Debat over vrije markt leeft op door ingreep bij KLM

Tweede Kamer De oppositie steunt het belang in Air France-KLM. „Eindelijk een debat over de ondernemende staat.”

Kamervoorzitter Khadija Arib (PvdA) begroet minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) dinsdagavond bij het debat over Air France-KLM.
Kamervoorzitter Khadija Arib (PvdA) begroet minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) dinsdagavond bij het debat over Air France-KLM. Foto ANP

Voor een kwestie waarover vrijwel alle partijen het in hoofdlijnen eens zijn, was de discussie dinsdagavond in de Tweede Kamer over de aankoop van een staatsbelang in Air France-KLM nog behoorlijk politiek. Maar niet in de vaak vertoonde variant van de oppositie tegen de coalitie.

In het debat over de abrupte verwerving vorige week van 14 procent van de aandelen in de Frans-Nederlandse luchtvaartmaatschappij ging het over veel fundamentelere kwesties dan de vraag of die strategische belegging wel of niet een verstandige beslissing is. Het ging over politieke ideologie, over het klassiek economische vraagstuk van vrije marktwerking versus een sturende rol door de overheid.

Het was dus niet zozeer verantwoordelijk minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) die een lastig en kostbaar (744 miljoen euro) besluit moest toelichten, als wel de grootste regeringspartij VVD die moest uitleggen waarom een kabinet onder leiding van een liberale premier rigoureus ingrijpt op de vrije markt.

De drie linkse oppositiepartijen SP, PvdA en GroenLinks grepen de kans om het kabinet er vrij omstandig mee te complimenteren. Kamerlid Bart Snels (GroenLinks) omschreef de interventie in de beursgenoteerde luchtvaartonderneming als „een keerpunt na dertig jaar van privatiseringen”. „Eindelijk een debat over de ondernemende staat”, zei hij bijna opgelucht. SP-woordvoerder Mahir Alkaya prees de „nieuwe realistische kijk op marktwerking”. „Dat is best hoopvol.”

Uiterste redmiddel

De VVD, bij monde van financieel woordvoerder Roald van der Linde, benadrukte dat de ingreep bij Air France-KLM vooral als een uitzondering moest worden gezien, „een uiterste redmiddel”. De VVD gelooft immers wel in een „goede marktordening” maar niet per se in de vorm van staatsaandelen. „Dat is de slechtste manier om het publieke belang te dienen.” In het specifieke geval van de Frans-Nederlandse maatschappij, legde Van der Linde uit, moest het evenwicht tussen de beide betrokken overheden evenwel nodig worden rechtgetrokken. Hier stond het grote economische belang van zowel de Nederlandse tak KLM als de Nederlandse luchthaven Schiphol op het spel.

De fracties aan de andere kant van het politieke spectrum vinden de staatsinterventie juist voor herhaling vatbaar. Want het publieke belang, zei Kamerlid Henk Nijboer (PvdA), moet je nu eenmaal soms beschermen met staatsaandelen. Dat houdt niet op bij commerciële luchtvaartmaatschappijen met een belangrijke economische functie.

Er volgde, door verschillende woordvoerders, een lange opsomming van bedrijven en sectoren waar de overheid ook best een financieel belang zou mogen nemen: post, energiemarkt, thuiszorg, ziekenhuizen, geldtransport, de bancaire sector. Zou de Volksbank bijvoorbeeld, voortgekomen uit het zes jaar geleden geredde concern SNS Reaal, nu wel per se terug naar de markt moeten? Of moet die maar een staatsbank blijven?

De opmerkelijkste bijdrage kwam van CDA-Kamerlid Eric Ronnes. Hij verklaarde open te staan voor een actievere rol in de economie. „De vrije markt is voor ons nooit heilig geweest.” Daarmee ging Ronnes veel verder dan zijn partijgenoot in het kabinet in zijn schriftelijke beantwoording voorafgaand aan het debat. „Op dit moment”, schreef minister Hoekstra maandagavond al aan de Kamer, „zie ik geen reden om naar aanleiding van de aankoop van aandelen Air France-KLM, het [bestaande] deelnemingenbeleid te wijzigen. Ook voor andere sectoren blijft borging van de publieke belangen middels wet- en regelgeving dan ook het uitgangspunt en staatsaandeelhouderschap een uitzondering.”

In het debat voegde Hoekstra daar kort en bondig aan toe dat er, anders dan sommige politici en media beweerden, van een „waterscheiding” of „nieuw tijdsgewricht” geen sprake is.

Opvallend: het middel van wet- en regelgeving waarmee de overheid „als marktmeester” problemen in de economie kan oplossen, was precies de argumentatie die het VVD-Kamerlid Van de Linde gebruikte.

Koerswending

De oppositie zag in de opstelling van Ronnes een „koerswending van het CDA.” „Wat fijn dat het CDA zich hier van zijn antikapitalistische kant laat zien”, zei Alkaya van de Socialistische Partij. PvdA’er Nijboer wilde het verhaal van Ronnes meteen verzilveren. „Wat betekent dit voor de toekomst van de Volksbank?”, wilde hij weten. Ronnes zei dat een staatsbelang in bedrijven met een publiek belang „geen doel op zich is”, maar, „we sluiten hier niets uit.” 

De tweede liberale partij van de huidige coalitie, D66, had eveneens begrip voor de stap van het kabinet om bij Air France-KLM in te grijpen, maar het moest evenzeer eenmalig en tijdelijk zijn. „Dit is een noodgreep van 744 miljoen”, zei Joost Sneller. Hij wilde vooral van Hoekstra weten of hij al heeft nagedacht over een exit-strategie bij dit net verworven aandeelhouderschap.

Sneller zei uit te zien naar de dag dat de Tweede Kamer opnieuw vertrouwelijk zal worden ingelicht op het moment dat Nederland het aandelenbelang weer heeft afgestoten.

Dit artikel is op 6 maart 11.30 uur geactualiseerd.