‘Het gaat om de erkenning dat het koloniale kunstobject van hen is’

Stijn Schoonderwoerd Museumdirecteur

Wat te doen met de koloniale roofkunst in de rijkscollectie? Het Museum van Wereldculturen nodigt herkomstlanden uit collectiestukken te claimen.

Twee van de 139 Benin-bronzen die bij een Britse strafexpeditie (1897) zijn meegenomen uit Benin en nu in de collectie van het Rijksmuseum voor Volkenkunde Leiden. Links: een bronzen haan . Rechts: een bronzen luipaard.
Twee van de 139 Benin-bronzen die bij een Britse strafexpeditie (1897) zijn meegenomen uit Benin en nu in de collectie van het Rijksmuseum voor Volkenkunde Leiden. Links: een bronzen haan . Rechts: een bronzen luipaard. Foto’s Museum Volkenkunde Leiden

Kijk eens naar al dat marmer en die prachtige lambriseringen, zegt Stijn Schoonderwoerd. De directeur van het Nationaal Museum van Wereldculturen zit in het directievertrek van het Tropenmuseum in Amsterdam, dat in 2014 fuseerde met de twee andere rijksmusea voor volkenkunde, het Museum Volkenkunde in Leiden en het Afrika Museum in Nijmegen.

Het Tropenmuseum, zegt Schoonderwoerd, was oorspronkelijk de etalage van Nederland als koloniale grootmacht. Een uitstalkast met exotische objecten uit de koloniën, de landen waar Nederland vond dat het goede werken aan het verrichten was.

De bevoogdende houding van weleer maakt nu eerder verlegen, zegt de directeur. „Over de volle breedte willen we nu ook de minder fraaie kanten van het koloniale verleden onder ogen zien.”

Het museum beseft dat een deel van de 375.000 objecten tellende rijkscollectie verworven is op een wijze die naar hedendaagse maatstaven onacceptabel is. Onder dwang verkocht, of simpelweg gestolen.

Met de richtlijn Return of Cultural Objects: Principles and Process wil het museum rekenschap afleggen over het verleden. Nazaten van de oorspronkelijke eigenaren kunnen museumbezittingen claimen. Het museum loopt met deze aanpak zowel nationaal als internationaal voorop.

lees ook: Musea voor volkenkunde willen ruimhartig koloniale roofkunst teruggeven

Is die verlegenheid over de koloniale roofkunst van recente datum?

Stijn Schoonderwoerd: „De verlegenheid bij musea over de vroegere verzamelpraktijken bestaat al langer. De laatste jaren zie je wel een intensivering. Maatschappelijk wordt anders naar het koloniale verleden gekeken. De andere beweging is intern. Ons museum maakte lange tijd deel uit van een systeem waarin een rangorde van mensen bestond. Nu zie je een kanteling: we profileren ons als een museum dat kan verbinden. We benadrukken meer de overeenkomsten tussen verschillende culturen.”

De herkomstgeschiedenis van veel voorwerpen is onbekend en in de herkomstlanden zijn geen archieven. Hoe beoordeelt u claims?

„Dat is onze grootste uitdaging. De principes voor teruggave zijn helder, de herkomstgegevens vaak summier. Onze collectie is bovendien enorm. Dat heeft iets van: waar begin je aan? Maar het feit dat het onderzoek zo lastig is, mag toch geen reden zijn om geen teruggavebeleid te formuleren.

„Ik verwacht op onderzoeksgebied, zowel forensisch als historisch, de komende jaren een flinke ontwikkeling. Nee, die zal niet altijd tot onomstotelijke bewijsvoeringen leiden. Maar net als bij de beoordeling van Joodse roofkunst willen we soepel zijn en voorbij de strikt juridische kaders gaan.”

Komt een groot deel van de collectie nu onder een vergrootglas te liggen?

„Onmogelijk te zeggen. Nigeria wil de Benin-bronzen terug (een collectie van 3.000 bronzen en messing beelden uit het voormalige koninkrijk Benin, die door het Britse leger in 1897 als oorlogsbuit werd meegenomen, en waarvan er 139 in Nederland zijn, red.). Maar van veel andere herkomstlanden is niet duidelijk of ze iets terug willen hebben, en zo ja wat.

„Regelmatig wordt me gevraagd of ik niet bang ben dat met een nieuwe aanpak het hele museum leeg wordt geclaimd. Ik verwacht het niet. Het grootste deel van onze koloniale collectie komt uit Indonesië. Het Nationaal Museum in Jakarta heeft veel. Het zou zomaar kunnen dat ze van bepaalde objecten hier met een dubieus verleden zeggen: ‘Dat hebben we al.’”

Waarom hanteert u geen verjaringstermijn?

„Elke grens is arbitrair. Als erfgoedspecialisten vinden we het niet belangrijk wie de baas over een object is. Ons perspectief is internationaal, de wereld is ons podium. Dat is ook de reden dat we openstaan voor de terugkeer van objecten die voor herkomstlanden grote culturele of maatschappelijke waarde hebben. Dus als een land of volk zich meldt voor een stuk waarvan ze zeggen ‘Dat is onze Nachtwacht’, dan willen we nadenken of het niet beter is om een object op een andere plek te tonen.”

Als Nigeria morgen de 139 Benin-bronzen uit Leiden claimt, geven we ze dan terug?

„Dat zou goed kunnen. Als je principes opstelt, moet je er ook naar willen handelen. We zullen wel de afgesproken route volgen. Goed onderzoek doen, het advies voorleggen aan de toetsingscommissie, en dan moet de minister een besluit nemen.”

Als de minister de teruggave blokkeert, heeft u valse verwachtingen gewekt.

„Het ministerie is volledig op de hoogte van onze aanpak. Maar de minister behoudt zich het recht voor om een eigen afweging te maken. Het zou wel jammer zijn als adviezen niet worden gevolgd, want dan valt de bodem wel een beetje uit de regeling. Overigens verwacht ik dat onze aanpak over een paar jaar kan bijdragen aan het ontstaan van nationaal beleid.

„Herkomstlanden zien objecten vaak als een culturele ambassadeur. Dat gold bijvoorbeeld ook voor die Benin-bronzen. Toen ze naar Europa kwamen, lieten ze zien dat men ook in het ‘donkere, primitieve Afrika’ een hoogstaande cultuur had. Die ambassadeursfunctie blijft ook nog steeds belangrijk. Wat dus ook zou kunnen, is dat wij het eigendom van bepaalde objecten overdragen en dat we ze hier in bruikleen blijven tonen. Het gaat vaak om de erkenning van het principe dat iets eigenlijk van hen is.”