Opinie

    • Ellen Deckwitz

Best oké

Het is weer zowat voorjaar en dus belt mijn zus iedere avond om te getuigen van haar lentedip. Tring tring: „Ja al dat stomme daglicht dus vanavond ging ik maar naar dat klotezwembad in de hoop wat endorfinen bij elkaar te sprokkelen, ik voel me zo blergh terwijl ik altijd zo mijn best doe ik bedoel ik eet gezonder dan een bestuurslid van de maag-darmstichting, slik inmiddels zo veel pillen dat je mijn bloed als vloeibare xtc op de markt kan brengen en alsnog zitten die kuthersens chronisch in de peuterpuberteit.

„Dus ik kom aan bij dat zwembad, ontdek pas in het badhokje dat ik mijn bikini ben vergeten maar dan kennen ze me niet hè, dus ik stamp naar die automaat met zwemaccessoires, snap na tien minuten al hoe hij werkt, trek er het lelijkste badpak ooit uit, doe het aan EN HET PAST NIET TERWIJL IK TOCH ECHT MAAT M HEB, al mijn borsten en billen en ingewanden puilen eruit, uiteindelijk weet ik mezelf erin te wurmen en stuiter als een XXL-cervelaatworst de trap af, laat mezelf te water en dan zie ik dat de chick voor me luctor est emergo in haar nek getatoeëerd heeft, dus ‘est’ in plaats van ‘et’, meteen een flashback naar al die traumatiserende lessen Latijn van meneer Kneepkens en allemaal grammaticaschema’s.”

„Schemata.”

‘SCHEMA’S die ongevraagd opduiken en ik denk even dat ik er wat van moet zeggen, dat haar tatoeëerder dyslectisch is maar ze heeft naast een slechte smaak in lichaamsversiering wel de conditie van een olympisch medaillist dus daar verdwijnt ze al in de golven en blijf ik maar nadenken over hoe je die ‘est’ erin kan houden, moet je dan infinitieven gebruiken en ik besef dat ik opeens aan iets anders kan denken dan aan hoe grauw alles is (ik had overigens liever aan porno gedacht dan aan een allang overleden taal maar oké als het helpt dan helpt het) dus ik denk nu is het wel weer mooi geweest en dus kruip ik in dat bonsaibadpak aan de kant en ben even helemaal blij met spelfouten, ze leiden immers af van het defect in je transmitterproductie MAAR HOE IS HET MET JOU.”

„Best oké”, zei ik.

„Ja hoor”, antwoordde ze chagrijnig, „met jou gaat het natuurlijk weer best oké”, en ze hing op. Ze zal morgen ongetwijfeld met een boeket aan excuses op de stoep staan, maar voorlopig was ik helemaal blij dat het best oké ging en dat ik daardoor de rest van de avond ook nog eens helemaal voor mezelf had.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.