Elke ambulance denkt een dier zelf het best te kunnen redden

Dierenambulance Iedereen in Nederland kan een ambulancedienst voor dieren beginnen. Een deel is verbonden aan de Dierenbescherming, talloze andere zijn lokale initiatieven. Soms botsen ze met elkaar. „Er zijn behoorlijke verschillen in kennis en kunde.”

Links:Een ambulance verbonden aan de landelijke Dierenbescherming.
Links:Een ambulance verbonden aan de landelijke Dierenbescherming.

De wielen staan in de sneeuw, maar in de achterbak is het behaaglijk warm. Mirjam Addiks trekt niet zonder trots de schuifdeur open. Kijk, daar staat de standkachel, daar het kastje van de thermostaat. En daar de infuuspomp. Met de volledig uitgeruste bus kunnen ook „kritieke patiënten” vervoerd worden, 24 uur per dag. Uniek in de regio Dordrecht, soms rukt de wagen uit tot aan Rijswijk en Breda.

Vier dierenambulances heeft Louterbloemen inmiddels tot haar beschikking. Het dierentehuis, -asiel en -pension bestond al sinds 1930, maar pas in 2017 startte Louterbloemen ook een dierenambulance. Sindsdien kun je ze bellen voor alle gewonde dieren, „van muis tot hond”, in Dordrecht, Alblasserdam, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht.

Tevens actief in Dordrecht: dierenambulance SOS, in bedrijf sinds 2011. En officieel valt de stad óók binnen het werkgebied van Dierenambulance Zuid-Holland-Zuid, van de Dierenbescherming.

Meer keuze nog is er een stukje verderop, in de regio Rotterdam. Daar kun je voor een gewond dier niet minder dan vijf dierenambulances bellen: naast de wagen van Zuid-Holland-Zuid ook die van Dierenambulance Rotterdam en Omstreken, Dieren4u, Dierennoodhulp West Nederland en Dierenambulance Rotterdam (DAR).

Zeldzaam is het niet dat er binnen een gemeente meerdere dierenambulances actief zijn. Nederland kent op het gebied van dierennoodhulp een bont en nogal versplinterd landschap. Naast circa twintig ambulancediensten die verbonden zijn aan de landelijke Dierenbescherming, zijn er talloze lokale, door particulieren gestarte initiatieven. Sommige professioneel; met veel sponsors, een gestroomlijnd team vrijwilligers, moderne apparatuur. Andere spontaner, met meer passie voor dieren dan voor structuur, de telefooncentrale in de woonkamer.

Een landelijke richtlijn voor gemeenten is er niet, noch een wettelijke verplichting voor een dierenambulancedienst te zorgen. Wel zijn gemeenten verplicht rondzwervende dieren onder te brengen in een asiel. Veel kiezen er daarnaast voor een organisatie aan te wijzen die gewonde en rondzwervende dieren van straat ophaalt, in sommige gevallen tegen een vergoeding.

Dag en nacht

Een nieuwe ambulancedienst voor dieren is zo opgericht: meer dan een auto, een stel mede-dierenvrienden en de bereidheid dag en nacht uit te rukken is feitelijk niet nodig. „Er zijn in de dierenwereld veel mensen met goede bedoelingen”, zegt Margje de Jong van de Federatie Dierenambulances Nederland (FDN), een vereniging waaraan circa dertig lokale ambulances verbonden zijn. „Maar er zijn behoorlijke verschillen in kennis en kunde.”

Gevraagd naar het ontstaan van zoveel initiatieven krullen Mirjam Addiks’ mondhoeken even op. „Het ontstaat vaak uit emotie. Ik zeg altijd maar: op emotie kom je niet zo ver.”

Addiks loopt al 34 jaar rond op Dierentehuis Louterbloemen. Ze leidt rond: daar de speciale kleurcodes op de vloer, hier de quarantainehokjes, de speeltjes en etherische oliën om de dieren te vermaken. En daar zijn de wekelijkse gratis broodjes van de bakker, voor de tientallen vrijwilligers .

Dat Louterbloemen in 2017 een ambulancedienst startte, kwam omdat ze „gaten zag vallen” – Addiks zegt het voorzichtig. „Het liep hier in de regio allemaal niet zo soepel. En daar hadden wij als tehuis natuurlijk ook last van.” Nee, de verhoudingen met de bestaande ambulancedienst kwam dat niet ten goede. Maar veel wil ze daar niet over kwijt. Alleen dit: „We zijn niet voor niet voor niets een eigen dienst gestart.”

Facebookrecensies

Negatief wil Katinka Slot niet doen. En: ze heeft het ook echt wel naar haar zin gehad bij de Dierenambulance Hoorn. Maar na daar twee jaar te hebben gewerkt, besloot Slot eind 2016 haar eigen ambulancedienst op te richten. Er waren te veel meningsverschillen, vertelt ze. Over hoe de telefoon werd opgenomen, voor welke dieren wel en niet werd uitgerukt.

„Ik heb altijd gezegd: beestjes zijn belangrijker dan mensen”, zegt Slot. En dus runt ze sinds eind 2016 Dierenambulance West-Friesland, vanuit huis. De Facebookrecensies waren meteen een stuk beter dan die van de oude dienst. Veel wist ze al door haar ervaringen uit Hoorn. En verder raadpleegde ze leerboeken, bekeek ze websites. „Het is vooral logisch nadenken.”

In de wereld van de dierenambulances blijken stammenstrijd en schisma’s nooit ver weg. Openlijk kwaadspreken doet men liever niet, maar over andere ambulancediensten is het enthousiasme beperkt. Die zijn slecht bereikbaar, harteloos in welke dieren ze wel en niet oppikken of gewoon „veel te commercieel”. Sommige diensten krijgen subsidie van de gemeente, meestal alleen voor het oppikken van huisdieren. Andere initiatieven draaien volledig op vrijwilligers en streven ernaar élk gewond dier op te halen.

Op het oog was er met drie bestaande diensten in de regio geen sprake van schaarste, toch zag in 2015 in Maassluis Dierennoodhulp West-Nederland het licht. Opgericht door ex-medewerkers van andere diensten, die vertrokken om redenen waar ze liever niet meer over praten . „Wij zijn op veler verzoek begonnen”, zegt secretaris Kees Zeeman, omdat er „veel gaten vielen”. „In tegenstelling tot de Dierenbescherming rijden wij ook niet-commerciële ritten, voor wilde dieren. Wij rijden voor elk dier, groot of klein, óók in de avonduren, de nachten en in het weekend: dat kan de Dierenbescherming niet waarmaken.” De ambulance draait inmiddels goed, zegt Zeeman, en botsingen met andere ambulances in de regio Rotterdam zijn er nooit. „Wij zijn gespecialiseerd in zeezoogdieren, zeehonden en bruinvissen. Maar inmiddels worden we ook vaak voor andere dieren gebeld.”

Openlijk kwaadspreken doet men liever niet, maar het enthousiasme over andere diensten is beperkt

„We hebben allemaal hetzelfde doel”, benadrukt een woordvoerder van de Dierenbescherming. Inderdaad: „Er gaat wel eens iemand weg. Je moet je bij ons verenigen met hoe wij werken. Sommige mensen vinden dat moeilijk.” Of het aantal afsplitsingen toeneemt, kan de Dierenbescherming niet zeggen. „Er ontstaan initiatieven, maar er vallen er ook veel om. Wij zien juist dat particuliere ambulances zich ook bij ons aansluiten.”

De Dierenambulance Nijkerk rijdt niet meer in Barneveld. Of althans: dat is niet de bedoeling. Er waren, zegt een woordvoerder van de gemeente, „veel strubbelingen” tussen de ambulance en het lokale dierenopvanghuis. Bovendien kreeg de gemeente de indruk dat de ambulance zelf dieren ging opvangen, „en dat is natuurlijk echt niet de bedoeling.”

Sinds 1 januari vorig jaar werkt de gemeente daarom samen met de nieuw opgerichte Dierenambulance Putten-Barneveld. Maar, zo schreef het college onlangs in antwoord op raadsvragen: „Wij hebben als gemeente Barneveld helaas geen publiekrechtelijke rechtsmiddelen voorhanden om de dierenambulance Nijkerk te verbieden rond te blijven rijden in onze gemeente.”

En dus, erkent de gemeente, zie je ook de oude ambulance af en toe nog rondrijden. „Wij hebben in flyers duidelijk gemaakt dat er een nieuwe dienst is, maar sommige mensen bellen misschien nog steeds de oude. Daar kunnen wij helaas niets aan doen.”

Duidelijke eisen

„Hoe zeg ik dit keurig?”, begint Jane van den Berg, woordvoerder van Stichting Dierenlot. „In de dierenwereld werken vrijwilligers met veel passie, maar het zijn niet altijd de meest communicatieve mensen. Dat botst wel eens.”

Dierenlot, opgericht in 2003, verdeelt geld onder lokale diereninitiatieven en geeft daarnaast dierenambulances in bruikleen. Ambulances krijgen meestal een paar honderd euro. Of het aantal ambulancediensten groeit, kan Van den Berg niet zeggen. „Er verdwijnt er ook wel eens eentje.” Dierenlot stelt aan nieuwe initiatieven die ze financieel steunen of een auto toekennen wel duidelijke eisen, benadrukt ze. „We bekijken het beleidsplan, het aantal vrijwilligers, jaarcijfers. We gaan bij iedereen op bezoek en controleren elk jaar.”

Meestal vullen ambulancediensten elkaar goed aan, denkt Van den Berg. „Maar als een ambulance begint in de regio waar er al een zit, zeggen we wel: zodra er kwaad wordt gesproken over elkaar, mag je je auto inleveren. Daarin zijn we heel streng . Het maakt het dier niet uit door wie hij gered wordt.”

"Hulpverleners handelen vanuit hun eigen waarden. En soms erkennen ze dan misschien niet die van een ander." Foto Robin Utrecht

Ook de Federatie Dierenambulances Nederland stelt duidelijke voorwaarden om bij de vereniging te mogen. Een dienst moet 24/7 bereikbaar zijn, de financiën op orde, vrijwilligers bereid opleidingen te volgen. En er is een gebiedsbescherming, zodat elke ambulance in zijn eigen gebied blijft. Tegelijk moeten de contacten goed zijn, zodat je als dat nodig is voor elkaar kunt rijden.

Op sommige plekken gaat dat anders, weten alle organisaties. Ze kennen de verhalen van ambulances die elkaar de weg af concurreren. Of dat er bij een melding verschillende diensten komen opdagen. De Jong spreekt van „onenigheid” en „geharrewar” tussen verschillende diensten. „Iedereen die dit soort werk doet, investeert enorm zonder daar iets voor terug te krijgen. Hulpverleners handelen vanuit hun eigen waarden. En soms erkennen ze dan misschien niet die van een ander .”

Een landelijk keurmerk is er sinds enige jaren wel, maar graag zou de FDN zien dat de landelijke overheid minimale eisen stelt waaraan een ambulance moet voldoen. De Jong: „Het kan problemen opleveren. Twee jaar geleden brak vogelgriep uit, dan moet je goed weten welke bescherming je nodig hebt om geen risico op besmetting te lopen. Soms brengen mensen zichzelf in gevaar.” Er zijn gesprekken met het ministerie van Landbouw, maar een woordvoerder benadrukt wel dat regulering vanuit de private partijen zelf zal moeten komen.

Afsplitsing

„Ik zeg altijd: ik ga niemand in de wielen rijden.” Jarenlang was Cor Werkman actief bij de dierenambulance Almelo. Tot er drie jaar geleden een conflict ontstond en Werkman zich met een clubje mede-vrijwilligers afsplitste en dierenambulance Twente-West oprichtte. Een van de heikele punten bij de oude ambulanceorganisatie: de veiligheidskleding. „Daar had men geen geld voor over. Maar je wil niet in je donkere spijkerbroek en groene trui in het donker langs de weg staan, dus mensen betaalden er dan maar zelf voor.” Ook het feit dat sommige mensen wel betaald kregen en anderen niet, stak. Bij hem krijgt niemand ervoor betaald. „Ons motto is: iedereen is vrijwilliger.”

Nee, ‘beter’ zou hij zijn nieuwe ambulance niet willen noemen. Of ja: „Beter in onze eigen protocollen.” Concurrentie, zegt Werkman, „daar begin ik niet aan”.

Maar dat de dierenambulance Almelo door de gemeente ondersteund wordt en Twente-West niet, dat vindt hij wel oneerlijk. Na door hem te zijn getipt diende een gemeenteraadslid onlangs raadsvragen in en Werkman hoopt binnenkort langs te mogen komen voor een gesprek met de wethouder.

„Je moet zuinig zijn op mensen”, vindt Mirjam Addiks van Dierentehuis Louterbloemen uit Dordrecht. Geef vrijwilligers het gevoel dat „ze ertoe doen”, dat ze „gewaardeerd worden”. Dankzij giften en verdiensten uit het dierenpension, zijn bij Louterbloemen zes mensen in vaste dienst. Het is een geoliede machine, met tientallen vrijwilligers, strakke regels en vaste diensten. „ Zakelijk ”, zegt Addiks, „is een lastig woord in de dierenwereld. Maar als je iets gaat doen, moet je het serieus aanpakken . Anders gaat het ten koste van de dieren.”