uit Nkol Ngok en Taastrup, uit Leiderdorp, Dronten, Rafael Calzada, Nijkerkerveen, Backa Topola en Sao Paulo. Alleen Daley Blind werd geboren in Amsterdam, maar wat geeft het? De huurlingen trokken erop uit en keerden terug met het maximale, een buit waar we nog jaren mee voort kunnen.