Haar kritiek op Israël splijt Democraten

Ilhan Omar Een nieuw Congreslid dat de hechte band van de VS met Israël in twijfel trekt, bedient zich volgens critici van antisemitische clichés.

Congreslid Ilhan Omar lag eerder onder vuur vanwege een antisemitische uitlating op Twitter.
Congreslid Ilhan Omar lag eerder onder vuur vanwege een antisemitische uitlating op Twitter. Foto Jim Watson/AFP

Met haar aantreden schreef Ilhan Omar dit jaar geschiedenis: zij en een partijgenote werden de eerste moslima’s in het Congres. Hiertoe werd het reglement van het Huis aangepast, zodat de Democratische afgevaardigde uit Minnesota op de debatvloer een hoofddoek kan dragen.

De afgelopen weken trekt Omar (1981) vooral aandacht met kritiek op de warme Amerikaanse band met Israël. Haar opstelling leidt tot groeiend ongemak bij andere Democraten en maakt haar tot een geliefd mikpunt van Republikeinen.

De jongste rel rond de politica van Somalische komaf brak vorige week uit, na een optreden in een boekhandel in Washington. Daar stelde Omar te willen „praten over de politieke invloed in dit land, die stelt dat het oké is voor mensen om trouw aan een buitenland te bepleiten. Ik zou graag willen weten waarom het voor mij oké is om te praten over de invloed van [wapenlobbyclub] NRA, de fossiele brandstoffenindustrie of big pharma en niet te praten over een invloedrijke lobby die beleid stuurt.”

Al noemde ze Israël of de pro-Israël-lobbyclub AIPAC niet bij naam; de opmerking kwam Omar meteen op felle kritiek te staan. Haar woorden werden uitgelegd als weinig verhulde verwijzing naar de vermeende „dubbele loyaliteit” van Joden. Hiermee gebruikte ze een aloud antisemitisch vooroordeel, stelden critici.

Onder anderen haar partijgenoot Eliot Engel (zelf Joods) riep Omar op om haar excuses aan te bieden wegens „het aanroepen van deze verachtelijke antisemitische verdachtmaking”. „Het is onacceptabel en zeer beledigend om de loyaliteit van mede-Amerikanen te betwijfelen vanwege hun politieke denkbeelden, waaronder steun voor de relatie tussen de VS en Israël”, stelde Engel, voorzitter van de invloedrijke buitenlandcommissie in het Huis.

Verwijzing naar een rapnummer

Omar lag al onder een vergrootglas na eerdere omstreden uitlatingen. In februari insinueerde ze op Twitter dat de Amerikaanse steun voor Israël zou zijn ingegeven door giften van AIPAC. Dit is feitelijk onjuist: de belangengroep organiseert wel conferenties en studiereizen voor Congresleden naar Israël, maar doneert niet aan politieke campagnekassen.

Omar kreeg vooral kritiek voor de wijze waarop ze haar beschuldiging uitte: met het eeuwenoude stereotype van de sluwe, op geld beluste Jood. Ze gebruikte de titel van een oud rapnummer over geld verdienen: It’s all about the Benjamins, baby, van Puff Daddy. In Israël is Benjamin de voornaam van de premier, in de Amerikaanse volksmond is het de bijnaam voor een honderddollarbiljet.

Na felle kritiek van de Democratische partijtop bood Omar excuses aan en verwijderde ze de tweet. „Antisemitisme bestaat echt en ik ben de Joodse bondgenoten en collega’s dankbaar die me meer hebben verteld over de pijnlijke geschiedenis van antisemitische uitdrukkingen”, stelde ze in een verklaring. „Ik bied ondubbelzinnig excuses aan.”

Na haar nieuwe opmerking laait het conflict over Omar weer op. In een petitie roepen Joodse organisaties de partijtop op om haar uit de buitenlandcommissie te zetten. Alexandria Ocasio-Cortez, de rijzende ster van de partij, nam het juist voor Omar op.

Israël kan zo een splijtzwam worden: jongere, linkse Democraten zijn gemiddeld kritischer over het Israëlische regeringsbeleid dan oudere, meer gematigde partijgenoten. Die richtingenstrijd speelt ook op rond een wetsvoorstel om boycotacties tegen Israël te bestraffen.

Doelwit van Republikeinen

De Republikeinen stoken dit conflict op in de hoop Joodse of evangelisch-christelijke kiezers te werven. Zo kwam het filmpje van Omars optreden in de boekhandel online via een Republikeins account op YouTube. President Trump noemde de rel maandag „ een sombere dag voor Israël”.

Toch kreeg ook de Republikeinse partij zelf recentelijk nog verwijten van antisemitisme. Kevin McCarthy, fractieleider in het Huis, stelde vorig najaar dat George Soros, Michael Bloomberg en Tom Steyer proberen „de verkiezingen te kopen”. Alle drie filantropische miljardairs zijn van Joodse komaf. Dezelfde McCarthy roept de Democraten nu op Omar uit de buitenlandcommissie te zetten. Dat deed hij zelf immers ook met Steve King, een Republikein die het superioriteitsdenken verdedigde.

Omar lijkt niet in te binden. Op Twitter riposteerde ze een partijgenote uit New York die haar verweet „een vals beeld te schetsen van onze steun aan Israël” op felle toon: „Ik zou geen trouw hoeven zweren of steun moeten geven aan een vreemd land teneinde mijn land te kunnen dienen in het Congres of in een commissie.”

Als enige hoofddoekdraagster op Capitol Hill krijgt Omar zelf ook veel haat over zich heen, vanuit anti-islamitische hoek. Vorige week nog hing in de staat West Virginia op een Republikeinse affichezuil een poster van de brandende Twin Towers op ‘11 september’. Omar wordt hierop weggezet als ‘bewijs’ dat ‘Never Forget’, dé patriottische leuze van kort na de aanslagen, nu ‘vergeten’ zou zijn.

In de boekhandel klaagde Omar dat het verwijt van antisemitisme wordt misbruikt om haar als moslima verdacht te maken en de mond te snoeren. „Waar ik bang voor ben, is dat veel van onze Joodse collega’s, veel van onze kiezers en onze bondgenoten gaan denken dat alles wat we over Israël zeggen antisemitisch zou zijn, omdat we moslims zijn. [...] Zo loopt elke discussie dood.”