Opinie

    • Joram van Klaveren

Beantwoord het bespotten van de islam met kalmte

Islam Het beledigen van de islam, zoals onlangs in Hoofddorp en Den Haag, leidt bij moslims vaak tot heftige reacties. Maar wie de Koran goed leest, weet dat de profeet Mohammed zijn beheersing nooit verloor, schrijft .

Illustratie Hajo

Schreeuwende menigten in verre oorden, brandende vlaggen en zelfs terreuraanslagen. Het zijn beelden die we in de media bijna standaard zien langskomen na de belediging van God, Mohammed of de islam als geheel. Net als de betreurenswaardige bedreigingen aan het adres van kunstenaars, opiniemakers en politici zijn deze beelden verre van representatief voor de islam, maar zeker reëel.

Behalve de impact op de individuele levens van hen die bedreigd worden, heeft de spanning omtrent het thema ‘islam en belediging’ ook grote maatschappelijke invloed.

De meest recente gebeurtenissen met betrekking tot dit onderwerp zijn het beledigende spandoek aan de as-Soennah-moskee en het incident op een middelbare school in Hoofddorp. Een docent van het Hoofdvaart College zou hebben gesteld dat Mohammed, door zijn huwelijk met Aïsha, pedofiel was (los van diverse andere redenen maakt alleen al het gegeven dat volwassenheid 1.400 jaar geleden startte bij de puberteit deze aantijging overigens onjuist). Hoewel de techniekinstructeur ontkent dit te hebben gezegd, schorste een paniekerig bestuur de docent op grond van de geruchten. Dat komt het gezag van docenten niet ten goede. Ook kwamen de bekende videobeelden langs van scheldende en tierende scholieren.

In de ogen van de (politieke) beroepscritici tonen excessieve reacties de zogenaamd cholerische aard van de islam. Het is munitie voor hun pleidooi voor het inperken van rechten en hun voortgaande strijd tegen het islamitisch Godsgeloof.

Kardinale positie

Maar wat zegt de islam eigenlijk zelf over de gewenste reactie op persoonlijke belediging, de belediging van God en de belediging van de profeet?

Het beste voorbeeld dat we hiervoor hebben is Mohammed, gezien zijn kardinale plaats binnen de islam. Zijn de excessieve reacties in lijn met hetgeen hij bepleitte? Riep hij bij provocaties op tot massale demonstraties, scheldpartijen of geweld? Staat er in de Koran een vers dat opdraagt dat er een straf moet worden voltrokken door moslims, wanneer iemand iets godslasterlijks zegt of schrijft?

Het antwoord is een helder ‘neen’. In de hele Koran, aldus de gezaghebbende dr. Shabir Ally, is nergens een opdracht tot het doden of vervolgen van lasteraars en spotters te vinden. Het oordeel zal plaatsvinden na dit leven. Volgens Nouman Ali Khan van het Bayyinah Institute maakt de Koran ook melding van diverse beschuldigingen die Mohammed te verduren kreeg. Ze worden herhaald en vervolgens weerlegd. Zonder dat er overigens een sanctie wordt genoemd voor de kwaadsprekers. Er wordt in soera 73:10 zelfs expliciet gesteld dat beledigingen beantwoord dienen te worden met kalmte en waardigheid: „En verdraag wat zij zeggen geduldig en ga minzaam bij hen weg.”

Ingewanden van een kameel

Dr. Omar Suleiman beschrijft in de verhandeling ‘How Prophet Muhammad Rose Above Enmity & Insult’ talloze situaties waarin Mohammed in woord en in daad werd aangevallen. Hij is gewurgd, bespuugd, bewusteloos geslagen en kreeg tijdens het bidden zelfs de ingewanden van een kameel over zich heen gegooid. Vrienden en familie werden gemarteld, uitgehongerd en zelfs vermoord. Mohammed antwoordde zijn tegenstanders echter steeds opnieuw met een buitengewone verdraagzaamheid. Enkel in een context van oorlog of een existentiële bedreiging van de gemeenschap werd zelfverdediging toegepast. Op belediging en soms zelfs geweld volgde geen vergelding, aldus Suleiman.

Lees ook: ‘Er zijn vrijdenkers nodig binnen islam’

Een bekende overlevering die zijn houding van vergevingsgezind helder illustreert, gaat over Hind. Zij was de vrouw van Abu Sufyan, één van de grootste tegenstanders van Mohammed. Zij beledigde hem niet alleen consequent, maar huurde met anderen zelfs iemand in om Hamza, de oom van Mohammed, te vermoorden. Diverse vroege bronnen melden dat ze daarna Hamza’s oren en neus afsneed en er een ketting van maakte . Enorm verdriet en pijn waren niet verwonderlijk Mohammeds deel. Vijf jaar later, toen Mohammed Mekka binnenkwam en de machteloze Hind voor het eerst weer zag, waren zijn verrassende woorden echter: „Welkom, O Hind.”

Geen consternatie

Een andere overlevering maakt melding van een groep mensen die Medina binnenkwam en Mohammed begroette met de woorden: „De dood zij met u.” Hij antwoordde: „En u.” Zijn vrouw Aïsha schoot echter uit haar slof en zei: „Dood zij op u, samen met de vloek van God en Diens toorn!” Mohammed richtte zich vervolgens tot haar en zei: „O Aïsha, wees zacht! Inderdaad, God is zachtaardig en houdt van vriendelijkheid in alle situaties…”

Dat schoffering en laster vanuit islamitisch perspectief geen reden hoeven te vormen tot consternatie, blijkt tevens uit het voorbeeld waarbij Mohammed stilletjes glimlachte toen Aboe Bakr, één van zijn metgezellen, afzag van het reageren op iemand die hem beledigde. Maar toen Aboe Bakr uiteindelijk toch reageerde, was Mohammed ontstemd en vertrok hij. Mohammed toonde zich steeds weer de meerdere van zijn vervolgers. Niet door geweld te gebruiken tegen hen die hem bespotten of beledigden, maar juist door géén invulling te geven aan de basale gevoelens van vergelding. En het is dit krachtige voorbeeld van sereniteit, zelfbeheersing en naastenliefde dat weleens het beste antwoord kan zijn.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.

    • Joram van Klaveren