‘Verwijderen asbest is minder ongezond dan eerder gedacht’

Asbestsanering Asbestsaneringsoperaties zijn vaak onnodig duur, blijkt uit onderzoek. Opdrachtgever was de branchevereniging voor woningcorporaties, Aedes.

De gezondheidsrisico’s bij de verwijdering van asbest uit woningen en panden zijn vaak veel kleiner dan tot nu toe is gesteld. Saneringsoperaties zijn daardoor vaak onnodig duur, concluderen onderzoekers van de universiteiten in Nijmegen en Utrecht, TNO en Crisislab in een dinsdag verschenen rapport . Ze hebben kritiek op de saneringsbranche, die in hun ogen vaak onnodige beschermingsmaatregelen neemt en daardoor consumenten en bedrijven op kosten jaagt.

De onderzoekers schreven het rapport in opdracht van branchevereniging voor woningcorporaties Aedes. Die organisatie klaagt al langer over de in haar ogen te dure saneringsoperaties die ze verplicht moet uitvoeren wanneer er in een gebouw asbest wordt aangetroffen. De verwerking van het materiaal in daken is sinds 1993 verboden, nadat was gebleken dat blootstelling aan bepaalde kritische hoeveelheden tot kanker kan leiden.

Sindsdien worden situaties met asbest met de grootste zorg behandeld. Dat is niet altijd onterecht. Werknemers die dagelijks zonder persoonlijke bescherming plafondplaten met zogeheten zacht asbest slopen, lopen wel degelijk gezondheidsrisico’s. „Daarvoor is het Nederlandse asbestbeleid terecht streng”, zegt onderzoeker Ira Helsloot, hoogleraar Besturen van Veiligheid van de Nijmeegse Radboud Universiteit. „Voor de bulk van het werk levert het verwijderen van asbest echter geen risico op voor de volksgezondheid.”

Hij wijst op het verwijderen van een asbesthoudende vensterbank. Het inschakelen van een gecertificeerd bedrijf is verplicht en kost al gauw zo’n 1.500 euro. Dit zit onder meer in voorzorgsmaatregelen, zoals ‘maanpakken’ ter bescherming van de saneerders.

Paar tientjes

Helsloot is kritisch over de prijzen die de sector hanteert: „Voor zo’n vensterbank is een mondkapje voldoende. Dat kost je een paar tientjes. De vraag is bovendien of een gecertificeerd bedrijf dat moet doen. Bij zulke lage risico’s moet je ook een gewoon klusbedrijf kunnen inschakelen.”

Het probleem zit volgens hem in de geslotenheid van de branche. Alleen gecertificeerde bedrijven mogen asbest saneren. Stichting Ascert houdt namens het ministerie een register met gecertificeerde bedrijven bij. De branche is daarin oververtegenwoordigd, zegt Helsloot. „Je houdt het systeem daardoor in stand.”

Volgens het Economische Instituut voor de Bouw (EIB) stegen de inkomsten uit asbestsanering tussen 2013 en 2018 van 190 miljoen naar 300 miljoen euro.

De komende tijd nemen die inkomsten naar verwachting verder toe, aangezien asbestdaken vanaf 2025 verboden zijn. Eind 2018 was in Nederland nog 80 miljoen vierkante meter dak asbest verwerkt.

Illegaal saneren en dumpen: avonturiers op de asbestmarkt

Hoogleraar Helsloot waarschuwt voor dure saneringsoperaties die het gevolg zijn. „Het risico door asbest is bij het verwijderen van cementhoudende daken nihil.”

Nuance in debat

De onderzoekers willen met het rapport nuance brengen in de publieke discussie . Helsloot: „De branche roept: van één vezel asbest kunt je kanker krijgen. Ja, van één houtstofvezel ook. De vraag is aan welke hoeveelheid je wordt blootgesteld. En welke kans loop je op gezondheidsrisico’s? Wij adviseren daarom: schat het risico in en neem proportionele maatregelen.”

Ook wordt gepleit voor een openbare databank met gegevens over asbestconcentraties. Nu houdt elk bedrijf die voor zichzelf. Daardoor zijn steeds nieuwe metingen nodig. „Als uit eerdere metingen blijkt dat een gebouw een laag risicoprofiel heeft, heb je minder metingen nodig.”

De organisatie die gaat over certificering van de branche, Ascert, kan zich daar wel in vinden. Voorzitter Elrie Bakker wil dat per situatie gekeken wordt naar de werkelijke risico’s. Ze waarschuwt voor gemakzucht in het debat. „Als je één keer zo’n vensterbank verwijdert, loop je misschien weinig risico. Maar als je honderd vensterbanken sloopt, neemt het risico toe dat er eentje breekt. Dan krijg je alsnog met gevaarlijke hoeveelheden te maken.”

Kritiek dat de branche oververtegenwoordigd is in Ascert wijst ze van de hand. „Vakbonden en Aedes zijn net zo goed vertegenwoordigd. En ja, er zitten saneerders bij. Maar zij zijn tegelijkertijd ook een grote bron van kennis.”

Branchevereniging voor saneringsbedrijven VAVB is kritisch . Voorzitter Leo Veldhuis stelt tegenover het ANP: „Niet nu centen besparen en straks veel duurder uit zijn door allerlei gezondheidsclaims. Asbest is en blijft een gevaarlijk, kankerverwekkend product. Wij hebben verantwoordelijkheid voor de mensen die ermee werken.”

De Tweede Kamer praat volgende week woensdag over het asbestbeleid.