Monument voor de verdreven bewoners van Malaga Island

Interview Theaster Gates De nieuwe tentoonstelling ‘Amalgam’ van Theaster Gates draait om een klein Amerikaans eilandje met een beladen geschiedenis van rassenzuivering. „De schoonheid van mengvormen, daar draait dit werk om.”

Maskers die Theaster Gates maakte om de stamvaders en -moeders van Malaga Island te eren
Maskers die Theaster Gates maakte om de stamvaders en -moeders van Malaga Island te eren Foto Chris Strong

In december 1911 zetten drie mannen voet op Malaga Island, een piepklein eilandje voor de kust van de Amerikaanse staat Maine. De dokter, de sheriff en de rechter waren door de gouverneur van Maine naar het eiland gestuurd om de lokale bevolking te verbannen. Er waren plannen om een vakantieresort op Malaga Island te bouwen, en de 45 eilandbewoners zaten die plannen in de weg. De paar arme vissersfamilies die er al generaties lang harmonieus samenleefden, waren namelijk deels van gemengd bloed. Sinds hun aankomst, halverwege de negentiende eeuw, waren zwarte en blanke eilanders op elkaar verliefd geworden en getrouwd. En daar zouden de toekomstige hotelgasten wel eens aanstoot aan kunnen nemen.

Dus werd bijvoorbeeld de familie Marks, een zwart gezin met vijf kinderen, uit hun huisje gedreven en op transport gezet naar het vasteland. De mannen werden gescheiden van de vrouwen, waarna ze werden ondergebracht in inrichtingen. Vader Jacob Marks stierf twee weken nadat hij was aangekomen in de Maine School for the Feeble Minded in New Gloucester, zo’n 50 kilometer verderop. Vier andere familieleden stierven er in de jaren die volgden.

Theaster Gates

Foto Julian Salinas

De Amerikaanse kunstenaar Theaster Gates (1973) stuitte in 2017 op deze pijnlijke geschiedenis toen hij onderzoek deed aan Colby College in Maine. Nu vormt Malaga Island de inspiratiebron voor zijn nieuwe tentoonstelling Amalgam in het Parijse Palais de Tokyo. „Het is een ongelofelijk schrijnend verhaal, dat bijna niemand kent”, zegt Gates, terwijl hij een groep journalisten rondleidt over de expositie. „In juli 1912 werden alle inwoners van het eiland verwijderd. Hun huizen werden platgebrand. Zelfs de graven werden geruimd. Zeventien lichamen werden herbegraven in een massagraf op het terrein van de Maine School for the Feeble Minded.”

Maskers die Theaster Gates maakte om de stamvaders en -moeders van Malaga Island te eren

Foto Chris Strong

De plannen voor het resort werden nooit doorgezet. Malaga Island is nu een natuurgebied, waar wandelaars en vogelspotters zich per boot kunnen laten afzetten en over een gemarkeerd wandelpad kunnen lopen. Het eiland is onbewoond, maar toen Gates het voor het eerst bezocht, voelde hij er de aanwezigheid van de families nog, vertelt hij. „Het was koud, maar terwijl ik de vier kilometer lange wandeling rond het eiland maakte, voelde ik me heel goed. Alsof de geesten van de verdwenen families nog over me waakten.”

Gates, een zwarte kunstenaar die opgroeide in een arme buitenwijk van Chicago, heeft zich in de afgelopen jaren ontwikkeld tot een van de lievelingen van de kunstwereld. Zijn bijdrage aan de Documenta in 2012, waar hij een leeg pand omvormde tot ontmoetingsplek en muziekzaal, vormde de aftrap van een reeks succesvolle tentoonstellingen in onder meer de National Gallery in Washington en de Prada Foundation in Milaan. Sinds dit jaar wordt hij vertegenwoordigd door het imperium van de Gagosian Gallery. In de Parijse vestiging daarvan is deze maand ook werk van Gates te zien.

Sociale projecten

Het grote geld dat in de kunstwereld omgaat, zet Gates handig in voor de sociale projecten die hij in zijn thuisstad Chicago ontplooit. In de beruchte wijk South Side heeft Gates met zijn Rebuild Foundation inmiddels een heel blok aan verpauperde huizen en winkels opgeknapt en getransformeerd tot muziekstudio, bibliotheek, bioscoop, dansstudio, ateliers en betaalbare woonruimte. De materialen die bij de renovaties overschieten, hergebruikt Gates in zijn sculpturen. Zo kocht hij in 2015 het plaatselijke bankgebouw voor 1 dollar en financierde de renovatie door de marmeren platen uit de toiletten als ‘obligaties’ te verkopen. Door er de woorden ‘IN ART WE TRUST’ in te graveren en zijn handtekening erop te zetten, waren ze opeens 5.000 dollar per stuk waard.

Gates is kunstenaar en aannemer, dromer en bouwer, zegt hij zelf. Hij is ook een muzikant, die met zijn band The Black Monks een experimentele mix van gospel en soul maakt. En hij is een verzamelaar, een hoarder bijna, die zwart cultureel erfgoed beschermt dat anders dreigt te vergaan. Zo kocht hij in 2016 een archief met 13.000 foto’s van de Johnson Publishing Company, in de jaren vijftig en zestig de uitgever van Afro-Amerikaanse tijdschriften als Ebony en Jet. En toen in 2010 de lokale platenwinkel Dr. Wax Records na dertig jaar stopte te bestaan, kreeg ook die platencollectie onderdak bij Gates.

Zwarte vrouwen

Al die aspecten van Gates’ kunstenaarschap komen nu in Parijs aan bod. Er klinkt muziek van gospelzangeres Mahalia Jackson uit de speakers. Foto’s van trotse zwarte vrouwen, afkomstig uit Ebony, hangen als vlaggen aan de muren. Er is een nieuw videowerk, waarvoor The Blank Monks de soundtrack verzorgden. En er zijn sculpturen, gemaakt van allerhande gevonden spullen en gerecyclede materialen, zoals keramische schotels, houten maskers en stukjes van ornamenten uit gebouwen, die vervolgens weer in beton zijn vastgeklonken.

Theaster Gates, Altar, op de expositie Amalgam in Palais de Tokyo

Foto André Morin

De titel van de tentoonstelling, ‘Amalgam’, verwijst naar die mix-sculpturen van beton, staal en steen. Het is ook een verwijzing naar de inmiddels gedateerde term die in de VS werd gebruikt om mensen te omschrijven van gemengde afkomst, etniciteit of religie. „In Amerika waren daar in de jaren na de afschaffing van de slavernij strenge wetten voor, om interraciale relaties te voorkomen”, vertelt Gates. „Die beladen geschiedenis heeft mij geïnspireerd om nieuwe vormen van beeldhouwkunst te bedenken. Wat zou er gebeuren als ik het impressionisme zou mengen met het minimalisme, met kubisme of pop-art? De schoonheid van mengvormen, daar draait deze tentoonstelling om: hoe mooie mensen en mooie dingen evolueren.”

‘Amalgam’ is ook bijna een anagram van ‘Malaga’, het eiland dat volgens Gates symbool staat voor de schoonheid van het mixen. „Malaga Island was zelf ook een amalgaam, vol bomen afkomstig van andere plekken, met verschillende microklimaten en bewoond door mensen die niet mochten bestaan. Ik wil van Malaga Island een utopisch idee maken: een toevluchtsoord waar mensen van gemengde afkomst zich thuis kunnen voelen.” Hij wijst naar een neontekst die hij verwerkte in een van zijn nieuwe sculpturen. ‘In the end, nothing is pure’, staat er in groen licht geschreven.

Om het eiland toegankelijk te maken, heeft hij alvast een fikse aanlegsteiger ontworpen, die nu in Parijs een groot deel van het vloeroppervlak in beslag neemt. Er is ook al een ‘Malaga Department of Tourism’, vol vitrines met stenen en gevonden voorwerpen. Ook hierin deelt Gates weer plaagstootjes uit naar de kunstgeschiedenis, in dit geval naar Marcel Broodthaers’ fictieve museum Department of Eagles uit 1968. „Ik wilde kijken wat er gebeurt wanneer je feit en fictie in een modernistisch museum stopt”, zegt Gates. „Dan krijg je zoiets als dit: een modern instituut voor nep-antropologie.”

Twee werken herinneren direct aan het onrecht dat de bewoners van Malaga Island is aangedaan. Meteen bij binnenkomst van de tentoonstelling staat er een reusachtige minimalistische sculptuur van Franse leisteen, Altar, die lijkt op de grijze daken die je overal in Parijs aantreft. „Ik wilde een monument bouwen voor de mensen van Malaga Island”, zegt Gates, die met dit werk ook verwijst naar zijn eigen vader, die dakdekker was. „Dit beeld heeft ongeveer dezelfde afmetingen als een gemiddeld huis waarin de vissersfamilies woonden. Het is een gedenkteken voor alle huizen die op Malaga Island verwoest zijn.”

Het slotstuk van Amalgam is een woud van totempalen, waar het idyllische gefluit van vogels klinkt. Het kunstwerk is gemaakt van hout uit Gates’ woonplaats Chicago, van bomen die vanwege een ziekte toch zouden sterven en nu worden hergebruikt. Op sommige palen zijn bronzen maskers geplaatst – zeventien in totaal. Gates: „Deze totems zijn een ode aan de zeventien lijken die opgegraven zijn. Omdat zelfs de grafstenen werden weggehaald, wilde ik voor hen nieuwe gedenktekens bouwen.”

Het lijkt wel of de maskers geërodeerd zijn door de zilte zeelucht. Sommige zijn geheel wit, andere roestbruin, en weer andere hebben een gemengd patina van zwart, blank en moccabruin. „Ze herinneren aan de stamvaders en -moeders van Malaga Island”, zegt Gates, „en de prachtige kinderen die ze hebben voortgebracht.”

Theaster Gates: Amalgam. T/m 12 mei in Palais de Tokyo, Parijs. Inl: palaisdetokyo.com
T/m 23 maart is Gates’ werk ook te zien in de Gagosian Gallery, Parijs. Inl: gagosian.com