Kamervragen? De antwoorden kwamen van het BKR

Kredietregistratie Toen bleek dat het BKR de wet overtrad, was Financiën doodsbenauwd dat het zélf de kredietregistratie moest doen. Voor de kritische Kamer werd een toneelstukje opgevoerd.

Illustratie Pepijn Barnard

Het witte pand met spiegelruiten aan de rand van Tiel huisvest een spil van de financiële sector. In het databestand van het Bureau Kredietregistratie (BKR) is „bijna iedere volwassene” opgenomen: 10,6 miljoen Nederlanders. Wie een auto leaset, rood kan staan, op krediet koopt of rondloopt met een mobieltje op afbetaling, belandt in het BKR-register. De Wet op het financieel toezicht verplicht kredietverstrekkers deel te nemen aan een stelsel van kredietregistratie – en het BKR is de enige die zo’n stelsel aanbiedt.

De stichting BKR, lang geleden opgericht door de financiële sector, heeft als doel risico’s voor kredietverstrekkers te beheersen en overkreditering bij consumenten te voorkomen. „Sinds 1965 waken wij voor de Nederlandse consument”, vermeldt de website.

Lang niet iedere consument ervaart dat zo. Anderhalf jaar geleden onthulde NRC dat het BKR structureel de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) overtrad. In strijd met een arrest van de Hoge Raad uit 2011 was het kredietverstrekkers onmogelijk gemaakt aanpassingen in het register door te voeren. NRC liet gedupeerden daarvan aan het woord. Onder hen was een stel met drie kinderen dat als gevolg van een al ingelopen betalingsachterstand van 350 euro bij H&M geen huis kon kopen. Door de negatieve BKR-registratie, die vijf jaar blijft staan, verstrekten banken geen hypotheeklening. Uiteindelijk gebood de rechter het BKR de registratie te schrappen omdat „het persoonlijk belang bij verwijdering […] zwaarder moet wegen dan het algemene belang van BKR bij handhaving daarvan”.

Lees ook het onderzoeksartikel ‘Helaas, geen nieuw huis dankij BKR’

Het NRC-artikel leidde tot kritiek in Den Haag. SP-parlementariërs Jasper van Dijk en Renske Leijten stelden toenmalig minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem (PvdA) hierover in 2017 Kamervragen. In reactie daarop eiste Dijsselbloem dat het BKR niet langer de wet overtrad. Tegelijkertijd sprak hij begrip voor het BKR uit.

Uit documenten die NRC onlangs bemachtigde – na een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur en kort voor een rechtszaak hierover – blijkt dat Financiën hierbij een toneelstuk voor de Kamer opvoerde. Waar een ferme Dijsselbloem aanpassing ‘eiste’ van de werkwijze van het BKR, werd het instituut achter de schermen met fluwelen handschoenen aangepakt. Met het ministerie was nauw overleg over de maatregelen die de minister zou vorderen. Het BKR was zelfs zo nauw betrokken dat Dijsselbloem ook uiterst twijfelachtige informatie die hij ervan kreeg, doorstuurde naar de Kamer.

Uitzondering

Op dinsdag 22 augustus 2017 komen kort voor het middaguur de vragen van Van Dijk en Leijten op het ministerie binnen. Financiën neemt binnen het half uur contact op met het BKR. „Zeker bereid tot afstemming”, laat men vanuit Tiel meteen weten. De Autoriteit Financiële Markten en de Autoriteit Persoonsgegevens, de officiële toezichthouders, moeten een week later nota bene zélf achter het ministerie aan om input te kunnen leveren.

Na het eerste contact met ‘Tiel’ volgen twee intensieve weken. Het contact is ongebruikelijk nauw, realiseert een ambtenaar van Financiën zich. Die mailt het BKR dat „wij de beantwoording in de regel niet formeel afstemmen met externe partijen”, maar dat „wij hier nu een uitzondering voor maken omdat de antwoorden die wij voorstellen heel direct jullie bedrijfsvoering aangaan”.

Dat de ambtenaar ‘voorstellen’ schrijft is geen typefout. Het BKR krijgt verschillende conceptversies van de antwoorden te lezen en doet volop suggesties voor aanpassing. Dat leidt ertoe dat diverse door het BKR gesouffleerde, maar discutabele teksten in de beantwoording sluipen.

Sommige ervan, bijvoorbeeld over de werking van de Wet bescherming persoonsgegevens, doorziet het ministerie. Maar andere kwestieuze BKR-informatie deelt Dijsselbloem met de Tweede Kamer. Saillant is dat Financiën een twijfelachtig BKR-verhaal over een misstand overneemt. Het Bureau legitimeert de structurele overtreding van de Wbp namelijk met het argument dat „kredietverstrekkers (onder meer kredietopkopers)” eerder „grootschalig ten onrechte (deel) registraties verwijderden uit het kredietregister”. Zij zouden er belang bij hebben om geregistreerde achterstanden te verwijderen, om kredieten dan te kunnen doorverkopen.

Dit schrikbeeld deelt Dijsselbloem met de Kamer. Hij wijst op het gevaar dat „registraties van kwetsbare consumenten met een slechte betaalgeschiedenis uit het register worden verwijderd (bijvoorbeeld om de eigen portefeuille ‘op te schonen’ en vervolgens door te verkopen), waardoor het aangaan van nieuwe schulden eenvoudiger wordt”.

Bewijs daarvan is er niet en levert het BKR ook nu – ondanks herhaald aandringen – niet. Kredietopkopers en andere bronnen in de financiële sector honen de claim weg: absurd. Als dit waar is, zou een bank als ABN Amro samenspannen met haar wanbetalers. „Ik ben het nog nooit in due diligence tegengekomen dat dit is gebeurd en het lijkt mij zeer onwaarschijnlijk”, zegt een directeur van een kredietopkoper.

Stevig aanzetten

Qua toezicht opereert het BKR in een niemandsland. De Autoriteit Persoonsgegevens ziet formeel toe op de verwerking van persoonsgegevens. In de praktijk treedt Financiën op als officieuze toezichthouder. Het voert geregeld overleg met het BKR en beantwoordt doorgaans Kamervragen over de instantie.

Aan het proces rondom de Kamervragen van Van Dijk en Leijten valt op hoe omzichtig Financiën met het BKR omgaat. „Graag horen wij hoe jullie tegen de beantwoording aankijken en of jullie tegemoet kunnen komen aan deze toezeggingen”, vraagt het ministerie nadat het heeft ingezien dat het BKR zijn eigen reglement heeft aangepast in strijd met de wet. En later: „Ik hoop dat er nog enige bewegingsruimte aan jullie kant te vinden is.”

Opmerkelijk is ook dat het ministerie de strategie bij de beantwoording van de Kamervragen direct duidelijk maakt. Mede „vanwege de media-aandacht” en „de druk van de Kamer” kiest het ervoor stevig over te komen. Daarom wordt „de beantwoording op punten wat scherp aangezet en [zijn] enkele toezeggingen gedaan”.

Lees ook dit artikel over de vreemde praktijken van het PR-bureau van BKR

Met gedupeerde consumenten lijkt het ministerie niet bezig, wel met zichzelf. Het is als de dood zélf verantwoordelijk te worden voor kredietregistratie. Financiën „wil voorkomen dat de roep om kredietregistratie in overheidshanden (of bij een andere partij) onder te brengen luider wordt”, schrijft het aan het BKR. En een week later: „We willen voorkomen dat de huidige beantwoording [van de Kamervragen] bij partijen verkeerd valt en leidt tot vervolgvragen.”

Die opzet slaagt.

Dit artikel werd geschreven met medewerking van journalist Jorg Leijten