Recensie

Recensie Beeldende kunst

Gallagher geeft dode slaven een nieuw leven

Tentoonstelling In haar tekeningen en video’s verandert Ellen Gallagher koloniale horror in hoopvolle sprookjes. Haar werk wordt nu getoond in het Brusselse kunstcentrum Wiels.

Ellen Gallagher, DeLuxe, 2004 - 2005. Portfolio met zestig fotogravures, etsen, aquatinten, litho’s en zeefdrukken (detail), ieder 33×26,5 cm.
Ellen Gallagher, DeLuxe, 2004 - 2005. Portfolio met zestig fotogravures, etsen, aquatinten, litho’s en zeefdrukken (detail), ieder 33×26,5 cm. Courtesy Hauser & Wirth/ Foto Alex Delfanne

Stel je een houten zeilschip voor dat onderweg is van de gouden kusten van West-Afrika naar Amerika, Zuid-Amerika, de Caraïben. Stel je een kapitein voor die bevelen schreeuwt, matrozen die op en neer klimmen in het want. In de lucht cirkelen vogels, krijsend, klapperend met hun vleugels. Rondom het schip zwemmen vissen, misschien zwemt er zelfs wel een school gelukbrengende dolfijnen mee. Overal is beweging.

Behalve in het binnenste van het schip. Daar liggen mensen onbeweeglijk, zij aan zij aan elkaar vast gekluisterd. Stel je voor dat ze dromen, denken, fluisteren en zeker ook huilen (zo moeilijk is dat niet voor te stellen). Stel je voor dat die gedachten en dromen mee worden gevoerd met het spoelwater dat door de patrijspoorten de oceaan in stroomt – en soms stroomt er ook een lichaam mee.

Tijdens de middle passage – de moordende overtocht over de Atlantische Oceaan van miljoenen tot slaaf gemaakte Afrikanen – was er, zoals bekend, gruwelijk veel onmogelijk voor de mensen in het ruim. Maar stel dat je dit verhaal een halt toeroept, dat je de iconische beelden van roof, geweld, slavernij radicaal verandert in nieuwe beelden die sprookjesachtig zijn, vloeiend van betekenis, een andere toekomst schetsen? Het is een strategie die de Afro-Amerikaanse kunstenaar Ellen Gallagher toepast in haar werk. Zij doet dit niet als enige – denk aan Colson Whiteheads mythische roman De ondergrondse spoorweg. Denk ook aan Paul Gilroys The Black Atlantic (1993), nog steeds een mijlpaal in het denken over Afro-Amerikaanse cultuur. Maar Gallagher is kunstenaar – zij bouwt al tekenend, schilderend, knippend en plakkend aan nieuwe mythes. En met schitterend resultaat, zo blijkt op de tentoonstelling Liquid Intelligence in het Brusselse Wiels.

Weerszijden van de oceaan

Gallagher (1965) is opgegroeid in Providence, Rhode Island, waar de Atlantische Oceaan haar tanden zet in het land. Ze woont en werkt al jaren wisselend in Rotterdam en in New York. Altijd is de zeelucht vlakbij, de golven binnen handbereik en de horizon weids. Altijd sluimert er een diep, onduidelijk gevoel van ‘zwart’ bewustzijn. Liquid Intelligence bestrijkt zo’n twintig jaar werk en het is de eerste monografische tentoonstelling in ‘de Lage Landen’ van Gallagher. Wiels-directeur Dirk Snauwaert zegt het nadrukkelijk. Want Gallagher mag dan op biënnales schitteren, tentoonstellingen hebben over de hele wereld, inmiddels vertegenwoordigd worden door de twee gigantengaleries van Hauser & Wirth en Gagosian – aan Nederland is de naam van deze deels in Nederland wonende kunstenaar nagenoeg geheel voorbijgegaan .

Ellen Gallagher, Morphia, 2012. Inkt, potlood en collage op papier, 79,5 x 65,6 cm.

Foto Hauser & Wirth

Twee jaar geleden liet Gallagher in Wiels de Afro-futuristische aquarelserie Coral Cities zien – een onderdeel van de nu getoonde en de nog steeds groeiende serie Watery Ecstatic (vanaf 2001). In Coral Cities stichten de van de slavenschepen gesmeten (half)doden een nieuw onderzees bestaan op de bodem van de Atlantische Oceaan. Gallagher geeft de zwarte doden een nieuw leven in dromerige koraalsteden, zorgvuldig getekend, bewerkt en opnieuw beschilderd. Hybride levensvormen, half mens, half vis, half plant vinden hier voet aan de grond, dwarrelen over elkaar, laag over laag over laag. Met veel bravoure en eindeloze mierenvlijt (want Gallaghers werk is zeer arbeidsintensief) transformeert de kunstenaar de koloniale horror tot iets wat beeldschoon is én tragisch, hoopgevend én bitter: een loflied en klaagzang ineen.

Stervende walvissen

Die wens tot omvorming klinkt uit al Gallaghers werk. Ook uit de filminstallaties die ze maakt met de Eindhovense kunstenaar Edgar Cleijne, en waarvan er twee te zien zijn in Brussel. Er is een oudere 16mm-filminstallatie naar aanleiding van het poëtische begrip whale fall – het fenomeen dat stervende walvissen naar de donkerste diepte van de oceaan zakken en daar een nieuw geheimzinnig ecosysteem voor aaseters vormen. Daarnaast is er de monumentale filminstallatie Highway Gothic (2017), die je als bezoeker onderdompelt in een hallucinerend cyaanblauwkleurig waterrijk. Reusachtige, schitterende afdrukken van microscopisch kleine dieren en planten zweven in de ruimte. Filmprojectoren ratelen. Hiphop klinkt. Op een van de schermen wordt een korte film gedraaid over een racistisch infrastructureel project in New Orleans. Net als in Coral Cities wordt er in Highway Gothic niet op trommels geslagen, er wordt niets per se uitgelegd. Er is muziek, stilte, het doffe geluid van een in de wind waaiende plastic fles, dromerige blauwe beelden en een tocht op een waterweg tussen twee snelwegen door. Alles is ogenschijnlijk lieflijk, maar ondergronds loert de grimmigheid.

Ellen Gallagher, DeLuxe, 2004 - 2005. Portfolio met zestig fotogravures, etsen, aquatinten, litho’s en zeefdrukken (detail), ieder 33×26,5 cm.

Courtesy Hauser & Wirth/ Foto Alex Delfanne

Door dit onderhuidse wil en moet je lang naar Gallagher kijken (geen straf). Een voorbeeld is de uit vier delen bestaande reeks Four Negroes Battling in a cave (2016). Van een afstand kijk je naar vier monochrome zwarte oppervlakken, een knipoog naar Malevitsj’ Zwarte Vierkant uit 1915 – u weet wel, dat allerpuurste zwarte doek, dat aan de wieg stond van onze ‘zuivere’ modernistische kunsttraditie. Bij benadering van Gallaghers doek zie je bobbels. Het schilderij is geschilderd op papier – lijntjespapier. Daarna is er zwart rubber over gegoten. Het rubber is besneden, en tenslotte gelakt. Zo ontstaan schaduwen, glimlampjes, vage voorstellingen: iets verstopt zich in het donker. En dat is precies het punt dat Gallagher wil maken. Want toen de Moskouse Tretjakov Galerie in 2015 besloot Malevitsj’ Zwarte Vierkant te restaureren, dook er een pijnlijke verrassing op. Onder twee onderschilderingen bleek de kunstenaar een racistische grap te hebben geschreven: de titel van het eerste, échte monochrome zwart, geschilderd in 1897 door Alphonse Allais. Die titel luidde: Combat des nègres dans une cave pendant la nuit.

Door dit spel met verwachtingen – blank dan wel zwart – schuif je bij Gallagher steeds verder naar het puntje van je stoel. Zo ook bij een ander sleutelwerk, de monumentale collagereeks DeLuxe (2004-2005). Op zestig precisiekunstwerken zweven wellustige lippen, ingenieus gekleide, citroengele haartooien, uitgeknipte ogen, letters en halve woorden. Stuk voor stuk zijn de werken poëtisch, grappig, een wonder van technisch vernuft. Maar daarna ook confronterend. Raciale stereotypen over zwarte, vrouwelijke schoonheid – van haardracht tot omvang van de lippen – staan als een alfabet in een grid naast en onder elkaar gerangschikt. Maar dit grid – hoe overzichtelijk ook – zal nooit tot begrijpelijke taal leiden, nooit een eensluidend devies geven.

Gallagher zegt met haar werk: er is zwarte identiteit, blanke projectie, blanke identiteit, zwarte projectie en een myriade aan betekenissen. Voortdurend wisselen die van plaats en rol: soms met hoop, soms met de moed der wanhoop, zoals in een danse macabre.