‘Vooraf heb ik me wel zorgen gemaakt. Wat als ik zonder benzine kom te staan?’

Reizen De 27-jarige Wouter van der List reisde op een motor van Rosmalen naar Kathmandu in Nepal. Het was geen jongensdroom en hij had weinig ervaring. „Nu weet ik dat je altijd en overal hulp krijgt.”

Een stop in Turkije tijdens de reis van Wouter van der List.
Een stop in Turkije tijdens de reis van Wouter van der List. Foto Wouter van der List

Wouter van der List (27) was nog maar een paar uur in Iran toen een auto naast hem kwam rijden op de snelweg. Het raampje ging naar beneden. Een vrouw hield met een glimlach op haar gezicht een ijsje omhoog. Voor hem. Hij pakte het aan, de auto scheurde weg. „Ik wist niet wat ik meemaakte. Ik heb dat ijsje voorzichtig op mijn tanktas gezet en ben snel naar de vluchtstrook gereden om het op te eten.”

Dit was wat hij wilde toen hij besloot om in z’n eentje op de motor van Rosmalen, de stad waar hij is opgegroeid, naar Kathmandu in Nepal te rijden. Niet afgaan op wat hij erover zag en las, maar zelf ervaren hoe het leven is in landen als Georgië, Iran, Pakistan en India. Hoe de mensen zijn. En hoe hij zichzelf in die landen zou kunnen redden, dat ook.

Het viel niet tegen. „Tegenwoordig is alles voor je uitgekauwd, maar dit heb ik helemaal zelf gedaan.”

Het was geen jongensdroom . Hij zag zichzelf maar op één plek: in de operatiekamer. Hij wilde orthopedisch chirurg worden, net als zijn vader. „Het technische, dat sprak me aan. Opereren, met botten bezig zijn. Ik ging ook vaak kijken bij operaties van mijn vader, heel gaaf vond ik dat.”

Hij had zich verzoend met de lange studieroute die hij zou moeten afleggen voordat hij zich chirurg zou kunnen noemen. Een route die nog eens extra lang was, want het leren kwam hem niet aanwaaien. Hij begon op de mavo, ging daarna naar de havo.

Maar op het vwo ging het mis, hij zakte voor het eindexamen. In dezelfde periode werd zijn broer ernstig ziek. Hij overleed toen hij nog maar net twintig was. „Zijn dood zette me aan het denken over mijn eigen leven. Het kan zomaar voorbij zijn. Wilde ik wel jarenlang alles opzij zetten om chirurg te kunnen worden?”

We reden daar door een gebied met veel terroristen

Wouter van der List

Nee, besloot hij. Hij ging in Amsterdam de hbo-opleiding technische bedrijfskunde doen en had talloze bijbaantjes om zoveel mogelijk te kunnen sparen. Want intussen had zich toch een nieuwe droom in zijn hoofd genesteld: een lange reis maken met de motor. Helemaal alleen.

Hoe was dat idee ontstaan? „Vlak voordat ik ging studeren, zocht ik mijn zus op, die vrijwilligerswerk deed in Nepal. Samen reisden we twee weken door het noorden van India. Op een dag huurden we een motor om in de bergen te gaan rijden, zo’n klassieke Royal Enfield. Het was fantastisch. Tijdens die rit in de Himalaya dacht ik: hier wil ik nog een keer naar toe.”

‘Ik wilde geen toerist zijn’

Van der List wilde er een avontuur van maken. Hij besloot er vanuit Nederland naar toe te rijden. „Vroeger gingen mensen naar Thailand of Vietnam als ze een bijzondere vakantie wilden, maar in die landen is het avontuurlijke er wel vanaf. Ik wilde geen toerist zijn, ik wilde het lokale leven meemaken. En het leek me mooi om langere tijd alleen op pad te zijn.”

Zijn vader en moeder vonden het spannend, maar ze steunden hem – zelf zijn ze ook reislustig. Maar er waren ook familieleden die hem de reis afraadden. „Mijn ouders hadden al een zoon verloren en dan zou ik ze ook nog eens ongerust maken door de halve wereld over te reizen.”

Op 2 mei 2018 begon het avontuur. In vijf à zes maanden zou Van der List van Nederland naar Nepal rijden. Hij had een Honda Transalp uit 1999 gekocht, een betrouwbare alleskunner. Veel ervaring had hij niet. Hij had nog nooit een lang stuk gereden met een volgepakte motor en nog nooit alleen gekampeerd. Maar hij had wel de bagage van „duizend uur naar Discovery Channel kijken”. En hij kan aardig sleutelen. Koppelingsplaten, veren, filters, bougies – hij kon het allemaal zelf vervangen.

Foto genomen in Roemenië. Foto Wouter van der List

Zijn reis voerde hem door Duitsland, Tsjechië, Roemenië, Turkije, Georgië, Iran, Pakistan en India. Als kind hadden zijn ouders hem ingepeperd nooit met vreemden mee te gaan, maar die stelregel sloeg hij vanaf dag één in de wind. „Het is ongelooflijk hoe aardig en gastvrij mensen zijn. Je zet je tentje op en voor je het weet komen mensen eten brengen.”

Mensen hielpen hem

De gastvrijheid zit in de mensen zelf, maar het feit dat Van der List alleen op de motor was, hielp ook mee. Het maakt je enorm toegankelijk, zegt hij. „Op iedere camping kwamen mensen naar me toe. Ze wilden weten waar ik naar toe ging, nodigden me uit om mee te eten of samen leuke dingen te doen.”

En ze hielpen hem als er een probleem was. Met zijn motor bijvoorbeeld, of met een visum. „Vooraf had ik me soms wel zorgen gemaakt, vooral als ik in bed lag. Dan dacht ik: wat als ik in de woestijn zonder benzine kom te staan? Maar nu weet ik dat er voor ieder probleem een oplossing is en dat je altijd en overal hulp krijgt. Je steekt je hand op en mensen helpen je.”

Toch was zijn reis soms een beproeving. Om snel in India te kunnen zijn, besloot Van der List dwars door Pakistan te rijden. Een enorm indringende ervaring, zegt hij . Hij had een transitvisum bemachtigd dat twee weken geldig was. Samen met zijn tijdelijke Duitse reisgenoot Dieter, die hij via Facebook had ontmoet, meldde hij zich aan de grens. „We waren in een onherbergzaam gebied waar veel terroristen zich schuilhouden. Je mag alleen door dat gebied rijden met een militaire escorte. We wisten dat we ongeveer duizend kilometer op deze manier zouden moeten afleggen.”

Boven: Turkije. Onder: beide in Iran.
Foto’s Wouter van der List

Na een overnachting op de grenspost verscheen de eerste pick-uptruck die voor Van der List en zijn reisgenoot uit zou rijden. „Er stonden mannen met machinegeweren in de laadbak en wij moesten er achteraan. De chauffeur gaf meteen plankgas. Met 150 kilometer per uur reed hij over een smalle, stoffige weg vol gaten. Ik dacht: dit houd ik nooit lang vol met mijn oude motor.”

Gelukkig voor Van der List gaven zijn begeleiders het stokje na een kilometer of honderd over. „Steeds als we bij een militaire post aankwamen, moesten we allerlei formulieren opnieuw invullen en kregen we nieuwe begeleiders. De ene pick-uptruck reed keihard, de volgende was een oud barrel die niet harder kon dan 40 kilometer per uur.”

Escorte afgeschud

Na een goede week rijden kwam Van der List aan in de Pakistaanse stad Quetta, waar kort daarvoor bij een IS-aanslag 31 doden waren gevallen. „Die stad was echt een soort war zone. Op iedere straathoek stonden militairen, zelfs de tassen van kleuters werden gecontroleerd.”

Van zijn begeleiders mocht Van der List niet tegen anderen zeggen dat hij uit Nederland kwam, omdat er toen net onrust was over de cartoonwedstrijd die Geert Wilders wilde organiseren. „Ik dacht: ik zeg het toch gewoon en dan zien we wel hoe die mensen reageren. Niemand reageerde vervelend.”

Boven: Pakistan. Onder: beide in Nepal.
Foto’s Wouter van der List

De volgende etappe ging in de richting van de Karakoram Highway in het grensgebied met China, de hoogste internationale snelweg van de wereld. Opnieuw moest Van der List onder begeleiding rijden. „Het ging zo langzaam dat Dieter en ik het al snel zat waren. Toen hebben we besloten onze escorte af te schudden, we zijn zo hard gaan rijden dat ze ons niet meer konden bijhouden. Jammer genoeg stuitten we niet veel later op een wegversperring, die speciaal was opgeworpen om ons tegen te houden. Moesten we toch weer achter die pick-ups aan.”

Lees ook: Wie gaat er nog op de bonnefooi op vakantie?

Vanaf Lahore was het gebied veilig genoeg en kon Van der List in zijn eigen tempo naar de Karakoram Highway, een weg die hij per se wilde rijden. Probleem: dat mag niet met een transitvisum. „Toen hebben we bedacht dat Dieter eerst zijn visum liet zien, want dat van hem was wel geldig. Daarna riep ik dat ik dezelfde had. Met veel bluf is het ons gelukt om op die weg te komen. We reden 800 kilometer richting de grens met China en toen weer 800 kilometer terug, op een hoogte van soms wel 4.500 meter. Prachtig.”

Op 14 oktober kwam Wouter van der List aan in Kathmandu, waar zijn moeder en zus hem feestelijk onthaalden. Hij is er geen ander mens door geworden, zegt hij, want daar gelooft hij niet zo in. Maar een onvergetelijke ervaring was het wel. Binnen vijf jaar wil hij van Nederland naar Kaapstad rijden.