Fletse Nederlandse primeur in Pro League

Hockey De Nederlandse hockeyers moesten in Rotterdam, in hun eerste Pro League-duel voor eigen publiek, de zege aan Duitsland laten: 0-1.

Foto Koen Suyk/ANP

In de Pro League is elke wedstrijd een thuiswedstrijd. Niet voor niets luidt de slogan van de dit jaar geïntroduceerde exclusieve landencompetitie ‘Hockey is coming home’. De Nederlandse hockeyers moesten evenwel lang wachten, en vooral heel veel vliegen, tot ze voor eigen publiek in actie konden komen. Na een rondreis langs Auckland, Melbourne, Valencia en Buenos Aires was dinsdag Duitsland de tegenstander in het eerste Pro League-duel ooit op Nederlandse bodem.

Die primeur trok 3.500 toeschouwers naar hockeyclub Rotterdam, waar tientallen vrijwilligers de afgelopen dagen het complex omtoverden in een speellocatie naar de wensen van de internationale hockeyfederatie FIH. De uitstraling van de Pro League moet overal en altijd hetzelfde zijn, zoals in de Champions League, de moeder alle commerciële sportcompetities.

Maar terwijl voor de voetballers dinsdag in Dortmund en Madrid een kwartfinaleplaats op het spel stond, hadden de hockeyers in Rotterdam weinig reden om zich echt druk te maken. De Pro League gaat bij de mannen over veertien wedstrijden, en van de acht deelnemende landen plaatsen de beste vier zich voor de finaleronde in Amstelveen, eind juni.

Lees ook: De Pro League móét een succes worden

Prestigestrijd

Eerder die maand speelt Nederland bovendien nog de helft van zijn duels, dus de uitslag van het treffen met Duitsland zou niet doorslaggevend zijn. Omdat voor de Duitsers min of meer hetzelfde scenario geldt, stond er vooral prestige op het spel, met name voor Nederland. Van de laatste zeven ontmoetingen gingen er zes verloren. De meest recente nederlaag kwam in december toen de Duitsers in de groepsfase van het wereldkampioenschap in India met 4-1 te sterk waren.

Maar van beide WK-selecties ontbraken in Rotterdam te veel spelers om van een revanchewedstrijd te kunnen spreken. De Nederlandse ploeg telde liefst tien andere gezichten, waarvan Justen Blok de onbekendste was. De 18-jarige verdediger van Rotterdam debuteerde in januari in Nieuw-Zeeland als international en speelde pas zijn derde interland.

Op zijn thuisclub had Blok met de rest van de Nederlandse verdediging lange tijd weinig te vrezen van Duitsland, dat zonder de vurige spits Christopher Rühr en de slimme spelverdeler Tobias Hauke nog fletser speelde dan de laatste jaren vaak het geval was – hun laatste internationale hoofdprijs, de Champions Trophy, dateert van december 2014.

Maar ook Nederland kon in de nieuwe samenstelling nauwelijks imponeren, al domineerde de ploeg van bondscoach Max Caldas wel het grootste gedeelte van wedstrijd. Maar zo doelpuntenrijk als de eerste vier duels, waaraan Oranje een doelsaldo van 15-15 overhield, werd het bij lange na niet. Sterker, de enige oprisping van aanvaller Florian Fuchs was voldoende voor alweer een Duitse zege.