Italianen eerst, ook in buitenlandse politiek

Deelname aan de Nieuwe Zijderoute betekent geen geopolitieke draai richting China, zo bezweert Italië. Het land wil vooral meer exporteren naar China.

Chinese serveerster verkleed als Venetiaanse gondelier aan boord van het Italiaanse cruiseschip Costa Venezia, dat 5.260 Chinese toeristen mee kan nemen.
Chinese serveerster verkleed als Venetiaanse gondelier aan boord van het Italiaanse cruiseschip Costa Venezia, dat 5.260 Chinese toeristen mee kan nemen. Foto Miguel Medina/AFP

Meteen bij zijn aantreden, in juni vorig jaar, heeft het Italiaanse populistische kabinet in alle toonaarden gezegd dat het de Italiaanse belangen beter wil verdedigen en desnoods een andere koers zal varen dan zijn traditionele westerse bondgenoten in de NAVO en de Europese Unie. Dat verklaart ook de ouvertures van Rome naar China, die ertoe kunnen leiden dat Italië zich later deze maand als eerste G7-land aansluit bij het Nieuwe Zijderoute-initiatief van de Chinese leider Xi Jinping.

De populistische regering van Lega (anti-migratie) en Vijfsterrenbeweging (anti-elite) wil eigen accenten zetten in de buitenlandse politiek – de Lega vindt bijvoorbeeld dat de sancties tegen Rusland niet automatisch verlengd moeten worden en de Vijfsterrenbeweging wilde in Venezuela Maduro niet afvallen. Binnen de regering bestaat ook het gevoel dat Italië stiefmoederlijk wordt behandeld in Brussel en onder een Frans-Duits juk is geplaatst. Deze wens van eigen accenten komt terug in de opstelling tegenover China – met als historische parallel de economische en politieke contacten die Italië in de tweede helft van de vorige eeuw had met een aantal Arabische landen, tegen de bedenkingen van bondgenoten in.

Lees ook over zorgen in Europa en Amerika vanwege de Italiaanse flirt met China

Toegang tot Chinese markt

Staatssecretaris voor Economische Ontwikkeling Michele Geraci heeft verteld, eind vorige maand in de Corriere della Sera en woensdag in de Financial Times, dat Italië met China in gesprek is over een memorandum. Dat zou ondertekend kunnen worden op een – nog niet bevestigd – bezoek van president Xi op 22 en 23 maart aan Rome, als tussenstop voor diens bezoek aan Parijs. Er is nog geen definitieve tekst. Maar er is wel een duidelijk „politiek besluit” om de onderhandelingen aan te gaan, zei Geraci, ondanks de bedenkingen in onder andere Washington.

Geraci, die tien jaar academisch werk in China heeft gedaan, bezweert dat dit geen geopolitieke koerswijziging is. „We willen de geopolitieke as van het land niet veranderen”, vertelde hij de Corriere. De contacten met China zijn volgens hem vooral ingegeven door de wens de export-achterstand op andere Europese landen in te lopen. Het memorandum gaat volgens hem vooral over betere toegang van Italiaanse bedrijven tot de Chinese markt en samenwerking in derde landen van Italiaanse met Chinese bedrijven, bijvoorbeeld in de bouwsector, energie en landbouw. Hij rekende voor dat Frankrijk en Duitsland vijf keer zo veel exporteren naar China als Italië. Met een waarde van 18 miljard euro staat Italië volgens de staatssecretaris op de schamele 21ste plaats op de lijst van exporteurs naar China.

Investeringen in infrastructuur

Op de achtergrond speelt de noodzaak van grote investeringen in de Italiaanse infrastructuur in een tijd van krapte – zo pleit Rome er, ook onder voorgaande regeringen, in Brussel voor om overheidsinvesteringen in de infrastructuur niet mee te tellen bij het begrotingstekort. Daarom is Italië geïnteresseerd in een Chinese rol in de haven van Triëst, ook al staat dit niet in het memorandum. De Italianen zoeken al veel langer een internationale partner voor deze strategisch gelegen haven in het noordoosten.

Geraci’s baas, minister Luigi Di Maio, leider van de Vijfsterrenbeweging, is vorig najaar twee keer in China geweest om te praten over economische samenwerking. En de stichting Italië – China probeert met congressen en andere wederzijdse contacten die samenwerking te intensiveren. De export naar China kan een opsteker zijn voor een economie die al een jaar of twintig nauwelijks meer groeit. Vincenzo Petrone, voorzitter van die stichting, zei op een congres vorige week in Venetië dat China „de komende dertig jaar de beste mogelijkheden’’ biedt voor Italiaanse bedrijven. De Nieuwe Zijderoute speelt daarbij een grote rol, zei Petrone volgens Italiaanse media. Die brengt China in Europa, en Italië „heeft daarbij alles te winnen, omdat het in het centrum van dit netwerk zal zijn”.

De stichting Italië-China zei dat China tussen 2000 en 2017 bijna veertien miljard euro heeft geïnvesteerd in Italië. Er zijn ongeveer zeshonderd Italiaanse bedrijven in Chinese handen, overwegend in de textielsector.