Opinie

Niemand is geholpen met ‘een beetje’ handhaven

Openbare orde Een boa gaat al lang over veiligheid. Hou deze beroepsgroep niet onnodig klein, schrijft .

Een boa op de Wallen in Amsterdam.
Een boa op de Wallen in Amsterdam. Foto: Olivier Middendorp

Wie de reportage over boa’s in het Amsterdamse Wallengebied en het begeleidende interview met politiebaas Erik Akerboom en de Utrechtse burgemeester Jan van Zanen heeft gelezen (NRC, 1/3), blijft in verwarring achter. Zo wordt door de geïnterviewden gesuggereerd dat buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) alleen over leefbaarheid gaan, niet over veiligheid. De praktijk is echter anders: in de grote steden verrichten boa’s stelselmatig werk in het kader van openbare orde en veiligheid. Akerboom meent dat de gemeentelijke handhaver bij geweld terug moet stappen en de politie moet waarschuwen. Dat is heel merkwaardig. Handhaven betekent immers ‘doen naleven’. Dat impliceert drang en dwang als het moet. Stel je voor dat iedere handhaver in een-op-eensituaties de aftocht blaast wanneer agressie dreigt. Dat is bepaald niet de geloofwaardige handhaver die namens de overheid met gezag optreedt.

Deze curieuze opvattingen zijn toe te schrijven aan het feit dat minister, politietop en OM al jaren proberen de boa’s terug in het hok te duwen. Zij hebben er belang bij het beeld van een onmachtige boa te schetsen. Gemeentelijke handhavers mogen koste wat het kost niet doorgroeien tot een concurrerende beroepsgroep, een nieuwe ‘gemeentepolitie’.

Als onderzoeker die veelvuldig het werk van boa’s heeft bestudeerd, wil ik de politie wel uit de droom helpen. De afdelingen Toezicht & Handhaving hebben zich in de grote steden flink doorontwikkeld en opereren feitelijk als een politiële organisatie die onder meer wildplassers, junks en weerspannige jeugdigen op de bon slingeren. Die ontwikkeling is onomkeerbaar. De Nationale Politie is immers het pad van een meer justitiële politie ingeslagen. Zij heeft zich daardoor steeds meer teruggetrokken uit de publieke ruimte en komt niet meer toe aan handhaving van de ‘kleine norm’. Illustratief is dat de functie van politiesurveillant is afgebouwd. Het zal niet verbazen dat gemeenten er om die redenen voor hebben gekozen de eigen handhavingsorganisatie verder uit te bouwen en te versterken.

Lees ook: Boa’s krijgen te maken met geweld en willen bewapend worden

Boa’s moeten trainingen geweldsbeheersing volgen en staan steeds meer hun mannetje. In onder meer Amsterdam hoort het beheersbaar houden van fysiek geweld tot het reguliere handhavingswerk. In die stad moeten boa’s – indien nodig – een verdachte overmeesteren, boeien en naar het politiebureau geleiden. De politie op de werkvloer vindt dat overigens prima. Agenten stellen het op prijs samen te werken met professionele boa’s.

Maar de minister en de politieleiding trappen op de rem en nemen de minst professionele boa tot maatstaf: de van de politie afhankelijke toezichthouder. Het zou van meer realiteitszin getuigen te focussen op volwaardige handhavers die niet alleen lastige mensen aanspreken, maar ook veel kennis hebben over de wijk, hotspots en ‘achter-de-voordeur-problemen’. Neem die nieuwe beroepsgroep serieus en hou boa’s niet nodeloos klein. Doorpakken hoort hoe dan ook bij het handhavende vak. Het kan niet de bedoeling zijn dat handhavers omzichtig te werk moeten gaan of niet optreden wanneer dat uit publiek belang nodig is. Een ‘beetje’ handhaven is een verliessituatie voor iedereen, voor het publiek, het bestuur en uiteraard de boa’s zelf.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.