Opinie

    • Nico van Eijk
    • Maarten Pieter Schinkel

Pak ‘Big Tech’ aan met oude regels voor mededinging

Databescherming Gebruikers betalen een hoge prijs voor het databeleid van Facebook: hun privacy. Mededingingsrecht biedt mogelijkheden dit te beteugelen, betogen en .

Bram Petraeus

Achttien maanden werkte het Britse parlement aan een lijvig rapport over regelgeving voor sociale media. Het werd vorige maand met de nodige verontwaardiging gepresenteerd. Zo zou de top van Facebook bestaan uit „digitale misdadigers”. Concreet roepen de Engelsen op tot de inzet van het mededingingsrecht om Facebook aan te pakken. De week ervoor liet de Duitse toezichthouder, het Bundeskartellamt (BKa), al zien hoe het databeleid van Facebook daarmee beperkt kan worden. Het concludeerde dat het grootschalig verzamelen en doorverkopen van gebruikersgegevens misbruik is van hun economische machtspositie.

In diverse commentaren wordt de beslissing baanbrekend genoemd , omdat ze de bescherming van privacy onder het mededingingsrecht zou brengen . De Duitse toezichthouder paste het mededingingsrecht creatief , maar rechtmatig toe. Door het mededingingsrecht in de Facebookzaak flexibel toe te passen, bewijst het Bka dat de klassieke doelstelling van het mededingingsrecht –bescherming van de consumenten– gebruikt kan worden om er de nieuwste bedrijfsstrategieën mee in toom te houden.

Facebook kan van haar gebruikers zoveel data oogsten, omdat het bedrijf een grote marktmacht heeft, stelt het Bka. Gebruikers hebben immers geen alternatieven. Wie ‘op Facebook’ wil, moet akkoord gaan met de voorwaarden. Facebook verplicht gebruikers om in te stemmen met een vrijwel ongelimiteerd gebruik van hun persoonlijke gegevens. Dit is als het ware de ‘prijs’ die ze betalen voor toegang tot het medium. Die data vertegenwoordigen voor Facebook een waarde; het platform kan de gegevens doorverkopen aan derden, bijvoorbeeld aan adverteerders . De gebruiker betaalt met privacy. Precies op dit punt is de uitspraak van het Bka zo creatief. Het Bka beoordeelt de prijs als excessief, omdat Facebook geen opties geeft voor toegang tot haar platform in ruil voor minder data. Dat schaadt volgens de mededingingsregels, in Duitsland in 1958 opgesteld, de consumentenwelvaart.

Het Bundeskartellamt slaat twee vliegen in één klap: die van misbruik van marktmacht en die van de privacy-schending. Het debat over digitale platformen is gebaat bij deze doordachte inzet van al langer bestaande rechtsregels. Het haalt de emotie uit de discussie en maakt de weg vrij voor uniform toezicht.

Lees ook: ‘Facebook opereert als digitale gangster’

Maar dit betekent niet dat de bescherming van de persoonlijke levenssfeer nu ook onder het mededingingsrecht valt . Een onderneming zonder macht over haar klanten kan immers niet op deze wijze worden aangesproken als het de privacy van haar gebruikers schendt. Marktmacht is dus een noodzakelijke voorwaarde voor de Bka-route naar privacy-bescherming. Maar de privacy kan ook geschonden worden zonder dat er bedrijven met marktmacht betrokken zijn. Iemand die zijn of haar buur filmt met een smartphone, schendt wel de privacy, maar kan niet op grond van mededingingsrecht bestreden worden. Mededingingsrecht is er voor de mededinging tussen bedrijven; privacyrecht voor de privacy.

Platformondernemingen zullen zich inmiddels realiseren dat ze beter af zijn met consistent overheidsingrijpen, dan met vrij schieten vanuit elke maatschappelijk verontwaardigde hoek. Bovendien houdt juist het zoveel mogelijk vrijhouden van het mededingingsrecht van politieke beïnvloeding de discussie scherp op de kernvraag: waar ligt het belang van de gebruiker? En de gebruiker, dat zijn wij allemaal.

Het Bundeskartellamt bewijst dat al langer bestaande regels prima kunnen worden toegepast voor het inperken van de machtige ‘Big Tech’, ook waar het gaat om privacy en databescherming van gebruikersgegevens. Daarmee heeft de uitspraak een impact die Facebook overstijgt. Wat Facebook wordt verweten, is waarschijnlijk staande praktijk bij veel andere internationale en nationale tech-bedrijven. Waar zij misschien dachten weg te kunnen komen door aan de Europese privacyregels te voldoen, moeten zij zich nu ook de vraag stellen hoe hun omgang met gebruikersgegevens zich verhoudt tot het mededingingsrecht.

Heeft een tech-bedrijf marktmacht? Is toetreding voor nieuwe alternatieve aanbieders lastig, bijvoorbeeld doordat zij niet over big data beschikken?

Dan komt voor die platformen nu ook een verantwoordelijkheid onder de mededingingsregels om zorgvuldig om te gaan met persoonsgegevens. Al werd het mededingingsrecht lang geleden met een kroontjespen in het Europees Verdrag geschreven, het blijkt ook van toepassing op de nieuwe bedrijven van de ‘Big Tech’ .

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.