Nederland maakte valse start bij aankoopproces JSF

Defensie De Algemene Rekenkamer zet twintig jaar onderzoek naar de JSF op een rij. De beslissing moest telkens opnieuw worden genomen.

De prijs van een JSF-toestel liep op van 37 miljoen dollar naar 76,5 miljoen.
De prijs van een JSF-toestel liep op van 37 miljoen dollar naar 76,5 miljoen. Foto Vincent Jannink/ANP

Er werd gefeest tijdens de officiële presentatie voor Nederlands publiek van de Amerikaanse F-35 Joint Strike Fighter (JSF) eind januari in een hangar in Texas. Na decennia van getouwtrek, debat en hoofdpijn van opeenvolgende kabinetten kreeg de Nederlandse luchtmacht daar het derde toestel geleverd, dat op termijn de hele F-16 vloot gevechtsvliegtuigen moet vervangen. Totale kosten: 4,5 miljard euro. Daarmee is de JSF de duurste militaire aankoop uit de Nederlandse geschiedenis.

Aan de vooravond van een reeks nieuwe, grote militaire uitgaven zet de Algemene Rekenkamer twintig jaar onderzoek naar het aankoopproces van de JSF op een rij. Daaruit blijkt onder meer dat Nederland een „valse start” maakte door zich als partner financieel aan te sluiten bij de Amerikaanse ontwikkeling van het toestel, lang voordat Nederland daadwerkelijk besloot de JSF te kopen. „Het tempo van de besluitvorming in Nederland werd zo in feite bepaald door de Amerikaanse planning van het JSF-programma.”

Fouten voorkomen

Dat staat in het rapport Lessen van de JSF dat deze woensdagmiddag wordt gepubliceerd. Met het rapport wil de Rekenkamer het huidige kabinet helpen deze fouten in de toekomst te voorkomen. De komende jaren schaft de Nederlandse krijgsmacht 28 nieuwe projecten aan, waaronder onderzeeboten, fregatten en voertuigen voor de landmacht. Daarvoor zal in totaal tussen de 6 en de 17 miljard euro worden uitgegeven.

De conclusies zijn niet nieuw, maar de inzichten die het bundelen van twintig jaar onderzoek naar de JSF opleverde wel, zegt Arno Visser, president van de Algemene Rekenkamer. „Onderschat niet dat in deze periode drie of vier generaties Kamerleden zich over de JSF bogen. Individueel was dat voor hen telkens nieuw, maar van een afstand kun je wel degelijk een patroon onderscheiden.”

Dat patroon, schrijft de Rekenkamer, is dat er drie elementen door elkaar heen liepen tijdens het hele proces. De beslissing om F16’s te vervangen. De deelname aan het internationale programma voor de ontwikkeling van de JSF, waardoor Nederland zich moest aanpassen aan dat tempo. En het politieke proces, dat in totaal zeventien jaar duurde.

Acht kabinetten

In die periode had Nederland acht kabinetten met wisselende coalities. De beslissing voor de JSF moest telkens opnieuw worden genomen, en worden afgewogen tegen andere grote publieke uitgaven.

Bekijk hier beelden van de JSF boven Nederland

In de lange periode van besluitvorming over de JSF vormden deze drie elementen „een moeizame mix”, staat in het rapport. „Als het parlement grip wil krijgen op zulke projecten, moet het van meet af aan en bij iedere stap alert zijn op de bewegingsruimte die resteert, zeker bij projecten in internationaal verband.”

Het JSF-project begon in 1996. Toen werd besloten dat de F16’s aan vervanging toe waren. Ruim zeventien jaar later, in 2013, koos het kabinet-Rutte II uiteindelijk voor de JSF. Maar lang daarvoor, in 2002, verbond het kabinet-Kok II zich al financieel aan de ontwikkeling van het Amerikaanse toestel. Begin 2019 werden de eerste toestellen geleverd.

Voor de toekomst stelt de Rekenkamer elf lessen op . Die gaan over het maken van een meer reële inschatting van de financiële ruimte, het beter in kaart brengen van de risico’s, het opletten dat ongunstige wisselkoersen niet te veel geld kosten en het zorgen voor goede controles over dit soort uitzonderlijk grote projecten.

Geen maximumprijs

Bij de aanschaf van de F16’s werd een maximumprijs afgesproken, bij de JSF niet. De JSF zou aanvankelijk 37 miljoen dollar per toestel kosten, maar die prijs liep in 2013 op tot 86,1 miljoen. In 2018 kostte een toestel 76,5 miljoen dollar. Daardoor kon Nederland maar 37 toestellen kopen, van de 85 die waren gepland. Eind 2018 trok het kabinet extra geld uit, voor waarschijnlijk vijftien stuks extra.