Waarom is er niet sneller ingegrepen in Groningen?

De late reactie Toen de bodem instabiel werd door gaswinning, duurde het lang voordat de autoriteiten in actie kwamen.

De NAM locatie in het Groningse Tjuchem.
De NAM locatie in het Groningse Tjuchem. Foto Kees van de Veen

De Nederlandse staat begon in 1963 optimistisch met het winnen van gas uit één van de grootste velden ter wereld, maar de onderneming liep uit op een deceptie met aardbevingen en schade aan gebouwen.

Als overheidsacties zulke gevolgen hebben, zo vond een groot deel van de Tweede Kamer in 2018 al, dan is een parlementaire enquête nodig. Dinsdag bleek dat nu ook de regeringspartijen het daarmee eens zijn. Een datum voor het begin van de enquête is niet vastgesteld, omdat de Kamer wil dat eerst de ‘klus’ in Groningen wordt afgemaakt: het nieuwe schadeafhandelingssysteem moet goed functioneren, en de ‘versterkingsoperatie’ moet op gang zijn gekomen. Die zorgt ervoor dat bewoners hun huizen bij een zware beving veilig kunnen verlaten.

Daarna wil de Kamer onderzoeken hoe het rond de gaswinning zo uit de hand heeft kunnen lopen. Hoe het kan dat burgers door acties van de overheid gevaar liepen. Waarom het zo lang duurde tot er een onafhankelijke schadeafhandeling was opgetuigd. Of hoe het mogelijk is dat pas na decennia erkend werd dat de gaswinning tot zware bevingen kan leiden.

De precieze invalshoek en onderzoeksvraag zullen in de toekomst geformuleerd moeten worden, maar er zijn een aantal cruciale thema’s die waarschijnlijk aan bod zullen komen omdat er al lang veel vragen over leven.

  1. Wat was er bekend vóór 2012?

    Na de beving van 3,6 op de schaal van Richter bij het dorpje Huizinge in augustus 2012 kwam de discussie over de gaswinning in Groningen los. Uit onderzoek van toezichthouder Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) bleek dat er mogelijk meer en zwaardere bevingen zouden gaan plaatsvinden. Een bodem die slechts af en toe trilde en voor scheurtjes zorgde in muren werd opeens een veiligheidsprobleem.

    De Onderzoeksraad voor Veiligheid concludeerde in een groot onderzoek in 2015 dat eerdere aanwijzingen dat aardbevingen gevaarlijk konden zijn niet goed waren opgevolgd. Geruststellende onderzoeken waren bovendien te kritiekloos omarmd door de partijen in het ‘gasgebouw’, de zeer gesloten publiek-private samenwerking van onder meer het ministerie van Economische Zaken en gaswinner de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) – de joint venture van Shell en ExxonMobil. Een parlementaire enquête kan deze gang van zaken met de hoofdrolspelers verder uitdiepen. Wie wist op welk moment waarvan, en waarom is er niet ingegrepen?

  2. Waarom lukte het zo slecht om Groningers te helpen?

    De schadeafhandeling is in Groningen jarenlang moeizaam verlopen. In de eerste jaren na 2012 moesten gedupeerden direct in gesprek met de formeel aansprakelijke NAM. In een poging een systeem in te stellen waarbij de staat als tussenpersoon de herstelkosten zou voorschieten, werd de schadeafhandeling begin 2017 voor bijna een jaar stilgelegd. Dat leidde tot veel frustratie: het leek erop alsof de staat niet wilde betalen.

    Uiteindelijk kwam die nieuwe aanpak er wel, hoewel het nog altijd onduidelijk blijft waarom het zo lang moest duren. Hetzelfde geldt voor de versterkingsoperatie. Veel bewoners hebben een groot aantal tegenstrijdige adviezen gekregen over de vraag of hun huizen nu wel of niet veilig zijn, en de operatie is nog altijd nauwelijks op gang gekomen.

  3. Hoe was de balans tussen leveringszekerheid en veiligheid?

    Een van de grootste frustraties van veel Groningers en Kamerleden is de onduidelijkheid over het niveau van de gaswinning in 2013. In het jaar dat duidelijk wordt wat de risico’s van de gaswinning zijn, wordt er juist méér gas gewonnen dan het jaar ervoor. En in daaropvolgende jaren fluit de Raad van State toenmalig minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD) meerdere keren terug: hij heeft de veiligheid van de Groningers niet genoeg meegewogen bij zijn jaarlijkse ‘gasbesluit’.

    Kamp heeft tijdens zijn ministerschap altijd gehamerd op de ‘leveringszekerheid’: gaswinning was nodig om huishoudens niet in de kou te laten zitten. Dit stokpaardje van Kamp kon veel Kamerleden nooit overtuigen. Wat was de rol van Shell en ExxonMobil bij deze besluiten? En van exportcontracten? Waarom kon de gaswinning onder huidig minister Eric Wiebes (VVD) opeens wél stukken lager? Mogelijk leidt dat uiteindelijk tot een antwoord op misschien wel de belangrijkste vraag: hoe is de Nederlandse staat omgegaan met de winning van aardgas waar velen baat bij hadden, maar waar een kleinere groep onder leed?

  4. Lees ook: Parlementaire enquête naar Groningse gaswinning