Zangeres Sigrid

Foto Universal Music Group

Het succes van Sigrid: ‘Het is gezond om lui te zijn’

Interview Sigrid De druk op de Noorse zangeres Sigrid was enorm, sinds ze BBC Sound of 2018 werd. Deze week komt haar debuut Sucker Punch uit. „Ik zal altijd een beetje Noors klinken, dat vind ik cool.”

Het is doodstil in de kleedkamer boven de Melkweg in Amsterdam. In het midden van de ruimte staat een wankele tafel met daarop een zoet geurend waxinelichtje en een kop thee met stukken gember en citroen op de bodem. Het licht is gedimd. Achter die kop thee zat net nog de Noorse zangeres Sigrid, klaar om ronduit over haar leven en muziek te praten, tot de eerste vraag. Want daaruit bleek dat deze journalist op de hoogte was gebracht van de releasedatum van haar eerste album, terwijl alle details daarover dan, we spreken eind november, nog angstvallig geheim worden gehouden.

Paniek.

Haar gezicht vertrekt, de gulle lach waarmee ze net nog zo hartelijk wat te drinken aanbood verdwijnt.

„Ehm… wie heeft je dat verteld? Het spijt me. Ik ben zo terug.” En weg is ze.

Dat debuutalbum , Sucker Punch, komt uit op 8 maart, weet nu iedereen. Het album vol dansbare, frisse synthpop rond de heldere stem van Sigrid, met zachte elektronica en koele, drijvende bassen, moet de apotheose worden van een lange periode waarin de 22-jarige Sigrid Solbakk Raabe als Grote Belofte door het leven ging. Er stond al een spotlight op de zangeres dankzij singles als ‘ Don’t Kill My Vibe’ en het stuiterende ‘ Strangers’, maar toen ze eind 2017 werd verkozen tot Sound of 2018 door de BBC, floepten overal in Europa de zoeklichten aan. Ze won in eigen land de prestigieuze Spellemannprisen voor Nieuwkomer van het jaar (dit jaar is ze opnieuw genomineerd, nu voor Popartiest van het jaar en Nummer van het jaar), pakte drie nominaties voor de MTV Awards en stond vorige maand nog in Forbes’ ‘ 30 Under 30’-lijst. ‘De nieuwe Lorde’, schreef The Guardian – Lorde zelf zette Sigrid op haar playlist. In Nederland onderstreepte ze haar titels met sterke optredens op Eurosonic, Pinkpop en in de Melkweg.

Sigrid’s ‘Strangers’, inmiddels ruim 44 miljoen keer bekeken:

Een onvervalste hype dus. De druk op de Noorse om met een album te komen dat die hype ook maar enigszins recht doet, is enorm. En terwijl zij nog denkt dat alles en iedereen om haar heen de releasedatum en details van de plaat geheimhoudt, zit hier een Nederlandse journalist die het ineens ook blijkt te weten; haar paniek is best te begrijpen.

Maar als ze na een kleine tien minuten terug de kleedkamer inloopt is de lach terug, en de controle ook. „Sorry dat ik wegging! Niet jouw schuld! Gewoon, communicatie. Oef, haha!”

„Ja dat album dus ”, zegt ze grijnzend, „daar maken m’n fans zelfs al grappen over, omdat ik er nooit wat over wil zeggen. Die druk voel ik absoluut. Maar het was tot nu toe ook een heel leuk proces en ik weet niet hoe ik het zou vinden als niemand me ernaar vroeg.”

Zangeres Sigrid

Foto Universal Music Group

Onbezorgd is ze allerminst. Dat bewijst haar eerdere schrikreactie, maar tegelijk is haar uitstraling het tegenovergestelde: Sigrid heeft iets zorgeloos, tussen de waxinelichtjes met haar hoge coltrui die ze telkens een beetje strakker om haar keel plooit om haar stem te beschermen. En die uitstraling heeft ze ook op het podium. Er zit een bepaalde ontspanning in haar shows, waarin ze vol energie danst en zingt, zwiepend met haar paardenstaart, alsof ze perfect op haar gemak is.

Misschien omdat haar basis zo solide is. Ze groeide op in Ålesund, een prachtig stadje met veel kunst, omringd door fjorden, bergen en de oceaan. Eigenlijk was alleen het weer er een minpunt. Toch speelde ze altijd buiten als kind, want dat vonden haar ouders belangrijk, naar goede Scandinavische traditie. Ze groeide er naar eigen zeggen in alle veiligheid en rust op als jongste van drie kinderen. „Ik was altijd heel erg verlegen, tot ik theater ging doen. Dat hielp me uit m’n schulp te kruipen. Ik vond het heerlijk om te doen alsof ik iemand anders was op het podium. Wat wel weer gek is, want als ik nu op het podium sta wil ik juist niemand anders zijn dan mezelf. Dat zou ik onnatuurlijk… – ”

Ze zingt middenin haar zin even mee met de soundcheck in de zaal van de Melkweg beneden, als vanzelf. Het refrein van ‘Strangers’ trilt door het gebouw, gezongen door iemand van haar team, maar met de kenmerkende, warm zoemende baslijn en klappende drums. Een nummer waarbij de koelste kikker niet stil kan blijven zitten – Sigrid zelf nog het minst.

Piano en zang

Haar muzikale wereld in Ålesund bestond uit wat haar twee muziekdocenten – piano en zang – haar leerden. „Mijn pianolerares wist dat ik een hekel had aan repeteren”, vertelt ze. „Dus in plaats van een hele stapel oefeningen, leerde ze me spelen met jazz- en soulakkoorden waar ik mee kon werken. En op een gegeven moment bracht ik gewoon mijn eigen geschreven liedjes mee. Zij liet me dan zien dat ik de akkoorden net een beetje anders kon spelen, of dat ik het anders kon laten klinken. Mijn zangleraar was net zo. Zij leerden me dat ik moest zingen en pianospelen op de manier die ik wilde, en zo mezelf kon blijven.” Ze heeft trouwens nog steeds een hekel aan repeteren. „Het saaiste wat er bestaat!”

Toen ze zeventien was kreeg Sigrid een platencontract, bij het kleine Noorse Petroleum Records. In 2013 bracht ze daar haar eerste single uit, ‘Sun’, een lief akoestisch liedje waarmee ze in Noorwegen wat bekendheid verwierf. Haar doorbraak kwam in 2016, vlak nadat ze door het grote, Britse platenlabel Island Records was getekend en single ‘Don’t Kill My Vibe’ uitbracht.

In dit nummer zat voor het eerst het bombastische wat Sigrid zo eigen is geworden. Het was haar pianolerares die haar dat aangaf, vertelt ze: „Ik hou van die grote liedjes met grote refreinen. Een van de eerste liedjes die ik schreef, was geïnspireerd op ‘ Hold the Line’ van Toto.” Ze zingt het lachend, armen in de lucht: „Hold the line! Tuh duh duh duuuh! Dat soort muziek heeft mijn muziek echt gekleurd. Ik hou erg van dat enorme drumgeluid. Toen ik opgroeide, luisterde ik met mijn ouders mee. Joni Mitchell, Neil Young, Chet Baker. Daarna luisterde ik veel Coldplay. Héél veel Coldplay. En Keane, Adele, Ellie Goulding en ook een beetje Nirvana – door mijn broer, die was fan. Misschien heb ik daar het rasperige in mijn stem wel van!” Allemaal artiesten met karakter dus. „Ja ik ben altijd aangetrokken geweest tot echt goeie songschrijvers, ook al had ik geen idee wat ze zongen toen ik nog geen Engels verstond. Het waren de melodieën die me trokken, niet de teksten. Gek eigenlijk, bedenk ik nu ik dat hardop zeg, omdat ik nu juist wel dol ben op goede teksten.”

Tijdens het schrijven van dit album luisterde ze ook veel naar Kacey Musgraves en Ariana Grande. „Ik vind vooral de productie van haar album Dangerous Woman fantastisch, dat is pop met zo’n enorm geluid. Maar ook Abba hoor, en Noorse muziek.”

Ze wordt wel eens typisch Scandinavisch genoemd, maar zelf hoort ze dat niet zo. „De Scandinavische sound is een beetje mystiek, met folkelementen. Maar dat heb ik niet. Misschien is het mijn stem? Daar hoor je het natuurlijk wel in, ik zal altijd een beetje Noors klinken en ik wil ook helemaal niet netjes Amerikaans of Brits gaan zingen. Het kleurt mijn muziek, dat vind ik juist cool.”

Zichzelf blijven

Het is in alles wat ze doet haar missie: zichzelf blijven. Om aan de aanzwellende hectiek rond haar carrière te ontkomen, doet ze extra moeite om af en toe te ontsnappen aan haar nieuwe wereld, door haar oude thuis op te zoeken. Ze wandelt graag, hoewel ze meteen benadrukt dat ze het te weinig doet. „Ik ben best wel lui! Hoewel ik vorige week nog heb gewandeld – maar daarvoor weer twee maanden niet. Maar ik ben groot fan van de zondagse wandeling. Koffie mee, relaxed.”

Ze maakt er ruimte voor in haar schema, zodat ze niet gek wordt. „Ik weiger mezelf te verliezen. Daarom is het volgens mij gezond om een beetje lui te zijn. Dat zie ik als een goede eigenschap van mezelf. Ik werk graag, maar ik vind het belangrijk een goede balans te houden tussen werk en privé. Dat is ook erg Scandinavisch denk ik, een belangrijk onderdeel van onze cultuur. Dus ik neem af en toe vrij, ook al is dat niet gebruikelijk in deze industrie. En dan zet ik gewoon mijn telefoon uit, dat moet kunnen.”

Het mag cultuur zijn, ze heeft het soms nodig om even aan alles te ontsnappen. „Soms krijg ik ineens zo’n gevoel van: whaaaa! What the fuck gebeurt er toch? Beroemd zijn is”, zegt ze samenzweerderig, „echt heel erg raar. Het is overweldigend en ik ben er nog helemaal niet aan gewend. Ik probeer er wel heel bewust van te genieten, want je weet nooit wanneer het weer voorbij is. De muziekindustrie is gebouwd op trends. Daarom focus ik me ook zo op het schrijven van muziek. Want ik wil dat als mensen aan mij denken, dat ze denken aan mijn liedjes, aan wat ik heb gedaan met mijn hersens.”