Analyse

Onderzoek naar de gaswinning komt er, de vraag is wanneer

Parlementaire enquête Het ontbreken van een jaartal riep dinsdag vragen op. Probeert de coalitie hiermee de positie van minister Wiebes te redden?

Protest van van FNV Bondgenoten en Groningers in Opstand bij gaslocatie Kolham op 18 januari 2014.
Protest van van FNV Bondgenoten en Groningers in Opstand bij gaslocatie Kolham op 18 januari 2014. Foto Kees van de Veen

Er komt een parlementaire enquête naar de gaswinning in Groningen – maar wanneer? Dinsdag besloot de Tweede Kamer het zwaarste instrument in te zetten dat het parlement tot zijn beschikking heeft. Alle dertien fracties in de Kamer steunden de motie voor een enquête.

In de aanloop naar de Provinciale Statenverkiezingen van 20 maart durft geen enkele partij het aan om een enquête níét te steunen. Zo’n diepgravend onderzoek moet „recht doen aan gedupeerden” en bijdragen aan „herstel van vertrouwen” van de Groningers. Dat vertrouwen is ver te zoeken. Jarenlang trilde de Groningse grond als gevolg van de gaswinning. De inwoners van de provincie zitten niet alleen met kapotte huizen, maar ook met grote onzekerheid vanwege de moeizame schadeafhandeling.

Nu wil de Tweede Kamer duidelijkheid. Hoe heeft het kunnen gebeuren dat er zó veel huizen beschadigd zijn geraakt? Dat de gedupeerden aanvankelijk moesten strijden om gehoord te worden? En dat het vorige kabinet, Rutte II, ineens besloot niet minder, maar méér gas te gaan winnen in Groningen? Vragen zijn er genoeg.

Alleen: in de motie die tot een enquête oproept, ontbreekt een jaartal. Toen de initiatiefnemers, Tom van der Lee (GroenLinks) en Henk Nijboer (PvdA), begin dit jaar tijdens een debat voor een parlementaire enquête pleitten, stelden zij voor om in 2020 te starten. De coalitiepartijen – VVD, CDA, D66 en ChristenUnie – zeiden de wens voor een enquête te begrijpen en te steunen , ze hadden alleen hun twijfels over de timing. Het repareren en versterken van woningen moest voorop staan, zeiden ze, en een enquête mocht de veiligheid niet in de weg zitten. „Het kan zijn dat ik het daarom nog iets te vroeg vind om het al voor volgend jaar vast te leggen”, zei Agnes Mulder (CDA).

Minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) liet weten dat het besluit om een enquête te houden „volstrekt” aan de Kamer is. Maar, waarschuwde hij, als er de komende anderhalf jaar „een belangrijk beroep” wordt gedaan op de mensen die verantwoordelijk zijn voor de schadeafhandeling en de versterkingsoperaties, dan zou hij dat „voor de voortgang als problematisch beschouwen”.

Daarop besloten de linkse oppositiepartijen hun motie aan te houden en in gesprek te gaan met hun collega’s uit de coalitie. Vorige week waren die om: ja, ze steunen een parlementaire enquête, mits er geen jaartal op wordt geplakt.

Wiebes redden

Het ontbreken van een jaartal riep dinsdag meteen vragen op. Is dit niet een manier van de coalitie om weliswaar in te stemmen met een enquête, maar die vervolgens eindeloos uit te stellen om de positie van Wiebes te redden? „Erg slap”, noemde Kamerlid Sandra Beckerman (SP) de motie. „Ik vind dat Groningen nú recht heeft op een parlementaire enquête.” Van der Lee en Nijboer zijn wel blij. „Het is nu nog steeds een dikke zooi in Groningen”, zegt Nijboer. Mensen die een schade melden, moeten volgens hem vijftien maanden wachten voor er een inspecteur komt kijken. Dat moet eerst worden verbeterd, vindt hij. „Nu een enquête starten, daarmee help je Groningen niet.” 

Van der Lee en Nijboer hebben er voldoende vertrouwen in dat de coalitie de enquête niet op de lange baan wil schuiven. Zoals VVD’er Dilan Yesilgöz dinsdag in de wandelgangen zei: „We willen het niet wéér verpesten voor de mensen in Groningen. Het is cruciaal dat het eerst goed loopt daar.”

De volgende stap is dat het presidium van de Tweede Kamer – het dagelijks bestuur – een commissie benoemt en de onderzoeksvragen formuleert. Diverse partijen, waaronder de VVD, hebben al gezegd dat wat hen betreft álles over de gaswinning in Groningen duidelijk moet worden, te beginnen bij de start van de gaswinning in de jaren zestig.

Lees ook: Waarom is er niet sneller ingegrepen in Groningen?

De parlementaire enquête volgt op een uitspraak van Wiebes, die het overheidsoptreden in Groningen bestempelde als „overheidsfalen van on-Nederlandse proporties”. Daarmee had hij het over de periode voor zijn komst, oftewel: van zijn voorganger en partijgenoot Henk Kamp. Maar een zittende minister is altijd politiek verantwoordelijk. Mocht de uitspraak van Wiebes worden bekrachtigd door de enquêtecommissie, dan zou het hem zelf de kop kunnen kosten.

In het nieuws pagina 4-5Commentaar pagina 17