Kritiek op wetsvoorstel bescherming telecomsector

Raad van State Staatssecretaris Keijzer wil niet dat telecomnetten in verkeerde handen vallen. Maar haar wetsvoorstel daartoe krijgt kritiek.

Staatssecretaris Mona Keijzer (Economische Zaken, CDA) in de Tweede Kamer.
Staatssecretaris Mona Keijzer (Economische Zaken, CDA) in de Tweede Kamer. Foto Bart Maat/ANP

De Raad van State is kritisch over het wetsvoorstel van staatssecretaris Mona Keijzer (Economische Zaken, CDA) dat de Nederlandse telecomsector moet beschermen tegen overnames. Een plan voor overname moet eerst aan het ministerie worden voorgelegd, opdat het kan toetsen of de nationale veiligheid in het geding is.

Keijzer stuurde het wetsvoorstel daartoe dinsdag naar de Tweede Kamer. Als een overname niet eerst aan de overheid is gemeld, zou die volgens deze wet teruggedraaid moeten kunnen worden.

De Raad van State, die optreedt als onafhankelijke adviseur van de regering over wetgeving, erkent het belang van het beschermen van Nederlandse internetbedrijven, aanbieders van telefonie of datacenters om de „vitale functie” die zij hebben. Het voorstel van Keijzer, aldus de Raad, voorziet daar niet in. „Het bevat alleen een opsomming van vaag omschreven omstandigheden waarin ondernemingen zich bij de minister moeten melden en waarbij de minister vervolgens een verbod kan uitvaardigen”, aldus het adviesorgaan op zijn website.

Volgens de Raad van State grijpt het wetsvoorstel alleen in bij zeggenschap in de onderneming, maar laat het na het uiteindelijke belang te verzekeren: „namelijk het blijvend goed functioneren en de integriteit van de telecomdiensten”.

Het adviesorgaan vindt zelfs dat het voorstel in de huidige vorm niet naar de Tweede Kamer gestuurd had moeten worden. Overigen is het advies van de Raad van State niet bindend.

Overnamepoging

Andere kritiekpunten zijn dat het volgens de Raad van State moeilijk is vooraf te bepalen in welke omstandigheden de minister moet ingrijpen. De Raad vraagt zich ook af in hoeverre het voorstel botst met Europese wetgeving op het gebied van het vrije verkeer van kapitaal en diensten.

Aanleiding voor het initiatief van staatssecretaris Keijzer was de poging van het Mexicaanse telecombedrijf América Móvil in 2013 om KPN over te nemen. Dat ging niet door omdat de Stichting Preferente Aandelen van KPN de overname blokkeerde. In de nasleep hiervan ontstond een debat over wat zo’n buitenlandse overname zou betekenen voor de telecommunicatie-infrastructuur in Nederland.

Staatssecretaris Keijzer erkent dat de huidige telecomwetgeving volstaat om de continuïteit van „vitale netwerken en diensten” te garanderen, zoals de Raad van State aanvoert. Zij stelt daar tegenover dat het nieuwe voorstel bedoeld is voor extreme situaties waarin „een kwaadwillende partij” zeggenschap wil verwerven en de regering in „een chantabele positie” kan brengen „dan wel op andere manieren de nationale veiligheid en openbare orde in gevaar kan brengen”.

Juist het toetsen van overnames stelt de regering in staat te voorkomen dat zij in die positie komt, aldus Keijzer in reactie op de kritiek. „Door te voorkomen dat de zeggenschap in handen van kwaadwillenden komt, kan deze immers ook niet worden misbruikt. Het kabinet deelt de opvatting dat ingrijpen in de zeggenschap te indirect is, en daarmee niet effectief, dan ook niet.”