Zorgverleners lopen te hoop tegen BIG-regel

Gezondheidszorg Zorgverleners moeten hun registratienummer (BIG) overal gaan vermelden. Doorgeschoten regeldrift, vinden ze.

Het BIG-register omvat ruim 350.000 artsen en andere zorgverleners.
Het BIG-register omvat ruim 350.000 artsen en andere zorgverleners. Foto Koen Suyk/ANP

Op Twitter heet ze geen Karin meer, maar ‘BIGnummer 49043315204’. Fysiotherapeute Karin van der Burg uit Leeuwarden veranderde haar gebruikersnaam als klein protest. Vanaf 1 april moet zij ‘actief’ haar BIG-nummer tonen: op briefpapier, facturen, haar website, bij naamplaatjes in de wachtkamer, bij de ondertekening van e-mails en op andere ‘digitale media’, waar Twitter onder wordt verstaan. „Briefpapier zonder BIG-nummer kan ik weggooien, anders riskeer ik boetes. Ik vraag me af wat het nut hiervan is.”

In de zorg groeit de weerstand tegen deze naderende regel over het BIG-nummer. Artsenfederatie KNMG liet vorige week weten dat de regel op „geen enkele steun in het veld kan rekenen”. Beroepsvereniging Federatie Medisch Specialisten vindt het „totaal doorgeschoten”. Dertien andere belangengroepen in de zorg sloten zich aan bij een ‘brandbrief’ aan het ministerie van Volksgezondheid (VWS).

In het online BIG-register staan meer dan 350.000 zorgverleners, zoals artsen, verpleegkundigen, fysiotherapeuten, tandartsen, verloskundigen, gezondheidspsychologen en apothekers, met hun beroepsbevoegdheid en eventuele berispingen van het Medisch Tuchtcollege.

‘Overleg kwam nooit’

Voor de regel die nu voor zoveel ophef zorgt, werd in 2013 een voorzet gegeven. Toen verscheen een evaluatierapport in opdracht van VWS over de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG). De onderzoekers concludeerden dat zorginstellingen het BIG-register redelijk weten te vinden, bijvoorbeeld om sollicitanten na te trekken. Maar van de patiënten gebruikt slechts 8 procent het register bij de keuze voor een zorgverlener. Met het BIG-nummer zoeken is makkelijk, maar „iemand die alleen over een naam beschikt, kan deze nauwelijks vinden in het register als deze arts een veel voorkomende naam heeft”. Het rapport meldt ook dat zorgverleners hun BIG-nummer nauwelijks communiceren en adviseert wettelijk vast te leggen dat ze hun nummer op websites en rekeningen vermelden.

Minister Bruno Bruins (Medische Zorg, VVD) wilde voorjaar 2018 met een wetswijziging regelen dat zorgverleners hun BIG-nummer verplicht kenbaar maken. De PvdA suggereerde toen om daarbij ook aan naambordjes te denken. Waar het nummer precies allemaal moet verschijnen, zou Bruins uitwerken in een algemene maatregel van bestuur. Dat zou hij doen in overleg „met representatieve beroepsverenigingen”.

De KNMG zegt daarna te zijn verrast door een voorlichtingstekst van het Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg, die medio februari is verschenen. Daaruit blijkt dat de honderdduizenden zorgverleners het BIG-nummer per 1 april moeten vermelden op alle eerdergenoemde plekken. De artsenfederatie stelt niet te hebben zitten slapen. „Het beloofde overleg vanuit het ministerie kwam nooit”, zegt een woordvoerder.

Overbodige bureaucratie

Zorgverleners hebben nu het gevoel dat met een kanon op een mug wordt geschoten. „Er is geen andere Karin van der Burg fysiotherapeut in Leeuwarden. Als zorgverleners slecht vindbaar zijn bij veelvoorkomende namen, moeten ze dáár wat aan doen. Nu wordt het probleem naar ons verschoven.”

Extra administratie ligt gevoelig gezien de ontregelambities van VWS. Ministers Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) en Bruins presenteerden in mei een plan tegen overbodige bureaucratie, met de belofte de administratieve last voor zorgverleners te verkleinen. „Ze houden ons voor dat ze het aantal regels verminderen”, zegt Van der Burg. „Dit soort regels komen er dan ineens weer bij.”

Lees ook: De zorg is alle overbodige regels, procedures en checklists zat
    • Liza van Lonkhuyzen