‘Bone Chair’ van Joris Laarman geveild voor ruim acht ton

De stoel van de jonge Nederlandse ontwerper is daarmee het duurste geveilde 21ste-eeuwse meubelstuk.

Een van de Bone Chairs van Joris Laarman.
Een van de Bone Chairs van Joris Laarman.

De Bone Chair (2006) van de jonge Nederlandse ontwerper Joris Laarman is woensdagavond bij Christie’s in Londen geveild voor omgerekend 825.000 euro. De stoel is daarmee het duurste geveilde 21ste-eeuwse meubelstuk.

Deze aluminium stoel is ontwikkeld met behulp van software uit de auto-industrie, bedoeld om onderdelen lichter en sterker te maken. Laarman baseerde het ontwerp op het groeiprincipe van botten. Een computer rekent uit waar de constructie stevig en dik moet zijn, en waar dun en licht.

Twaalf exemplaren

Dertien jaar geleden kostte de stoel 18.000 euro. Er zijn twaalf genummerde exemplaren van gemaakt. Het Museum of Modern Art in New York en het Rijksmuseum Amsterdam hebben een exemplaar in de collectie.

Laarman werd in 1979 geboren in het Gelderse Borculo. Hij studeerde aan de Design Academy in Eindhoven. In 2011 verkoos The Wallstreet Journal hem tot ‘Innovator of the Year’. In 2015 was er in het Groninger Museum een overzichtsexpositie van zijn werk, genaamd Joris Laarman Lab.

Lees hier een interview met Joris Laarman: ‘We zouden een ministerie van Toekomst moeten hebben’

>