Opinie

Nederland heeft Bahreins bloed aan de handen

Mensenrechten Nederland stuurde vluchteling Al Showaikh terug naar Bahrein, een land waar het regime de bevolking martelt en moordt. Hij kreeg deze week levenslang opgelegd. We hebben bloed aan onze handen, constateert .

Protest tegen het regime in Bahrein op 19 februari.

Foto Mazen Mahdi

Nog meer bloed aan onze handen, denk ik als ik mijn inbox open. Ik ben in Nepal voor een conferentie over mensenrechten, dus het nieuws dat de 27-jarige Bahreinse activist Ali Mohammed al-Showaikh tot levenslang is veroordeeld, bereikt me laat.

Snel zoek ik in mijn inbox de mailwisseling die ik, als onderzoeker van het Midden– Oosten met onder meer Bahrein als specialisme, had met het Landelijk Bureau VluchtelingenWerk in Amsterdam. Was ik destijds niet duidelijk genoeg in mijn op expertise gebouwde verklaring? Dat was ik wel. In 2017 luidde mijn conclusie al: „Omdat er bewijs bestaat van deelname aan een protest en omdat de betreffende persoon [het betreft hier niet al-Showaikh] meerdere oproepen van politie heeft gehad, is het zeer aannemelijk dat deze persoon bij aankomst in Bahrein zal worden gearresteerd, zal kunnen worden blootgesteld aan martelpraktijken en/of dat deze persoon stateloos kan worden verklaard.”

Lees ook: Nederland vond dat het voor politieke vluchteling Al-Showaikh wel veilig was om naar Bahrein terug te gaan. Hij kreeg levenslang.

Duidelijk. Onomwonden. En toch heeft de Immigratie– en Naturalisatiedienst (IND) een jonge mensenrechtenactivist zonder pardon teruggestuurd naar Bahrein. Het land van duizend zonnen, en het land van mensenrechtenschendingen die het daglicht niet kunnen verdragen.

Bahrein is een klein eilandstaatje in de Perzische golf. Op papier is het een democratisch land met een constitutionele monarchie onder leiding van dede koninklijke familie Al-Khalifa . Het is een rijk land, en als je de hoofdstad Manama binnenrijdt, is het moeilijk om niet onder de indruk te zijn van de glanzende gebouwen, palmbomen en goed onderhouden wegen. Als je de vijfbaans snelweg verder volgt zie je echter al snel checkpoints van het leger. Barakken en zwaar bewapende soldaten proberen de restanten van het beruchte plein Pearl Roundabout aan het oog van toeristen, journalisten of kritische wetenschapper te onttrekken.

Dit is de plek waar op 14 februari 2011 de protesten begonnen en waar alleen al in de eerste week honderden jonge, ongewapende activisten werden doodgeschoten. Geïnspireerd door de Arabische Lente in Tunesië en Egypte demonstreerden zij voor ‘bread, justice and dignity’. In Bahrein heeft namelijk 70 procent van de bevolking, een shi’itische meerderheid, geen toegang tot de rijkdommen omdat economische en culturele instellingen alsook de regering volledig worden gecontroleerd door de 30 procent sunnitische minderheid.

In 2002 nam de charismatische kroonprins Hamad bin Isa al-Khalifa het stokje over en beloofde beterschap. De hervormingen bleven echter uit en vandaag de dag bestaat de helft van het ogenschijnlijk democratische parlement uit familieleden van Al-Khalifa. De overige Soenitische ministers zijn door de koning direct gekozen of goedgekeurd. Oppositie wordt niet geduld en elke vorm van protest wordt hard afgestraft.

Lees ook: In Bahrein brandt het sektarische vuur hevig

De aangrijpende documentaire Shouting in the dark heeft de bloedige onderdrukking van de ‘Pearl Roundabout protesten’ vastgelegd. Maar het geweld is niet bij de onderdrukking van die protesten gebleven. Tijdens mijn onderzoek in 2015 heb ik verhalen van tientallen mensenrechtenactivisten opgetekend. Sommigen lieten de littekens van marteling in de gevangenis zien. Anderen zochten nog altijd naar informatie over familieleden en geliefden die na arrestatie door het Bahreinse leger ‘verdwenen’. Enkelen hebben geluk gehad en konden naar het buitenland vluchten. Ook hun prijs was hoog, want Bahrein neemt hen de nationaliteit af. Dat maakt hen officieel stateloos.

Ali Mohammed al-Showaikh was een van deze politieke vluchtelingen, maar de IND stuurde hem terug naar Bahrein, waar hij direct na aankomst werd opgepakt. Amnesty International vermeldt dat er genoeg aanwijzingen zijn dat ook Al-Showaikh gemarteld is. Zijn staatsburgerschap is afgepakt en deze maand is hij zonder eerlijk proces tot levenslang veroordeeld. Weer een mensenrechtenschending door Bahrein maar wel een waar Nederland direct aan medeplichtig is.

De Nederlandse overheid weet dat Bahrein de meest basale rechten van activisten niet respecteert. Je hoeft geen expert te zijn of naar het land af te reizen om de situatie in te schatten. Er is beeldmateriaal, er zijn rapporten van de Verenigde Naties, NGO’s spreken zich uit en ondanks de moeilijke omstandigheden laten gedreven Bahreinse activisten hun stem luid en duidelijk horen.

Neem de jonge Maryam al-Khawaja die in Denemarken asiel heeft gevonden. Haar vader zit nog altijd in de gevangenis in Bahrein, maar zij blijft onvermoeibaar pleiten voor mensenrechten van de gewone Bahreini. Neem Nabeel Rajab, die standaard een tas klaar heeft staan voor als hij weer eens opgepakt wordt. „Ik heb geluk”, zei hij mij ooit, „omdat mensen mij in het buitenland kennen word ik niet zomaar vermoord”.

Of neem de internationaal bekende voetballer Hakeem Ali al-Araibi. Hij sprak zich tegen het regime uit en werd op vage gronden en in afwezigheid veroordeeld tot tien jaar cel. Hij had echter asiel aangevraagd in Australië. In tegenstelling tot Nederland neemt Australië het ‘ Non Refoulement principe’ (terugsturen is verboden als het leven of veiligheid van een vluchteling in gevaar is) wel serieus. Australië sprak zich uit en redde daarmee het leven van Al-Araibi.

Nederland doet dit niet. De wetenschappelijke onderzoeken zijn bekend, de internationale rapporten van mensenrechtenorganisaties zijn vrij toegankelijk en de verklaringen van de activisten zijn talloos. Nederland stuurde Al-Showaikh willens en wetens terug en bezegelde daarmee zijn lot. Wij zijn daardoor medeplichtig. Ik schaam mij diep. In dit geval heeft Nederland bloed aan de handen.

Noot: in een eerdere versie van dit artikel stond dat de mailwisseling tussen Anne de Jong en Landelijk Bureau VluchtelingenWerk over Al Showaikh ging. Dat was onjuist, de mailwisseling ging over de repressie van mensenrechten, over de mishandeling van politiek activisten in Bahrein en over het gevaar dat activisten lopen die worden teruggezonden. De adviesvraag was geanonimiseerd en de “betreffende persoon” waar Anne de Jong naar verwijst is iemand anders. Het voorbeeld dient ter illustratie van de manier waarop Bahrein de rechten van activisten schendt.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.