Clint Eastwood doet veel met weinig

Clint Eastwood In zijn nieuwe film ‘The Mule’ speelt de 88-jarige Clint Eastwood een drugskoerier. Hij staat al 64 jaar voor de camera. Waarom raken we nooit op hem uitgekeken?

Clint Eastwood als drugskoerier op leeftijd in ‘The Mule’.
Clint Eastwood als drugskoerier op leeftijd in ‘The Mule’.

Op het affiche van zijn nieuwe film The Mule staat het zo herkenbare profiel van Clint Eastwood: gegroefd gelaat, kaarsrechte neus en een ietsje samengeknepen oog, onder een honkbalpet. Dat eenvoudige, maar krachtige beeld vormt een perfecte samenballing van zijn hele filmfilosofie: simpel, direct, zo min mogelijk gedoe.

Eastwood (1930) kwam als midden twintiger in dienst bij filmstudio Universal, waar hij enige tijd bijrollen speelde in B-films. Zijn grote doorbraak volgde precies zestig jaar geleden, als Rowdy Yates in de populaire tv-westernserie Rawhide. Toen hij door de toen nog onbekende Italiaanse regisseur Sergio Leone werd gevraagd voor de hoofdrol in A Fistful of Dollars (1964) hapte hij toe. Die rol maakte hem een ster.

Als de mysterieuze Man with No Name in de befaamde spaghettiwesterns van Leone deed hij wat zijn grote voorbeeld Gary Cooper ook altijd had gepropageerd: hij schrapte hele lappen dialoog en acteerde zo min mogelijk. Een zwijgzame held is immers mysterieus en krachtig. Dat minimalisme – het consequent weglaten van elk grammetje vet – werd zijn handelsmerk.

De Eastwood-blik is inmiddels iconisch: toegeknepen ogen, een frons tussen de wenkbrauwen en een samengeknepen mond waar hooguit een spottende grijns vanaf kan. Zijn laconieke loopje staat ver af van de krachtige tred van John Wayne. Veelzeggende blikken doen het werk. Als Eastwood al tekst heeft, kan er nog net een grom vanaf of een snedige oneliner. Verwacht van hem geen protserige monologen, hij won dan ook nooit een Oscar voor een van zijn rollen.

Toch is zijn minimalisme zeer effectief. Zijn stemgebruik is opvallend. Vrijwel nooit verheft Eastwood zijn stem, zelfs niet in de hitte van het moment, als de kogels rondvliegen. Hij blijft altijd het kalme centrum van de actie. Meestal zit zijn dictie dicht tegen fluisteren aan of spreekt hij met zijn tanden nog op elkaar. Alles wat hij zegt klinkt afgemeten. Dat komt klassieke oneliners als ‘Go ahead punk, make my day’ ten goede.

Eastwoods acteerwerk leunt sterk op lichamelijkheid: met hangende schouders of de nek in een veelzeggende hoek. In zijn beroemde western Unforgiven legt hij aan Morgan Freeman uit dat hij niet meer de gewelddadige revolverheld van weleer is (‘I ain’t like that no more’). Het gewicht van het verleden drukt daarbij op zijn schouders, waarbij de naar binnen gekeerde blik in zijn ogen deels wordt geblokkeerd door zijn cowboyhoed. Af en toe pauzeert hij tijdens het gesprek en staart hij naar het haardvuur. Eastwood gebruikt dat soort pauzes en stiltes zeer muzikaal; niet vreemd voor iemand die muziek wilde gaan studeren en zijn leven lang al een fanatiek jazzliefhebber is. Eastwood fraseert zijn dialogen als een jazzmuzikant. In de euthanasiescène uit Million Dollar Baby glipt Eastwood het ziekenhuis in om zijn verlamde bokspupil Maggie een dodelijke injectie te geven. Hij fluistert haar toe wat hij van plan is, kust haar en terwijl zijn hoofd weer naar achteren gaat, pauzeert hij even, om daarna gedecideerd verder te gaan. Juist die woordloze pauze maakt de scène hartverscheurend. Daardoor kan een moment van twijfel opkomen: maakt hij wel de juiste keuze?

Juist in zulke woordloze scènes blijkt zijn klasse als acteur. In zijn fraaie melodrama The Bridges of Madison County stapt hij uit een auto, terwijl het hevig regent, om nog een laatste blik te werpen op Francesca (Meryl Streep), de vrouw met wie hij een affaire heeft beleefd. Zij staat op het punt om met haar wettige echtgenoot weg te rijden uit zijn leven. Hij loopt een paar stappen naar haar auto, kijkt indringend maar liefdevol naar haar, glimlacht eventjes flauwtjes en draait zich dan langzaam om. Die korte glimlach is prachtig: alsof hij tijdens dat korte moment alle herinneringen aan Francesca zijn gedachten laat passeren.

Eastwood acteert soms zo klein dat zijn gezicht een bijna ondoordringbaar masker wordt. Dat geeft de kijker ruimte om allerlei emoties op hem te projecteren.

In zijn latere jaren kreeg Eastwood een diepe, gruizige stem, werden zijn bewegingen nog langzamer en zijn hoofd verweerder. Maar zijn acteerstijl bleef ongewijzigd. Hij doet nog steeds veel met weinig. Op het oog onbeduidende details helpen natuurlijk ook om zijn personages de gewenste, soms ongenaakbare uitstraling te geven. Harry Callahan kauwt nog op de hotdog van zijn lunch tijdens de finale shoot-out van Dirty Harry. Dat zegt alles over zijn karakter: ogenschijnlijk nonchalant, zelfverzekerd op het arrogante af.

De charismatische Eastwood is nog steeds de verpersoonlijking van de archetypische zwijgzame held. Maar wel cynischer, egoïstischer en met meer verbittering dan voorgangers als Gary Cooper en John Wayne.

Zijn succes stoelt voor een belangrijk deel op zijn macho-imago (‘Clint wint’). Maar Eastwood is tegelijkertijd al zijn hele carrière bezig om dat imago weer van zich af te schudden – of tenminste van complicaties te voorzien. Zijn interesses zijn inderdaad veel breder dan zijn imago van mannenman suggereert.

Lees hier de recensie van ‘The Mule’

Bijna veertig jaar na Dirty Harry speelde Eastwood in Gran Torino mopperkont Walt Kowalski. Tot zijn ongenoegen woont hij in een buitenwijk met veel Vietnamezen. Toch neemt hij een Vietnamese buurjongen onder zijn hoede, die hij in een hilarische scène voordoet hoe een man te zijn. Ook ziet hij zijn racistische vooroordelen onder ogen. Gran Torino vormt zo een subtiel contrapunt met de Dirty Harry-films.

Eastwood deed in het met vier Oscars bekroonde Unforgiven iets soortgelijks. Deze western is op te vatten als antwoord op zowel de spaghetti-westerns met Leone als zijn eigen films als The Outlaw Josey Wales en Pale Rider. Daarin vielen heel wat doden en was het geweld sterk geromantiseerd. In Unforgiven komt de oude revolverheld Will Munny daarentegen tot de sobere conclusie ‘It’s a hell of a thing, killing a man’.

Veel van de helden die Eastwood belichaamde zijn helemaal niet zo heroïsch of eenduidig als zijn ‘tough guy’-imago doet vermoeden. In het door hemzelf geregisseerde Honkytonk Man (1982) speelt Eastwood een talentloze, dronken countryzanger die ten ondergaat aan tuberculose. Maar het is vooral zijn werk voor andere regisseurs dat opvallend kleurrijk is, zoals het broeierige psychodrama The Beguiled (1971), het homo-erotische Thunderbolt and Lightfoot (1974) en In the Line of Fire (1993), waar hij een kwetsbare, getraumatiseerde geheim agent neerzet. Die kwetsbaarheid sijpelde ook meer en meer in zijn eigen films als regisseur door. In Bronco Billy (1980) is hij een schoenenverkoper die liever een cowboy zou zijn met een eigen westernshow. ‘I am who I want to be’, zegt hij. Die woorden zijn ook perfect van toepassing op de eigengereide Eastwood zelf.