Wie speelde eigenlijk thuis in Madrid?

Champions League Ajax overtrof zichzelf in Madrid tegen Real. De 4-1 overwinning leverde een plaats in de kwartfinale van de Champions League op.

Hakim Ziyech en Dusan Tadic vieren de 0-1 tegen Real Madrid.
Hakim Ziyech en Dusan Tadic vieren de 0-1 tegen Real Madrid. Foto Olaf Kraak/ANP

Op een magische Madrileense avond in maart zei het ineens allemaal niets meer. Geld, status, traditie, verwachting en de titel van koninklijke – dat alles kon bij de schroothoop want Ajax spoot het veld over in een adrenalineshot van een wedstrijd tegen Real Madrid. Ballen zeilden erin, schitterend voetbal, fenomenale goals – dat alles leidde tot de belangwekkendste prestatie van een Nederlandse ploeg sinds de 5-1 van Nederland op Spanje op het WK van 2014.

Marc Overmars, technisch directeur, zei onlangs dat de Europa League-finale twee landstitels waard was, hoeveel is dit dan? Voor het eerst sinds 2007 een Nederlandse club bij de laatste acht in de Champions League, maar dat is maar een statistiek. Het ging om de aard van deze avond, het spel, de uitslag: 4-1, tegen de grootste club ter wereld, de titelhouder. Ajax-coach Erik ten Hag is een jaar in dienst en heeft een mirakel klaargespeeld.

Hoe kon dit, in de paleistuin van Florentino Pérez, de almachtige Real-preses wiens ploeg spartelend en hulpeloos de week van de waarheid doorkwam. Twee verloren Clásico’s tegen Barcelona, nu aantreden tegen Ajax dat rust had gehad in eigen land. Eén keer de afgelopen vijf jaar won Real Madrid niet de Champions League. Een omzet van 750 miljoen euro tegen de Nederlandse kruimelaars met hun ruim 100 miljoen.

Lees ook: Abrupt einde aan een gouden tijdperk Real Madrid

Toni Kroos, een wereldkampioen ooit, liet zich opzijzetten door Hakim Ziyech die Dusan Tadic diep stuurde en zich zelf in de zestien meldde om de zaak af te ronden: 1-0. De 85.000 in Santiago Bernabéu waren net gaan zitten, wat was dit? Zij met Ajax in hun hart hadden de tempel al overgenomen en dat maakte de opkomst van de thuisploeg met een striemend fluitconcert tot een wat surreële belevenis. Wie speelde hier eigenlijk thuis? Overal zaten plukjes Ajacieden, vijfduizend nog eens bovenop de vierduizend in het uitvak. Wat een avond voor die gelukkigen. Aan een toegestuurde voorspelling van 3-0 overwinning werd per sms toegevoegd dat deze ‘serieus’ was. Ja, aan zelfoverschatting herkent men de echte Ajacied. Fantaseren mocht over de benodigde goals voor Ten Hags opwindende stel spelers.

Slakkengangetje

Even aandacht voor David Neres nu, die verdediger Carvajal dolde op de achterlijn met een buiten de pleintjes zelden vertoonde sleepbeweging achter het standbeen. Het leidde tot niets, daar gaat het niet om, maar het was tekenend voor de bluf, het zelfbewustzijn, de stijl, de klasse die ooit Real was en hier op gezegende grond bezit nam van Ajax. Kroos weer, aan de andere kant, raakte een bal verkeerd, ver naast met een slakkengangetje. Zo ging het, bizar genoeg. Alleen het hooghouden ontbrak er nog aan bij Ajax.

Gouden Bal-winnaar Luka Modric verbleekte bij het dartele voetbal van Frenkie de Jong. Steeds drie, vier, vijf meter ruimte. Even die schijnbeweging en hop, de gang naar voren. Hij stond op toen de wereld meekeek, zijn superioriteit moet miljoenen handenwrijvende Barcelona-supporters hebben gekieteld. Hij kan wat vrienden bijschrijven bij zijn nieuwe club per volgend seizoen. Real over de knie leggen, dan ben je iemand. Ach, wie was er niet magistraal. Goed, Noussair Mazraoui had het lastig, met zoveel pk tegenover hem in de vorm van Vinicius Junior.

Het ware meesterschap moest toen nog komen, en er was in een kwartier al zoveel geprikkeld en betoverd. Tadic’ pirouette met de bal onder zijn zolen was er één die de meest gracieuze Galáctico van Real, Zinedine Zidane, twintig jaar terug tot handelsmerk verhief. Zo achteloos ontdeed de Serviër zich van twee Madrilenen voor hij Neres vrijspeelde. Die bleef, met een potentiële goal voor de eeuwigheid aan zijn voeten, ijzig kalm. 2-0 stond het, heus waar. De Galáctico’s, ze speelden voor Ajax.

Lees ook: Dit schrijven de Spaanse kranten over de winst van Ajax

Real pushte wat halfhartig, Ajax counterde met drie man tegen twee, de bal werd uiteindelijk jammerlijk naast geschept door Neres. Waarom stond het niet 3-0? Real hing aan elkaar met rafelig draad, of gebarsten elastiek zelfs. Er klopte niets van, in het brakke elftal van coach Santiago Solari. Het was 1995 all over, toen Bernabéu stilgespeeld werd. Dat eindigde toen in een staande ovatie voor Ajax, iconische beelden. Nooit meer voor herhaling vatbaar, kon je concluderen na zeven nederlagen die volgden tegen Real in modernere tijden.

Ontmanteling

Defensieleider Sergio Ramos had zich met een bewust gepakte gele kaart laten schorsen in de heenwedstrijd (2-1 winst), gewend als hij was dat er weinig aan de hand is als Ajax naar Madrid komt. De gekrenkte ziel Gareth Bale moest de boel redden, al na een half uurtje viel hij in. Ajax dwong dat allemaal af. Diep tegen de zestien van Real, daar vond de ontmanteling plaats. Schot Ziyech uit de draai, redding Thibaut Courtois, de rebound net niet lekker voorgetrokken door Neres. Bale, aan de overzijde, raakte de paal nog vlak voor rust, na een rush. Hij bracht de dreiging waar zijn coach om vroeg.

Tadic schaarde zich tot het domein van de grote Ajacieden met een doelpunt om nooit meer te vergeten. Foto Olaf Kraak/ANP

Na rust was Real drukkend, je voelde het machtige verlangen en het gewicht van de geschiedenis. Maar dan nog kreeg Donny van de Beek, lastige hoek weliswaar, een beste kans. Courtois keerde. Ziyech daarna, een schotje – och zo dichtbij een derde. Die zou, mocht je aannemen, de genadestoot zijn. Het werd een akelig minutenspel, na al dat moois in de eerste helft. Volhouden, tegenhouden, terugplooien. En toen, Tadic. Hij schaarde zich tot het domein van de grote Ajacieden met een doelpunt om nooit meer te vergeten. Bal goedleggen, in de kruising jassen – na een aanval over vele schijven. 3-0. Of toch niet. De videoreferee bekeek minutenlang een moment in de aanvalsopbouw, de emotionele surplace duurde maar tot eindelijk het oordeel kwam. De bal, bij Mazraoui, was net niet helemaal over de lijn geweest.

Wat een taferelen. Marco Asensio scoorde tegen, maar Lasse Schöne krulde kort erop een vrije trap vanaf de zijlijn haast met militaire precisie in de bovenhoek: 4-1. Real uitgeschakeld, het ontzagwekkende voetbalbedrijf dat vier jaar lang heerste over Europa. Ziyech joeg een open kans nog over, het gefluit der Madrilenen werd onaangenaam. Het was een vernedering. „Ramos bedankt”, zongen de Ajax-supporters.

Met een staande ovatie voor Ajax schikten de Madrilenen zich in hun lot.