‘Gematigden moeten stoppen met afgeven op populisten’

Hans Kundnani Europa-deskundige

Volgens Hans Kundnani begeven de gematigden in Europa zich op gevaarlijk terrein. „President Macron heeft gematigd links en rechts in één partij verzameld. Radicale partijen en bewegingen profiteren daarvan."

Deze week trapte de Franse president Emmanuel Macron zijn campagne voor de Europese verkiezingen af met een pleidooi voor een “Europese renaissance”. Doelend op “uitbaters van de woede” als Matteo Salvini en Viktor Orbán, schreef Macron dat Europa sinds de Tweede Wereldoorlog „nog nooit zo in gevaar” is geweest. „Wij mogen nationalisten zonder oplossingen geen misbruik laten maken van de woede van volkeren.”

Hans Kundnani, research fellow bij de Londense denktank Chatham House, ergert zich wezenloos aan dit soort apocalyptische teksten. Niet dat Kundnani, een Brit met Indiaas-Nederlandse ouders, een fan is van Salvini of Orbán. Verre van: hij komt er ronduit voor uit dat hij een klassieke sociaaldemocraat is. Wat hem stoort, vertelt hij via Skype vanuit zijn woonplaats Londen, is het gemak waarmee mensen van gematigd links en rechts – zijn eigen vrienden soms – extreme politici beginnen te verketteren: je plakt het label ‘populist’ op je opponent en je hebt geen argumenten meer nodig. Ook Macron gebruikt de simplistische tegenstelling ‘wij’ tegen ‘zij’ - precies het soort framing waarvan de centristen extremistische politici altijd beschuldigen. Dit is gevaarlijk, zegt Kundnani. „Macron neemt het polariserende discours van de populisten over. Wij tegenover zij. Globalisten tegenover nationalisten. Het is gevaarlijk omdat radicaal-rechtse politici beter zijn in dit soort framing. Marine Le Pen en Steve Bannon hebben dit bedacht. Zij willen dit. Ze leven ervan. Het is deel van hun strategie. De centristen moeten het roer omgooien. Anders gaan ze dit gevecht verliezen.”

Kundnani zou graag zien dat het politieke antagonisme terugkeert in het midden. Zo was het vroeger, toen socialisten en conservatieven nog elkaars grootste concurrenten waren. In The Economist schreef Kundnani laatst dat gematigd links en rechts niet met de ‘populisten’ moeten vechten, maar met elkaar. Hij wil dat ze meer afstand van elkaar nemen. „Velen zeggen: het verschil tussen gematigd links en rechts is irrelevant geworden. Ik ben het daar niet mee eens. Als er na jaren van crisis één belangrijk thema in de westerse wereld is, is het de herverdeling van rijkdom in een tijd van groeiende globalisering. Het verschil tussen arm en rijk groeit bijna overal. Dit zorgt voor maatschappelijke onrust. Als er één klassiek thema is waarop links zich altijd heeft onderscheiden van rechts, is het wel herverdeling. Gematigd links zou dit issue moeten oppakken, in plaats van Salvini en Orbán aan te vallen.”

Ofwel, het grote gevecht gaat niet tussen het centrum en de populisten, maar tussen links en rechts ín het centrum?

„Precies. Gematigd links moet het sociaal-economische debat aangaan. In het politieke midden. Anders zoeken kiezers die een alternatief beleid willen, de radicale flanken op.”

Verzaakt gematigd links zijn plicht?

„Ja. Door de globalisering hebben we nationale bevoegdheden naar het internationale niveau overgeheveld. Vooral economische thema’s. Gevolg is dat het nationaal lastiger is over herverdeling te praten dan dertig jaar geleden. Als je het economische debat uit de nationale politiek haalt, hou je nationaal debatten over die met identiteit en cultuur te maken hebben.”

Zoals heibel over Zwarte Piet.

„Ja. Culture wars over religie, hoofddoeken of integratie. Maar we hebben te weinig debat over wat we met ons belastinggeld doen. Over waar we heen willen met de maatschappij. Dat wreekt zich. Mensen willen dat debat. Nu concluderen ze: gematigd links behartigt onze belangen niet meer. Dus stemmen ze op andere partijen. De Rassemblement National en de AfD praten veel over sociale protectie: pensioenrechten, de zorg, plannen om goedkope arbeidskrachten te weren, enzovoort. Radicaal links doet hetzelfde. Gematigd links was natuurlijk medeverantwoordelijk voor de financiële crisis in 2007-2008. Vooral in de jaren 90 ging het hard met de financiële deregulering en liberalisering. Oók onder linkse regeringen, zoals die van Bill Clinton en Tony Blair.”

Kregen we daarom Trump en Brexit?

„In de VS en het VK is de sociale ongelijkheid sneller gegroeid dan in Frankrijk of Duitsland. Dat heeft mede de weg geplaveid voor Trump en Brexit. Blair en zijn aanhangers hebben nog altijd moeite toe te geven dat ze fouten hebben gemaakt. Toch doet zich juist in deze twee landen een interessant fenomeen voor, in mijn ogen: gematigd links begint zijn stem te hervinden. Enerzijds lijkt de situatie juist in de VS en het VK chaotisch, met veel polarisatie. Anderzijds nemen conservatieven en socialisten hier meer afstand van elkaar. Het VK loopt daarin voor op andere Europese landen. Best opwindend.”

Als links en rechts ouderwets in de clinch gaan, stop je politieke radicalisering

Hans Kundnani

Labour is toch net zo verdeeld als de Tories? Meerdere partijleden stapten op.

„Zeker. Maar de nieuwe politieke groepering in het centrum is geen lang leven beschoren. Het goede van de Brexit-kwestie is dat er bij ons een debat is gekomen over de globalisering en de gevolgen voor de democratie. Wíj hébben dat debat. Jullie niet, of minder. De PvdA en de SPD worden kleiner. De socialisten in Italië en Oostenrijk idem. Bij ons keert die trend. Onder Jeremy Corbyn kreeg Labour veel nieuwe leden. Vooral jongeren. Je mag van onze politieke dynamiek vinden wat je wilt, maar wij hebben ons tweepartijenstelsel terug. Tien jaar geleden leken de conservatieven en Labour nog op één partij. Nu gaan de conservatieven en Labour weer met elkaar op de vuist.”

Zijn het niet voor- en tegenstanders van Brexit binnen beíde partijen die dit doen?

„Nee. Corbyn is gestopt met de ‘derde weg’. Daardoor is het gevecht terug in het midden. Voor UKIP is geen ruimte meer. In Nederland, Frankrijk of Duitsland gebeurt dat niet. De SPD regeert met de CDU. Ze probeert zich te profileren, wat moeilijk is zonder de regering op te blazen. President Macron heeft gematigd links en rechts in één partij verzameld. Radicale partijen en bewegingen profiteren ervan, zij kunnen er met de cruciale issues vandoor. Als links en rechts ouderwets in de clinch gaan, stop je politieke radicalisering. Dat is goed voor de democratie.”

De Belgische politicoloog Chantal Mouffe betoogt dat je radicaal rechts alleen met radicaal links kunt bestrijden. Ofwel, als Syriza en Podemos er niet waren geweest, had extreemrechts in Spanje en Griekenland enorm kunnen scoren. Bent u het daar mee eens?

„Ik hou niet van populisme. Maar je kunt beter radicaal links hebben dan radicaal rechts. Radicaal links is heel Europees. Radicaal rechts niet. Yanis Varoufakis, de Griekse ex-minister van Financiën, verzet zich tegen het primaat van het technocratische bestuur in Europa. Maar hij wil de Europese droom terug. Radicaal rechts heeft die droom niet. ”

Met technocratisch bestuur bedoelt u de EU?

„De EU is technocratisch bestuur in extreme vorm. Begrijp me goed, we hebben die technocratie om een goede reden. Na de Tweede Wereldoorlog werden wij gedreven door het inzicht dat we belangrijke zaken in handen van instituties moesten leggen, omdat er vreselijke dingen kunnen gebeuren als je ‘het volk’ zijn gang laat gaan. We hadden dat aan den lijve ondervonden. Nu zijn we in het andere uiterste beland. Ik stemde tegen Brexit. Maar ik heb begrip voor Brexitstemmers die de EU te technocratisch vinden.”

De Britten hebben in Europa altijd gepusht voor méér markt. Dat leidt tot méér regels, waar ze nu over klagen. Dat is toch ironisch?

„Nee. Mede hierdoor is er een fel debat opgelaaid over globalisering, handelspolitiek en soevereiniteit. Precies het debat dat we moeten voeren.”

Ik zie meer een emotioneel gevecht, vol fake news.

„Oneens. In het VK kun je de EU bekritiseren. Doe je dit op het continent, word je soms voor nazi uitgemaakt. Zo begon de AfD vrij gematigd. Middenpartijen behandelden de AfD als een stel fascisten. Dat heeft de partij geradicaliseerd. En het debat wordt nog altijd niet gevoerd.”

Welk debat?

„Dat de AfD geen transferunie wil.”

Dat zeggen CDU en SPD toch ook?

„Precies. Zo radicaal was de AfD dus niet.”

Kun je dan zeggen dat het debat niet gevoerd wordt?

„Mijn punt is dat het politieke midden in veel Europese landen polarisatie aanwakkert. In Duitsland, waar ik gewoond heb, zou de CDU met de SPD moeten clashen. En niet de CDU met de AfD. In Duitsland worden Brexiteers afgeschilderd als extreemrechtse xenofoben. Ik ontken niet dat die er tussen zitten. Maar veel Brexitstemmers waren geen fan van UKIP. We moeten oppassen met die labels. Britten zijn geen xenofoben. Velen betwisten het recht van Bulgaren of Roemenen om zich hier te vestigen, maar níet het recht van Indiërs of Jamaicanen om dat te doen. Ze voelen zich closer met mensen uit het Gemenebest. Die zijn niet blank en niet Europees. Ik merk dat zelf. Toen ik klein was had mijn Indiase vader, die niet Brits was, meer rechten dan mijn Nederlandse moeder. Hij mocht stemmen, zij niet. Hij was ‘een van ons’, zij een alien. Na het verdrag van Maastricht is dat veranderd.”

Heeft het ‘Europa zonder grenzen’ mensen uit de koloniën op achterstand gezet?

„Een derde van de zwarten en Aziaten heeft Leave gestemd. Je woont je hele leven hier, nog mag je familie niet hierheen halen. De eerste de beste Bulgaar, met wie je geen enkele band hebt, kan zich hier vrij vestigen. Dat voelt niet fair.”

Andere Europeanen denken daar anders over.

„Dat klopt, het is een Brits issue. Duitsers of Nederlanders voelen zich verwanter met Bulgaren dan met Indiërs. Vrij personenverkeer is bij jullie populairder dan hier. Maar mijn punt is dit: zie je hoe weinig de Brexitdiscussie te maken heeft met xenofobie? Of met extreemrechts? Of met een ‘gesloten samenleving’ willen? Die labels kloppen niet. We moeten ze niet meer gebruiken. Rechtse Brexiteers willen totale vrijhandel en migratiebeperking. Linkse Brexiteers willen handelsstromen juist wel beperken, maar migratie niet. Er zijn diverse schakeringen. Dat zorgt voor een rijk, intens debat. Dat debat hoort in het politieke midden. Nu is er politieke turbulentie in het VK, maar op een dag luwt het. Uiteindelijk is dat, denk ik, goed voor de democratie. Als we iedereen op één hoop gooien en verketteren, bereiken we dat punt niet. Dan is er maar één groep die profiteert: extreemrechts. Zij willen polarisatie. Het voedt ze.”