Recensie

Oorverdovend Sunn O))) laat het klinken zoals gebergtes worden geboren

Metal Het Amerikaanse doommetalduo Sunn O))) trakteerde Paradiso op één wervelende drone die anderhalf uur duurde, broekspijpen (en ingewanden) liet meetrillen én getuigde van een ontroerende schoonheid en troost.

Sunn O))) in Paradiso Amsterdam.Foto Niels Vinck
Sunn O))) in Paradiso Amsterdam.Foto Niels Vinck

Zo moet dat dus hebben geklonken aan het Begin der Tijden, toen tektonische platen met een oorverdovende kracht over elkaar heen schoven. Zo knarste het, wanneer de loodzware lagen elkaar omhoog stuwden en de aardkorst lieten openbarsten. Dit gebulder, dat is het geluid van gebergtes die worden geboren.

Maandagavond konden bezoekers van Paradiso dit geologische wonder herbeleven, dankzij het Amerikaanse duo Sunn O))). Stephen O’Malley en Greg Anderson pionieren al een jaar of twintig met experimentele drone metal. Daarbij laten ze hun extreem laag gestemde gitaren zo onheilspellend mogelijk brommen en zoemen.

En o ja, zoals hun naam verklapt, doen ze dat ongenadig hard. De band uit Seattle heeft zich namelijk vernoemd naar een bekend merk van scheurversterkers – de daarop volgende cirkel en haakjes verbeelden de verwoestende geluidsgolven die het tweetal uit die apparatuur weet te blazen.

Diep verscholen in de puntmutsen van hun pikzwarte monnikspijen schuifelen O’Malley en Anderson over het podium, geflankeerd door drie dozijn aan versterkers en torenhoge speakerkasten. Soms, als de constante mist heel even optrekt, blijken ze te worden bijgestaan door extra onheilspriesters: één speelt basgitaar, twee anderen laten hun twee dubbelloops synthesizers galmen – bij voorkeur op standje kathedraalorgel.

Het enorme volume maakt dat je Sunn O))) behalve aan de trommelvliezen ook echt aan den lijve ondervindt: behalve de broekspijpen trillen ook alle ingewanden mee. Doordat drums ontbreken in de instrumentale mis van diep, traag en machtig gitaargezaag, moet het publiek zich zelf een weg zien te banen door de toon- en tempowisselingen. Maar wie die moeite neemt, wordt beloond.

De monniken ontpoppen zich tot magiërs die één en dezelfde drone eindeloos weten uit te rekken zonder ook maar een moment te vervelen. Het eerste (en laatste) nummer duurt anderhalf uur, de toegift bijna twintig minuten. En elke milliseconde is even prachtig. Wie zich laat meevoeren ontdekt dat die grommende drone altijd nog lager kan, dat die fluitende feedback perfect getimed is, en dat zelfs – ja echt – die trombonesolo getuigt van een ontroerende schoonheid en troost. Als de rookmachines voor de zoveelste keer beginnen te blazen, stijgt Paradiso op en vliegt weg in de wolken.

    • Frank Provoost