Repetitie van Brave New World 2.0

Foto Tom van Huisstede

‘Misschien kan het: een relatie met een robot?’

Interview Rik van den Bos schreef voor het Noord Nederlands Toneel het script van Brave New World 2.0., een modernisering van de klassieke roman van Aldous Huxley.

Hoe leef je als mens in een almaar technologischer wordende wereld? Dat is het centrale thema van Brave New World 2.0., zegt toneelschrijver Rik van den Bos. Zijn toneeltekst is een modernisering van de visionaire toekomstroman Brave New World van Aldous Huxley uit 1932 en wordt opgevoerd in de regie van Guy Weizman door het Noord Nederlands Toneel.

Van den Bos (1982) gebruikt de personages van Huxley niet, maar concentreert zich op het idee dat het menselijk leven bestuurd en vormgegeven gaat worden door een hogere mechanische orde. Van den Bos: „Onze verhouding met technologie en robotisering is een perfecte manier om na te denken over de vraag wat ons tot mensen maakt en over hoe onze waarden zich ontwikkelen.”

Rik van den Bos. Foto Salih Kilic

In het nog altijd verrassend frisse boek van Huxley is de wereld strak gereguleerd en is de mens een product. Baby’s worden gekweekt in flessen. Hun verstandelijke vermogens worden vooraf bepaald en hun gedrag geconditioneerd. Het geluksgevoel van de bevolking wordt opgekrikt door het dagelijks slikken van een soort prozac, soma genaamd. Bij de hoofdpersoon, die leeft in het Londen van de verre toekomst, is bij de kweek iets misgegaan, waardoor hij zich net iets meer buitenstaander voelt.

In de 2.0.-versie heeft de mens nog grotendeels het heft in handen, maar levert het individu steeds meer in van zijn vrijheid. Van den Bos: „Dat zie je al gebeuren. De wereld verandert geleidelijk. In wezen leven we al in de sciencefiction die vroeger is geschreven. We hebben niet door in hoeverre we al aan het robotiseren zijn. Als ik nu door de stad loop, waan ik me in een level van Grand Theft Auto. Straten, winkels en mensen zien er allemaal hetzelfde uit. De vraag is: willen we wel rondlopen in zo’n wereld? Er zijn mensen die daar prima bij gedijen. Anderen komen in verzet.”

Multidisciplinaire methode

Tijdens een repetitie in de Machinefabriek in Groningen, het onderkomen van het NNT, is te zien hoe regisseur Guy Weizman die nieuwe wereld gaat vormgeven. Voor zijn vorige grotezaalproductie, Salam, kreeg Weizman de prijs voor de beste regie in 2018. In Salam en het eveneens goed ontvangen Carrousel gingen tekst, muziek en dans gelijk op. Die multidisciplinaire methode vormt het handelsmerk van Weizman. Het is indrukwekkend hoe hij bij de repetitie tegelijk acteurs aanstuurt, de dansers van Club Guy & Roni door hun choreografie leidt en de muzikanten van Asko|Schönberg en Slagwerk Den Haag dirigeert. Hij is een schaker op een driedimensionaal bord.

Het meest opvallende object is een verschuifbare muur op rails, die in de lengte van het toneel is geplaatst en de ruimte in tweeën snijdt. De ‘slider’ heet hij . Door deze ‘schuif’ ontstaat er links een Red Zone voor de mensen die ‘nutteloos’ zijn verklaard, een wereld waar oorlog, honger en chaos heerst, en rechts een White Zone, een rijke, schone wereld, voor de werkende en productieve mensen.

Die indeling in twee werelden is een idee van de regisseur, zegt Van den Bos. Ook de tekst heeft Weizman naar zijn hand gezet. Van het originele script van honderd pagina’s bleef na enkele weken repeteren de helft over. Dat leidt tot felle discussies. Maar het is geven en nemen, zegt Van den Bos. „Ik heb nu al met zoveel regisseurs nauw samengewerkt dat ik ook als theatermaker kan kijken en denken. De multidisciplinaire aanpak leidt ertoe dat tekst soms moet sneuvelen voor een beeld of sequentie. Bij het schrijven hou ik er geen rekening mee, maar in het repetitieproces kan ik de logica van bepaalde ingrepen wel volgen. Als alles klopt, vult iedere discipline de andere fantastisch aan en begint alles net een beetje meer te betekenen.”

Op het origineel was Van den Bos „supertrots”. „Guy had gezegd dat hij tot nu toe werkte met scripts die hij moest redden met andere disciplines. Ik wilde hem een script geven dat zo af was dat het een probleem zou worden om er dans en muziek aan toe te voegen.” Op sommige punten is de voorstelling nu beter, geeft hij toe. „Er worden patronen zichtbaar die ik nooit op papier had kunnen krijgen. Maar bij andere momenten bloedt mijn hart. Dan denk ik: geef me nog één pagina!”

Van den Bos, die in 2017 werd genomineerd voor de Toneelschrijfprijs voor zijn Find me a boring stone, werkt graag de achtergronden en psychologie van zijn personages uit. Zijn regisseur vindt dat maar ophouden, zegt hij. „Ik breng een structuur aan waarin personages toewerken naar wat ze willen zeggen. Guy heeft de neiging om de aanloop eruit te halen. Zijn opvatting is: zeg gewoon wat je wilt, dan gaan we door. Maar als schrijver denk ik dat je ideeën effectiever bij het publiek krijgt via emotie of identificatie.”

Een jaar werkte Van den Bos aan het script, waarvan de helft voor research was. Onder meer de boeken van Yuval Harari (Homo deus) en Naomi Klein (No is not enough), een sciencefictionserie als Black Mirror en sciencefictionfilms als Solaris (Tarkovski) en Her (Spike Jonze) vormden een inspiratiebron. Bij eerste lezing vond hij Brave New World nog een wat gedateerd boek. „Pas toen ik het herlas na alle research zag ik dat alle vraagstukken over onze omgang met technologie er al in zitten, op een ongelofelijk visionaire manier.”

De research doet hij „met een schrijversoog”, zegt hij. „Alle informatie gaat door een trechter en levert ideeën voor personages en de plot. Ik werk met twee sporen; één voor materiaal, één voor het script. Door ideeën aan personages te koppelen bouw ik aan een meerstemmig werk.” Hij is geen schrijver die alles van tevoren heeft doordacht. „Als ik begin met schrijven, neem ik me voor een komedie te schrijven, maar gaandeweg wordt het dan toch altijd een tragedie.”

Hij schrijft bijna altijd met de acteurs al in zijn hoofd. „Vaak ken ik ze goed. Ik weet hoe ze bewegen en praten. Bram van der Heijden, bijvoorbeeld, van het NNT, beweegt veel als hij speelt. De taal komt in hem op en dan begint hij met formuleren. Dan is het mooi als hij iemand speelt die naar zijn woorden moet zoeken. Bij Bien de Moor is het mooi als ze langere zinnen maakt.”

In zijn tekst zitten vaak veel monologen. „Ik hou ervan om personages een zijspoor in te laten schieten, waardoor ze een inkijkje geven in hun innerlijke wereld en iets zeggen wat ze hadden weggestopt. Dat kan ook in een gesprek. De dialoog is voor mij ook een manier om uit te komen bij een monoloog.”

Eenzame programmeur

Het drama in Brave New World 2.0. is opgebouwd rond de verwikkelingen bij drie personages die werken bij het bedrijf Humanite, dat communicatiesoftware vervaardigt. Alle drie nemen ze radicale besluiten. Alex, een programmeur, doet dat nadat ze in problemen is geraakt op haar werk; haar baas Troy nadat hij het nut van zijn werk in twijfel heeft getrokken en Kris, een eenzame programmeur, kiest een nieuw leven als ze beseft dat ze zich meer verbonden voelt met de robots die ze maakt dan met mensen.

Van den Bos: „Alex wordt verliefd op een vrouw die een robot blijkt te zijn. Hoewel die liefde haar leven zin geeft, kan ze niet verdragen dat de ander geen mens is, en verbreekt ze de relatie. Vervolgens vraagt ze zich af of ze zelf wel een mens is. Wat ik probeer, is de robot in hun gesprek over liefde en geluk zoveel argumenten te bieden dat je gaat twijfelen over de vraag wat Alex moet doen. Ik wil dat de toeschouwer denkt: misschien kan het wel, een relatie met een robot – iemand die alles onthoudt, weet wat je wilt en er altijd voor je is. Dat is het spanningsveld dat de robotisering biedt; vragen als: is liefde niet ook rationeel? Is ware liefde niet een schijnconstructie?”

Ook kleinmenselijk geluk is te programmeren. „Wil je een robot die het heerlijk vindt om met een glas rode wijn op de bank naar Netflix te kijken? Prima, dan maken we die toch.”

Een relatie met een robot is geen gelijkwaardige relatie, maar het zou wel een relatie kunnen zijn die je gelukkig maakt, zegt Van den Bos. „Als ik mezelf dat hoor zeggen, schreeuwt er iets in mij: ‘Nee! Nee! Nee!’ Maar als ik het objectief bekijk, dan denk ik: ‘Ja! Ja! Ja.’ Dat is zo verdomde leuk aan deze dilemma’s: je merkt dat onze opvattingen aan het schuiven zijn. Theater kan zulke onzichtbare processen zichtbaar maken.”

Maar wat zou hij doen als zijn eigen vrouw een robot zou blijken te zijn? „Dan zou ik haar wel veel meer huishoudelijke taken geven. Wat dat betreft is ze een slechte robot.”