Albumoverzicht: Slotakkoord van Benny Sings is het mooist, Hozier kan niet kiezen

Recensies Deze week nieuwe muziek van Benny Sings, Hozier, Duo Mader / Papandreopoulos, Efdemin, Joël Domingos en Isang Yun met Bruckner Orchester Linz.

  • ●●●●

    Bruckner Orchester Linz, Isang Yun: Sunrise falling

    Bruckner Orchester Linz, Isang YunKlassiek: Ooit was Isang Yun (1917-1995) een gevierd componist. Met zijn unieke cocktail van Koreaanse muziektradities en Europese avant-garde was Yun een witte raaf in de naoorlogse componistenvolière. Dirigent Dennis Russell Davies werkte in de jaren tachtig met Yun samen en heeft met het Bruckner Orchester Linz een imposant, gevarieerd dubbel-album aan hem gewijd. Of het autobiografisch gemotiveerde Celloconcert (1976) ‘een van de belangrijkste werken van de twintigste eeuw is’, zoals het boekje wil, valt te bezien, maar in de bevlogen uitvoering met solist Matt Haimovitz is het zonder meer diepgravend en meeslepend. De afwisseling van soloconcerten en kamermuziek werkt ook erg goed: juist in die solo’s en duo’s hoor je hoe subtiel Yun steeds hele sterrenstelsels bouwt rond een enkele toon. Fascinated by a single tone is dan ook de titel van een andere recente dubbel-cd, waarop schitterende kamermuziek van Yun en zijn tegenpool Giacinto Scelsi bijeengebracht is. Joep Stapel

  • ●●●●●

    Benny Sings: City Pop

    Benny SingsPop: Aan het eind van het album, om precies te zijn in het laatste nummer, breekt alsnog de zon door. Tot dan biedt City Pop , het zesde album van de Nederlandse producer/zanger Benny Sings, een kabbelende stroom verende popdeuntjes die aangenaam verpozen, maar niet opwindend zijn. Maar ‘Softly, Tokio’, aan het eind, is een hit voor de dansvloer. Onweerstaanbaar zijn de handclaps, de Japanse fluisterstem, het flirterige refrein (‘Do it to me softly’) en de eindeloze herhaling ervan. De droge drumpartij draaft in aanstekelijk tempo, zodat alles tot dansen aanspoort. Het is een mooi slotakkoord voor een coherent album, dat ook mindere momenten heeft. Zo levert ‘Nakameguro’, met Faberyayo, niet de verwachte meerwaarde op: zang en melodie blijven monotoon.Maar het geluid van City Pop is een stap vooruit. Anders dan op Studio (2015), zijn de schrille synthesizers en al te opzichtig funky baspartijen hier ingewisseld voor een relaxtere stijl. Hester Carvalho

  • ●●●●●

    Hozier: Wasteland, Baby!

    HozierPop: Andrew Hozier-Byrne, alias Hozier, de 28-jarige Ierse zanger, kan niet kiezen. Op verschillende manieren. Als muzikant laveert hij tussen de genres, en ook binnen de liedjes kan hij niet tot één melodielijn besluiten.Veelzijdigheid is doorgaans geen bezwaar, maar Hozier speelt van meerdere genres een verwaterde versie. Vaak is zijn monsterhit ‘Take Me To Church’ de blauwdruk. Hij laat gospelkoren uitbarsten, kerkorgels ronken en zingt zelf met een orkaanstem die soms voor ‘soulvol’ doorgaat, maar soms vooral krachtpatserachtig klinkt. In andere liedjes lijkt mede-Ier Van Morrison zijn voorbeeld, zoals in ‘Almost (Sweet Music)’, waarin hij stroef begint maar vloeiend overstapt op het refrein. ‘Nina Cried Power’ en ‘Nobody’, daarentegen, zijn krachteloze soulsongs, waar zijn wijdlopige opvatting van ‘melodie’ de lading ondermijnt. De soberder liedjes zijn geslaagd. In ‘As It Was’ klinkt zijn stem smachtend, begeleid door een eenzame cello. Ook ‘Shrike’ is mooi ingetogen. Hester Carvalho

  • ●●●●

    Duo Mader/ Papandreopoulos: Lilith & Lulu

    Duo Mader/ PapandreopoulosKlassiek: Volgens saxofonist Andreas Mader en pianist Christos Papandreopoulos delen ze hetzelfde duistere verleidstersbloed: de demonische Lilith uit de Joodse mythologie en Alban Bergs Lulu . Op hun debuutalbum schetst het duo daarom een dubbelportret van de twee archetypische femmes fatales. Hun vertolking van Bergs Vier Stücke maakt duidelijk waarom het tweetal onlangs werd geselecteerd voor de Dutch Classical Talent Tour 2019-20. Prachtig hoeveel kleur Papandreopoulos in een pianoakkoord weet te leggen in het Sehr langsam .Nieuw werk is er van de Zwitser Nadir Vassena en de Nederlander Sam David Wamper. Beiden leveren sinistere muziek vol onheilspellend rommelende basregisters, tikkende kleppen en kleurrijk geschraap binnenin de vleugel. Paradox: ondanks alle geavanceerde timbrefratsen liggen de stukken nogal in hetzelfde klankkleurbereik. Daar verandert de feilloze uitvoering van Mader en Papandreopoulos niets aan. Joep Christenhusz

  • ●●●●

    Efdemin: New Atlantis

    EfdeminDance: New Atlantis klinkt als een Drexciya-album, maar is de titel van een roman die filosoof Francis Bacon in 1626 schreef over de toekomst van muziek. De mystiek van een nieuwe wereld die daaraan kleeft, past precies bij Efdemins laatste album. De Berghain-dj maakt al jaren zacht deinende, uitgeklede techno die een geweldig huwelijk is tussen poëzie en precisie. Nu durft hij die schitterende eenvoud aan te vullen met experiment. Hij opent met flarden van een achttiende-eeuwse hymne, alsof een religieuze reisleider je trip naar het verleden inkleedt. Op ‘A Land Unknown’ hoor je zware Keltische synthesizerdrones à la James Holden en een lyrische fluit schettert op altaarstuk ‘Temple’. Maar er zijn ook subtielere vormen van experiment zoals belletjes (‘Good Winds’) en atonale geluiden. ‘The Sound House’ sluit af met gamelanspel en een passage uit Bacons boek. Efdemins rituele ervaring blijft keurig gestileerd als een kunstinstallatie die je bekijkt op afstand. Rolinde Hoorntje

  • ●●●●

    Joël Domingos: Zoeken In Het Donker Gaat Niet Lukken Zonder Licht

    Joël DomingosHiphop: De Nederlands-Kaapverdiaanse zanger, rapper en producer Joël Domingos bracht in 2017 de ep Lullaby uit, vol kleine luisterliedjes over een verloren liefde. Donker, pijnlijk en openhartig. Met Zoeken In Het Donker Gaat Niet Lukken Zonder Licht kruipt hij uit zijn schulp. De Rockacademie-student heeft nu hoorbaar minder negativiteit aan zijn hoofd. Subtiel legt Domingos fijne koortjes over de muzikale producties. „Ik kan niet stressen meer om dingen”, zingt hij op de warme toetsen van ‘Alles Is Oké’. In ‘Advies’ gaat hij terug naar zijn muzikale roots; een dreigende loop van synths klinkt als hij venijnig rapt.Zijn Kaapverdiaanse wortels klinken door in het swingende ‘Mama Zei’, en ‘Mindelo’ zit vol met Latijns-Amerikaanse salsa. In de laatste twee nummers gaat het tempo omlaag en twijfelt hij openlijk aan zichzelf. Gek genoeg lijkt hij daarin het meest comfortabel. Domingos experimenteert en zoekt verrassend de zon op, maar klinkt breekbaar op zijn best. Bowie van Loon