Opinie

Kritiek op ‘Green Book’ slaat door

Peter de Bruijn De verontwaardiging rond ‘Green Book’ vindt Peter de Bruijn buitenproportioneel. Hij vreest dat filmmakers in populaire genres hierdoor nog minder geneigd zullen zijn om kwesties als racisme aan te kaarten.

Peter de Bruijn

De Oscar voor beste film was vorige week nog maar nauwelijks uitgereikt of de Britse krant The Guardian verslikte zich al in morele verontwaardiging. Binnen een half uur na de uitreiking verscheen een ontzet artikel op de website. Daarin concludeerde filmredacteur Catherine Shoard dat de winst van Green Book de opmerkelijke diversiteit van het Oscar-gala had ‘ondermijnd’ en ‘tenietgedaan’, in een flagrant geval van ‘zelfsabotage’. Kort daarna ging filmcriticus Peter Bradshaw daar nog overheen. Hij sprak van de ‘shock horror ’ van de Oscar voor Green Book .

Wat was er gebeurd? Had de Amerikaanse filmindustrie een remake bekroond van de beruchte film The Birth of a Nation, die in 1915 tot een wederopleving van de Ku Klux Klan leidde? Dat was nu ook weer niet het geval. Green Book is een op feiten gebaseerde roadmovie over de zwarte concertpianist Don Shirley, die in 1962 met zijn witte chauffeur Tony Vallelonga een concerttournee maakt door het racistische zuiden van de VS. Naar beproefd recept komen de twee tegenpolen gaandeweg nader tot elkaar en eindigen ze als boezemvrienden.

De boodschap van de film is er één van verdraagzaamheid, tolerantie en het opzijzetten van vooroordelen. Maar dat kon niet voorkomen dat de film impliciet en expliciet als ‘racistisch’ in de hoek is gezet. Het perspectief ligt in Green Book bij chauffeur Tony en niet bij zijn passagier. Dan ben je al snel een ‘witte verlosser’. De onbehouwen Tony zegt ook domme dingen tegen de verfijnde pianist Don Shirley, die hij veilig door het zuiden moet zien te loodsen: „Hoe kun je nou zwart zijn en geen gefrituurde kip lusten?”. Dat moment is misschien tenenkrommend. Maar de humor in de film stoelt wel vaker op Tony’s flagrante domheid.

Regisseur Spike Lee ging demonstratief – en onsportief – met zijn rug naar de uitreiking staan, toen de makers van Green Book hun Oscar in ontvangst namen. De vorige keer dat een vergelijkbaar demonstratief protestgebaar werd gemaakt bij de Oscars, was toen Elia Kazan in 1999 een ere-Oscar kreeg. Hij had namen genoemd tijdens de hysterische jacht op communisten in de jaren vijftig. Hebben de makers van Green Book zich echt aan een vergelijkbaar moreel vergrijp schuldig gemaakt?

Lees ook de recensie over Green Book: onderhoudend spel met clichés

Lee kreeg op zijn beurt eerder scherpe kritiek dat zijn behandeling van het thema racisme in BlacKkKlansman ook niet zuiver op de graat was. Hij zou de politie te veel een heldenrol toedichten. Sinds wanneer maakt de Amerikaanse politie zich zo druk over racisme, vroeg filmmaker Bootsy Riley zich af op Twitter. Progressieve filmmakers kunnen elkaar zo eindeloos ideologisch de maat blijven nemen.

De verontwaardiging rond Green Book is buitenproportioneel. Het gevolg zal zijn dat filmmakers in populaire genres nog minder geneigd zullen zijn om kwesties als racisme bij de kop te pakken. Voor je het weet doe je immers iets verkeerd. De tolerantie voor misstappen is zeer gering. Dan is het veiliger om gewoon een film te maken die zich afspeelt in een fantasiewereld, die helemaal nergens over gaat. Zulke films zijn er in Hollywood altijd genoeg.

Peter de Bruijn is filmrecensent