Internetoplichterij vergt concentratie en behendigheid in ‘Sakawa’.

Regisseur over zijn film over Ghanese internetoplichters: ‘Dit had mijn leven kunnen zijn’

Ben Asamoah De regisseur dook voor zijn intrigerende eerste documentaire ‘Sakawa’ diep in de wereld van internetfraude in Ghana. „Ben ik zelf een beter mens? Ik weet het niet.”

Voor zijn intrigerende eerste documentaire Sakawa ging Ben Asamoah naar Ghana. In dat land zat hij tussen zijn elfde en zestiende op een kostschool, nadat hij daarvoor het grootste deel van zijn jeugd met zijn moeder in België had doorgebracht. Veel van zijn Ghanese klasgenoten van toen houden zich tegenwoordig bezig met sakawa : een curieuze mengvorm van traditionele, West-Afrikaanse religieuze juju -rituelen – ook wel aangeduid als voodoo – en moderne internetfraude met onlinedating.

Ben Asamoah: „Ik kijk in de film eigenlijk naar wat misschien mijn eigen leven zou zijn geweest als ik helemaal was opgegroeid in Ghana. De verleiding om ook aan sakawa te gaan doen, was dan vermoedelijk groot geweest. Ik ben naar Europa gekomen. Daarom hoef ik niet zo te leven als de mensen in de film. Maar ben ik daardoor een beter mens? Ik weet het niet.”

In Ghana is sakawa een soort publiek geheim, vertelt Asamoah. Iedereen weet ervan, iedereen kent wel iemand die eraan doet. Zogeheten ‘magic voice telephones’ worden in winkels openlijk verkocht. Daarmee kunnen jongemannen hun stem zo vervormen dat ze klinken als vrouwen. Ze bellen daarmee met eenzame mannen in het Westen, die soms op zoek zijn naar liefde en soms alleen naar seks, in de hoop hun geld afhandig te maken.

Asamoah: „Als een westerling die is opgelicht naar Ghana komt en echt werk maakt van zijn zaak, komt de politie in actie. Maar doorgaans wordt sakawa getolereerd. Iedereen weet dat veel mensen geen enkel alternatief hebben om in hun levensonderhoud te voorzien. De mensen die in sakawa terechtkomen hebben daarvoor vaak al vergeefs van alles geprobeerd om geld te verdienen. Op een zeker moment is dan de verleiding te groot en zwichten ze voor sakawa.”

Ben Asamoah kon dichterbij zijn verhaal komen dan de meeste filmmakers uit Europa, omdat hij de taal spreekt. „Ik heb weliswaar ook een donkere huidskleur, maar mensen in Ghana zien meteen aan mij dat ik uit Europa kom: door mijn kleding, mijn lichaamshouding, mijn hele manier van spreken. Maar een groot voordeel is wel dat ik de taal versta. Daardoor kon ik veel meer loskrijgen van mensen, ook op intieme momenten.”

Lees hier de recensie van ‘Sakawa’

„Ik stuitte aanvankelijk op veel wantrouwen. Uiteindelijk kreeg ik het groene licht van de jongens met wie ik zelf op kostschool heb gezeten. Die staan inmiddels vrij hoog in de hiërarchie van sakawa. Ze wilden niet voor de camera verschijnen, maar op de achtergrond hebben ze me veel verteld. Hun enige voorwaarde was dat ik een eerlijk verhaal zou vertellen. Dat vertrouwen wilde ik niet schenden. Ik hou het verhaal zo sober mogelijk en laat de kijker eigen conclusies trekken.”

In de film laat Asamoah zien dat oplichterij hard werken is. Psychologisch inzicht, geduld en technische knowhow over digitale communicatiemiddelen zijn voorwaarden voor succes. „Het zou mooi zijn als de jongens hun kennis, intelligentie en vaardigheden op een andere manier zouden kunnen inzetten. Maar ze hebben het idee helemaal opgegeven dat ze ook op een andere manier geld zouden kunnen verdienen. De meesten hebben een heel cynisch wereldbeeld. Ze hebben geen enkel vertrouwen meer in Afrikaanse leiders.”

Een groot deel van de fascinatie van de film bestaat uit het samenkomen van oeroude religieuze rituelen en de modernste technologie. „Mensen die heel snel een bepaald resultaat hopen af te dwingen, grijpen vaak terug op juju-rituelen. Internetfraude heb je natuurlijk in de hele wereld, maar in Ghana is juju daar een wezenlijk onderdeel van. Ghana is een heel religieus land. De geestelijke wereld is voor de meeste Ghanezen even werkelijk als de fysieke wereld.

„In het Westen denken we vaak dat voodoo te maken heeft met een vloek over iemand uitspreken en poppetjes waar naalden in worden gestoken. In Ghana heb ik geleerd dat zulke praktijken daar maar een heel klein onderdeel van zijn. Juju gaat vooral over meditatie, balans en energie. Ik wilde daar geen sensationeel beeld van schetsen. Ik heb rituelen gefilmd die dichterbij de Hollywoodversie van voodoo komen. Maar die heb ik niet in de film opgenomen. Als een voodoo-priester vooral bloederige wraakrituelen wil uitvoeren, moet je daar eigenlijk meteen vraagtekens bij hebben. Dat zou wel eens een oplichter kunnen zijn.”