Opinie

    • Lotfi El Hamidi

Een calvinistische mentaliteit

Nu minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) met de ingreep bij KLM zijn finest hour beleeft, wordt hij onder anderen door CDA-leider Sybrand Buma als premierskandidaat getipt. Econoom Mathijs Bouman twitterde : „Ministers van Financiën zijn in Nederland [...] altijd bijzonder populair (in elk geval sinds Kok). Wat is dat toch? Calvinisme?”

Een open vraag van Bouman, maar zijn eerste ingeving vond ik meteen opvallend. Nou weet ik niet of Hoekstra en zijn voorgangers een calvinistische opvoeding hebben gehad, maar daar gaat het volgens mij ook niet om. Het gaat om calvinisme als mentaliteit, een cultuurverschijnsel dat diep in de Nederlandse volksaard geworteld zou zijn.

Een minister van Financiën is in dat opzicht al gauw iemand met een calvinistische inborst. De man (het zijn tot nu toe allemaal mannen geweest) die het huishoudboekje van het land beheert, een strikte begrotingsdiscipline hanteert en aan een langetermijnvisie werkt. Sober en spaarzaam, zoals het een rechtgeaarde calvinist betaamt.

Maar in hoeverre klopt dat beeld? Ik vraag het aan Mirjam van Veen, hoogleraar kerkgeschiedenis aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. „Het idee dat Nederland een calvinistisch land zou zijn, is van recente datum”, legt Van Veen uit. Het is Abraham Kuyper (1837-1920), voorman van de Anti-Revolutionaire Partij en later minister-president, „maar ook een geweldig handige publicist, die het idee van calvinisme als fundament van het moderne Nederland heeft neergezet en gecultiveerd ”. En de romans van Maarten ’t Hart deden de rest, voegt ze eraan toe.

Daarmee wil Van Veen niet zeggen dat het gereformeerd protestantisme niet van grote invloed is geweest op de Lage Landen. „Maar het katholicisme was dat ook, en dat is een beetje weggeduwd uit de geschiedschrijving.”

Het versimpelde beeld van een onderscheidend protestants arbeidsethos houdt niet op bij de grenzen. Het kwam ook op metaniveau terug tijdens de eurocrisis, met de stelling dat het protestantse noorden beter met geld om kon gaan dan het katholieke zuiden. Van Veen: „Terwijl bijvoorbeeld Duitsland voor een groot deel ook katholiek is, en die hechten voor zover ik weet ook belang aan gezonde overheidsfinanciën.”

Als je iets tekenends zoekt voor de Nederlandse cultuur, zegt Van Veen, dan is het de religieuze diversiteit. „Maar calvinisme bekt lekker, zoiets als ‘de Nederlander is ongeneeslijk calvinistisch, en daarom houdt hij van schaatsen’. Dan heb je tenminste een verklaring. Ik kom met een vaag verhaal over religieuze diversiteit en invloedssferen, en aan het eind sta je met lege handen.”

Lotfi El Hamidi ( L.elHamidi@nrc.nl @Lotfi_Hamid ) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.