Opinie

Thee maakt plaats voor champagne

Column Joyce Roodnat Judi Dench (84), Maggie Smith (84), Eileen Atkins (84) en Joan Plowright (89) stampen van de creativiteit, niet ondanks maar dankzij hun leeftijd. Wie maakt ze nog wat?

Joyce Roodnat

Ze zijn van 1934: Judi Dench en Maggie Smith en Eileen Atkins. Bijna 85 dus. En Joan Plowright is van 1929. Alle vier geridderd, dus alle vier ‘Dame’, vandaar de titel van de film over hun theevisite: Tea with the Dames. Vier actrices, vier kanonnen. Ze praten, ze maken grappen, ze halen herinneringen op. De theepot maakt plaats voor de champagnefles en dan is allang duidelijk dat zonder hen film, theater en tv in Engeland en de rest van de wereld een stuk minder leuk geweest zouden zijn.

Ze stampen en dampen van de creativiteit, niet ondanks maar dankzij hun leeftijd. Wie maakt ze nog wat? Niemand! En daar doen ze hun voordeel mee. Ik zag het ook bij de schrijfster Marga Minco, in het interview met NRC, afgelopen week. Ze is bijna 99 en ze is breekbaar. En ook zij controleerde superieur het gesprek. Ze is een fenomenaal auteur, maar dat is voor haar geen punt. En die P.C. Hooftprijs, och, die zat erin. Heerlijk. In Tea with the Dames is het niet anders. Tijdverlies, daar doen ze niet aan, en ook niet aan omtrekkende bewegingen. Ze zeggen wat ze bedoelen.

Lees ook de recensie van ‘Tea with the Dames’: Thee drinken voor de bühne

Judi Dench zal nu de beroemdste van de vier zijn. Sinds 1995 speelde ze in zeven James Bond-films M, de baas van de Britse geheime dienst. De puristen huiverden. M was traditioneel een man in een grijs pak en in Goldeneye zat achter zijn bureau ineens een vrouw van in de zestig. Niet eens een moederlijk type, maar unverfroren sexy. Dench gooide haar kont tegen de krib en grondvestte haar M vanaf de eerste scène op de volwassen flirt van een oudere vrouw. Bond en zij dagen elkaar behaaglijk uit, zonder seks, met erotiek – ja, jongens en meisjes, zo gaat dat. Ik weet het toevallig.

Maggie Smith is de diva van het gezelschap, althans, die hangt ze uit, want ze is ook de clown. En ze hield de hand vast van de stervende Laurence Olivier, dus lief is ze ook. Waar Smith meteen een relativerende grap overheen gooit. Wat is echt, wat is spel? Ons is verboden acteurs te verwarren met de rollen die ze spelen. Smith doet dat zelf de hele tijd. Met haar unieke verongelijkte mimiek en krakende stem speelde ze vaak de dame van hoge komaf. Hoogtepunt van die wereldvreemde relikwieën was de douairière in Downton Abbey . Haar transformeerde ze tot een vermakelijk groots fossiel. Intussen is ze zo triest en zo bang, alles wat nieuw is, bedreigt haar, dat schemert constant door.

In Tea with the Dames kruipt Maggie Smith regelmatig en tot algemeen genoegen eventjes in haar imago. Als ze plompverloren het gesprek onderbreekt om een setfotograaf zijn vet te geven met een kwijnend: „Móét hij er de héle tijd bij zijn?”, is ze op slag Harry Potters Professor McGonagall. En ik besef hoe mooi ze dat speelde, een heks die haar vak ernstig neemt.