Hij sloeg het balkje in tweeën op het hoofd

Wie : Luigino (39)

Kwestie : poging tot doodslag, mishandeling

Waar : rechtbank Den Haag

De Zitting

Als je iemand twee klappen op het hoofd geeft met een balk van een meter lang, een doorsnede van 3x4 centimeter en een gewicht van 6 ons, van ‘geperst hout’, ontstaat dan de ‘aanmerkelijke kans op overlijden’? En heb je dan door je handelen ook de kans daarop aanvaard? Of moet zoiets worden gezien als zware lichamelijke mishandeling. En dus niet als poging tot doodslag?

De rechtbank Den Haag heeft 2,5 uur uitgetrokken voor deze puzzel. Op ‘poging doodslag’ staat een veel hogere straf dan op ‘poging zware mishandeling’. Het verschil beslist alles. Luigino (39) is verstandelijk gehandicapt, deels toerekeningsvatbaar en totaal zorgafhankelijk. Hij functioneert alleen in een vertrouwde, stabiele omgeving waar het niet al te druk is. Dat lukte de afgelopen vijftien jaar ook prima – hij had geen contacten (meer) met justitie.

De klappen bestrijdt niemand. „Sorry voor alles”, zegt hij. Zijn bovenbuurman in de flat tikte voortdurend op de vloer, vertelt hij. Dat was uit protest tegen de muziek die ‘Gino’ speelde, tijdens het koken en het klussen aan z’n woning. Door het tikken ontstonden barsten in zijn plafond en dwarrelden schilfers naar beneden, die hij dan weer moest opruimen. Het broeide al twee jaar tussen de twee.

Vorig jaar maart ging het mis. Luigino ging met de stok („Om me te verdedigen”) boven verhaal halen. Hij sloeg het hout meteen in tweeën op het hoofd van de buurman, gaf nog „een paar bonkjes” en trapte hem tegen de handen voor diens gezicht. Beneden belde hij de politie. De buurman had zwellingen en blauwe plekken en vermoedelijk een hersenschudding. Z’n vrouw zag alles, hun baby had gehuild.

Gino zit nu bijna twaalf maanden in voorarrest. Hij is vorig najaar in het Pieter Baan Centrum (PBC) psychiatrisch geëvalueerd. Sinds z’n arrestatie is hij z’n uitkering, z’n woning en z’n dagbesteding kwijt. Hij werkte als fietsenmaker, vier dagen per week, tot 16.00 uur ’s middags. Maar hij bleef altijd tot half zes en kwam ook op vrijdag en zaterdag. Dat vonden ze goed, zo blijkt.

De advocaat van Gino laat diens curator en de secretaris van de opvang getuigen. De instelling probeerde tweemaal vergeefs om de bovenbuurman te sussen. Luigino is eigenlijk „een kindje van de instelling”. Hij is populair. Er is daarom „bij voorrang, per direct” een woning voor hem geregeld. Ook is er intensievere begeleiding beschikbaar.

Precies wat het PBC de rechtbank adviseert, evenals zelfstandig begeleid wonen. Gino is niet gestoord, maar van nature verstandelijk beperkt. Hij heeft moeite mensen te vertrouwen en situaties in te schatten. Regelmaat, toezicht en niet te veel prikkels, dan gaat het goed. En zo niet, dan is de kans op recidive juist hoog. Behandeling is niet van toepassing.

De officier van justitie is minder begripvol. De balk waarmee is geslagen, vergelijkt ze met een honkbalknuppel. Wie dat meeneemt om een ruzie te beslechten, is iets van plan. Als je die in tweeën slaat op iemands hoofd, dan kan dat makkelijk fataal zijn. ‘Poging doodslag’ dus – 24 maanden onvoorwaardelijk is de eis. Dat de advocaat al opvang regelde is mooi, maar eerst moet de reclassering vertellen hoe het verder moet, na de straf. Zij wil de zaak uitstellen.

De advocaat bepleit onmiddellijke vrijlating. Van klappen met een balkje van geperst hout gaat een mens niet voorzienbaar dood – poging tot zware mishandeling dus. Meer dan drie maanden celstraf is niet geboden, meent hij. De psychiaters vinden immers dat Gino het beste af is in exact de situatie die vóór het incident al bestond. Er is geen therapie of dwangmaatregel nodig.

De strafkamer schorst en doet na een kwartier mondeling uitspraak. De balk van geperst hout woog niet meer dan het „halve litertje melk” dat toevallig in de raadkamer stond en was dus relatief licht. Daarmee is het ‘poging zwaar’ en geen ‘poging doodslag’. Daar staat maar vier maanden celstraf op. Luigino komt dus onmiddellijk vrij.

„Hoeveel dagen heb ik nu vastgezeten”, vraagt hij. 331, is het antwoord. Hij schudt het hoofd. De straf bedraagt 120 dagen.