Groningers wilden die enquête al heel lang

Betrokkenen Lokale oppositiepolitici willen dat het onderzoek in Den Haag nu snel start. Commissaris René Paas (CDA) heeft geen haast.

Locatie Grijpskerk van de Nederlandse Aardolie Maatschappij. Dit is een gasopslaglocatie in Groningen buiten het aardbevingsgebied.
Locatie Grijpskerk van de Nederlandse Aardolie Maatschappij. Dit is een gasopslaglocatie in Groningen buiten het aardbevingsgebied. Foto Siebe Swart

Eindelijk erkenning voor de gedupeerde Groningers, maar te laat. Dat is de gedeelde reactie van Groningse betrokkenen op de aankondiging van een parlementaire enquête, waar de Tweede Kamer dinsdag toe besloot.

„Het is goed dat de beerput eindelijk opengaat en de Groningers antwoord op hun vragen krijgen”, zegt Susan Top van belangengroep Groninger Gasberaad. „De parlementaire enquête kan het vertrouwen van de Groningers herstellen en geeft hen eindelijk erkenning”, zegt ze. „Als één onderwerp geschikt is voor zo’n zwaar politiek middel dan is het wel de gaswinning.”

Al klonk de roep uit Groningen om een parlementaire enquête al jaren. „Mosterd na de maaltijd”, noemt Top de timing, die zegt dat in 2014 al door betrokken bestuurders over een parlementaire enquête gesproken werd.

Ook de bekende bevingsactiviste Annemarie Heite pleitte vlak voor de Tweede Kamerverkiezingen in 2017 op Twitter voor een parlementaire enquête. „Meteen belde een zeer hooggeplaatste politicus mij”, zegt Heite, die inmiddels aangesloten is bij de politieke beweging Code Oranje. „Een uur lang klonk een relaas, waar ik niet tussenkwam, over waarom een parlementaire enquête niet nodig was.”

Stroeve processen

Hoewel de parlementaire enquête er nu dan echt komt, is vooralsnog niet duidelijk wanneer deze van start gaat. De Groningse SP-gedeputeerde Eelco Eikenaar noemt het „wrang” dat de parlementaire enquête op z’n vroegst in 2020 begint en vermoedelijk nog later. „We hebben de kennis van de enquête nu nodig om de huidige problemen met chirurgische precisie op te lossen.”

Eikenaar doelt daarmee op twee stroef verlopende processen: het schadeherstel van al beschadigde huizen en de ‘versterkingsoperatie’, waarbij mogelijk 11.500 panden aangepakt moeten worden.

Daarbovenop is onduidelijk welke richting de parlementaire enquête zal kiezen en wat de Groningse gedupeerden er aan hebben. Dat het anders had gemoeten, dat weten ze in Groningen wel, volgens Top. „Dit is het meeste ongevaarlijke wat de coalitie kan doen”, zegt ze doelend op de parlementaire enquête. „Voor de huidige regering zal het weinig consequenties hebben.” Top verwacht dat er pas conclusies getrokken worden na de huidige regeerperiode. Toch blijft ze positief: „Beter laat dan nooit.”

De uitkomst van de parlementaire enquête wordt dan ook vooral gezien als mogelijke les voor de toekomst. „Het is geen wondermiddel voor de huidige problemen”, zegt commissaris van de Koning René Paas (CDA).

Paas verdedigt de motie, waarin staat dat er pas met de parlementaire enquête moet worden begonnen als „de fysieke versterking van de meest risicovolle woningen structureel op gang is gekomen, evenals het proces van schade-afhandeling”. Paas gaat daarmee in tegen SP-gedeputeerde Eikenaar en belangbehartiger Top.

„Het grootste belang voor Groningen is dat de versterkingsoperatie en het schadeherstel doorgang vinden”, zegt Paas. „De parlementaire enquête moet er zo snel mogelijk komen, met nadruk op mogelijk.”

De bevingsactiviste Heite blijft strijdvaardig. „Deze stap was nodig, nu gaan we eisen dat de parlementaire enquête zo snel mogelijk wordt opgetuigd”, zegt ze. „Ook voor de huidige problematiek.”